euro

Zelfs rijke landen zullen zien dat hun economie door toedoen van klimaatverandering rond het jaar 2100 een flinke klap krijgt.

Tot die conclusie komen onderzoekers in het blad Nature. Ze baseren zich onder meer op de gegevens van 166 landen. Die gegevens besloegen een periode van vijftig jaar (1960 tot 2010). De onderzoekers keken naar de totale waarde van alle goederen en diensten die binnen de economie van deze landen werd geproduceerd (oftewel het bruto binnenlands product). Vervolgens keken ze wat er met die waarde gebeurde in jaren waarin het ongebruikelijk warm of ongebruikelijk koud was.

Economische groei
Uit het onderzoek blijkt dat hogere temperaturen in eerste instantie goed zijn voor een economie. “De gegevens vertellen ons dat er bepaalde temperaturen zijn waarbij wij mensen heel goed zijn in het produceren van spullen,” stelt onderzoeker Marshall Burke. “In landen die doorgaans vrij koud zijn – met name de rijkere, noordelijk gelegen landen – worden hogere temperaturen geassocieerd met een snellere economische groei.” Maar die economische groei heeft een grens en die is temperatuurgebonden. “Voorbij die grens neemt de economische groei snel af.” Zodra de gemiddelde jaarlijks temperatuur hoger uitvalt dan 55 graden Fahrenheit (12,7 graden Celsius) zien rijke landen hun bruto binnenlands product teruglopen.

WIST JE DAT…
…klimaatsceptici een beetje anders praten?

Inkomen
Deze resultaten kunnen ons helpen om een beter beeld te krijgen van de invloed die klimaatverandering op de economie heeft. Als er niets aan het veranderende klimaat wordt gedaan, zal het inkomen per hoofd tegen het jaar 2100 in 77 procent van de landen wereldwijd lager zijn dan nu. Het inkomen van mensen wereldwijd kan tegen 2100 wel eens 23 procent lager uitvallen dan in een wereld waarin klimaatverandering geen rol speelt.

Armere landen
Het onderzoek veegt ook een veelgehoorde aanname van tafel. Die aanname stelt dat rijke landen minder hard getroffen worden door het veranderende klimaat, omdat ze hun geld en technologie kunnen gebruiken om zich aan de veranderende temperaturen aan te passen. Het onderzoek laat echter zien dat rijke landen in het verleden niet anders op veranderingen in temperatuur reageerden dan armere landen. “De gegevens bewijzen zeker niet dat rijke landen immuun zijn voor de effecten van hoge temperaturen,” benadrukt onderzoeker Solomon Hsiang. “Veel rijke landen beginnen al met gemiddelde temperaturen die lager zijn, wat betekent dat toekomstige opwarming over het algemeen minder schade aanricht dan in armere, warmere landen.”

Het onderzoek komt op een goed moment. Volgende maand starten in Parijs nieuwe gesprekken over het klimaat. Er zal onder meer gesproken worden over maatregelen die we kunnen nemen om klimaatverandering te beperken. “Ons onderzoek is belangrijk voor deze gesprekken, omdat het suggereert dat de economische schade veel groter kan zijn dan huidige schattingen suggereren,” stelt Burke. “Dat betekent dat we sterker geneigd zouden moeten zijn om geld te spenderen aan maatregelen die klimaatverandering beperken. De voordelen daarvan zijn immers groter dan we denken, omdat de kosten van geen actie ondernemen veel groter zijn dan we dachten.”