Jarenlang hebben we onszelf de schuld gegeven van het uitsterven van de mammoet. Onze ijverige voorouders zouden de laatste exemplaren tijdens de jacht van de aardbodem hebben geveegd. Wetenschappers van de Durham universiteit concluderen echter iets anders. Klimaatverandering liet graslanden en daarmee ook de mammoet verdwijnen.

Wetenschappers liggen al jaren met elkaar in de clinch als het gaat om de mammoet. Want wie of wat veroorzaakte het uitsterven van deze gigant? Onderzoeker professor Brian Huntley wil die discussie nu voor eens en altijd doen verdwijnen en komt met sterke bewijzen dat een klimaatverandering de boosdoener was.

IJstijd
De wolharige mammoet kreeg het zo’n 21.000 jaar geleden al moeilijk. Het was de koudste periode van de IJstijd en de weiden waar de mammoeten zich voedden namen in aantal af. Zo’n 14.000 jaar geleden waren de dieren verplicht om zich terug te trekken naar het noordelijke deel van Siberië. Daar stierven ze ongeveer 4000 jaar geleden uit.

Simulatie
“Onze resultaten suggereren dat de verandering van het klimaat – door het effect dat het op de vegetatie had – leidde tot een sterke afname van het aantal mammoeten en uiteindelijk zorgde dat de mammoet en vele andere grote herbivoren uitstierven,” vertelt Huntley. Samen met zijn collega’s maakte hij een computersimulatie van de vegetatie die de laatste 42.000 jaar in Europa, Azië en Noord-Amerika te vinden was.

Bos vs. gras
Door de temperaturen die in deze tijd heersten op de vegetatie los te laten, konden ze precies zien wat de effecten hiervan waren. Zo leidden de koude en droge omstandigheden tijdens de IJstijd ertoe dat bomen minder gemakkelijk groeiden. In die tijd waren er ook weinig bossen en veel weiden. Daar gedijden de grote herbivoren zoals de mammoet bij. Maar toen het weer warmer en vochtiger werd, verdwenen de graslanden en kwam er bos.

“Tijdens het hoogtepunt van de IJstijd hadden de mammoeten en andere grote herbivoren genoeg voedsel om te eten. Maar daarna vervingen bomen deze kruidachtige ecosystemen en daardoor werd het gebied waar gegraasd kon worden aanzienlijk kleiner.”