Het behalen van de doelstellingen uit het Parijse Klimaatakkoord is dus ook economisch gezien het verstandigste.

Klimaatverandering brengt kosten met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan de schade die onstuimige stormen en extremer weer veroorzaken. Ook het nemen van maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan kost geld, zoals bijvoorbeeld de vervanging van kolengestookte energiecentrales door windmolenparken. Maar wat is uiteindelijk het goedkoopst? Onderzoekers hebben in een nieuwe studie gepoogd om dit rekensommetje op te lossen. En de conclusie is helder: als het ons lukt om de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius te houden, zijn we het goedkoopst uit.

Schade versus maatregelen
“Om economisch welzijn voor iedereen in deze tijden van opwarming te garanderen, moeten we een evenwicht vinden tussen de kosten van klimaatverandering door aangerichte schade en die van beperking van klimaatverandering,” legt onderzoeksleider Anders Levermann uit. De onderzoekers besloten een aantal grondige tests uit te voeren met behulp van de meest gerenommeerde computers om een helder beeld voor ogen te krijgen. Deze computersimulaties streven naar economische groei. Daardoor kregen de onderzoekers een idee welke situatie onderaan de streep het voordeligst zou zijn.


Kostenefficiënt
“We kwamen tot de verrassende conclusie dat als we de wereldwijde temperatuurstijging tot 2 graden Celsius beperken zoals overeengekomen in het Parijse Klimaatakkoord, dit economisch gezien het goedkoopste zal zijn,” vertelt Levermann. De onderzoekers namen in hun studie ook een aantal onzekerheden mee. Want zullen toekomstige generaties nou wel of niet over genoeg voedsel beschikken? En hoeveel CO2 zal er nog in onze atmosfeer terecht komen? Uiteindelijk blijkt dat het beperken van de opwarming tot 2 graden Celsius in alle gevallen economisch gezien het meeste kostenefficiënt is.

Deze grafiek vergelijkt de kosten van klimaatverandering door aangerichte schade met de kosten van beperking van klimaatverandering. Afbeelding: uit artikel

Het behalen van de doelstellingen uit het Parijse Klimaatakkoord zou dus niet alleen voor onze aarde het beste zijn, maar ook economisch gezien de verstandigste keuze. Iets dat nog een hele kluif gaat worden. Want op dit moment doen landen nog te weinig om hun emissies terug te dringen en de beoogde doelen zoals afgesproken in het klimaatakkoord te bereiken. “De temperatuur op aarde is al met meer dan één graden Celsius gestegen,” zegt Levermann. “Willen we de temperatuurstijging beperken tot 2 graden Celsius, dan vereist dit snelle en fundamentele wereldwijde actie.”

Zijn we al te laat?
Of het ons überhaupt nog gaat lukken om de doelstellingen uit het Parijse Klimaatakkoord te halen, is helemaal de vraag. Sommige studies suggereren namelijk dat we al te laat zijn. Zo blijkt dat de toezeggingen van zowel rijke als middelinkomens- en arme landen niet in staat zijn om klimaatverandering aan te pakken. De toezeggingen zijn simpelweg te beperkt en komen te laat. Het betekent dat landen in hun beloften om klimaatverandering af te remmen, tekort schieten. Dit schetst een vrij somber beeld van een klimaatakkoord dat ooit zo trots door wereldleiders werd gepresenteerd en verwachtingsvol door de wereld werd onthaald. Toch is alle hoop nog niet verloren. Het Parijse klimaatakkoord voorzag ons van een sjabloon voor internationale samenwerking gericht op het beperken van de uitstoot en nakomen van toezeggingen. En met nieuwe afspraken kunnen er alsnog bergen verzet worden.

De bevindingen uit de studie geven een nieuwe reden waarom landen alles op alles moeten zetten om de doelstellingen uit het Parijse Klimaatakkoord te halen. “De wereld heeft geen excuus meer om achterover te leunen en niets te doen,” zegt Levermann. “Diegenen die zeiden dat het aanpakken van klimaatverandering duur is, kunnen nu zien dat niets doen duurder is. Doorgaan op de huidige voet is geen levensvatbare economische optie meer.”