historisch buideldier australie

Onderzoekers komen er nu achter dat de uitsterving van vele diersoorten in Australië helemaal niet aan de komst van de mensen, maar aan de klimaatverandering te wijten is. Deze conclusie trekken zij nadat ze de beschikbare informatie over de dieren opnieuw bestudeerd hebben.

Voorheen dachten we dat de mensen die zo’n 45.000 tot 50.000 jaar geleden naar Australië kwamen, verantwoordelijk waren voor de verdwijning van al die mooie, historische diersoorten. Het continent Australië staat nu nog bekend om de uitgestrekte woestijnen, ‘rode’ bergen, regenwouden, watervallen en prachtige stranden. Maar tienduizenden jaren geleden was het nog mooier! Toen leefden er nog gigantische wilde dieren in de verschillende staten. Zo leefden er in Sahul: Australië, Tasmanië en Nieuw Guinea, zo’n negentig inmiddels uitgestorven diersoorten. “Waaronder het grootste buideldier dat ooit leefde: de Diprotodon (foto) en kangoeroes zo groot dat we niet eens zeker weten of ze überhaupt konden springen. De roofdieren die het op deze beesten gemunt hadden, waren grote zoetwaterkrokodillen met giftig speeksel en de bizarre maar dodelijke buideldierleeuwen, Thylacoleo carnifex, met knipscharen aan hun duimen en extreem krachtige kaken,” zegt Stephen Wroe, hoofdauteur van de studie.

Aboriginals
Omdat de mensen net het continent betraden in de periode dat veel dieren uitstierven, werd er al gemakkelijk aangenomen dat de mensen hier ‘schuldig’ aan waren. De nieuwe studie die in Proceedings of the National Academy of Sciences staat, suggereert het tegendeel. “Het kan dat mensen een rol speelden in het verlies van de dieren die nog steeds wisten te overleven wanneer de mensen aan land kwamen – maar dan moet dit ook aangetoond worden,” zegt Wroe van The University of New South Wales. “Direct bewijs is er nooit geweest dat mensen jaagden op de dieren of in ieder geval de wapens hadden voor deze gigantenjacht.” Uit het onderzoek blijkt wel dat acht tot veertien inmiddels uitgestorven soorten nog steeds leefden toen de Aboriginals aan land kwamen. Maar zo’n vijftig inmiddels uitgestorven soorten zijn bijvoorbeeld al niet te vinden in fossielen van de afgelopen 130.000 jaar. Dikke kans dus dat ze voordat er überhaupt mensen leefden al lang uitgestorven waren.

Klimaatverandering
Recente studies naar de Antarctische ijskernen, oude niveaus van de meren in het midden van Australië en andere milieu-indicatoren suggereren dat ook Sahul, dat een groot woestijngebied had, in de afgelopen 450.000 jaar een nog droger en grilliger klimaat kreeg. De Aboriginals werden beschuldigd van het afbranden van het landschap. Maar deze nieuwe informatie lijkt aan te tonen dat de branden op het continent meer gelinkt zijn aan de klimaatveranderingen dan aan de activiteit van mensen. Bovendien waren er al branden lang voor er mensen in Australië leefden.

“Het wordt steeds duidelijker dat het verdwijnen van de megafauna van Sahul verspreid gebeurde over misschien wel duizenden jaren onder invloed van onverbiddelijke, weliswaar onregelmatige, klimatologische achteruitgang,” zegt Wroe.