Rijke en arme landen rollen over elkaar heen. De oorzaak? Het nieuwste klimaatvoorstel van de Verenigde Naties. De meest extreme ideeën – die in december Kopenhagen op zijn kop zetten – zijn eruit, maar het blijft een ‘inconvenient truth’; de VN pakt met name de arme landen keihard aan.

Ontwikkelingslanden en China hebben inmiddels laten weten de tekst ongebalanceerd te vinden. Het is volgens hen oneerlijk dat juist de arme landen hun CO2-uitstoot zo moeten beperken. De Verenigde Staten hebben aangegeven het voorstel nog te moeten bekijken, maar noemen sommige ideeën eveneens onacceptabel. De Europese Unie is iets terughoudener en liet weten zich over bepaalde elementen zorgen te maken.

In de nieuwe tekst staat dat de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd in 2050 met 50 tot 85 procent ten opzicht van 1990 moeten zijn verminderd. Ontwikkelingslanden moeten de grootste duit in het zakje doen en hun uitstoot met 80 tot 95 procent verminderen. Het zijn rigoureuze cijfers, maar een stuk minder rigoureus dan de getallen uit het vorige voorstel. Daarin stond onder meer dat ontwikkelingslanden hun uitstoot met minimaal 95 procent moesten terugdringen.

Het voorstel zoals dat nu op tafel ligt, is nog niet definitief. In augustus komen alle landen opnieuw bijeen in Bonn. Tot die tijd zal er nog aan het voorstel geschaafd worden. Ongeacht welke maatregelen genomen worden, ze dienen allen hetzelfde doel. Het terugdringen en voorkomen van droogte, overstromingen, ziektes en een stijging van de zeespiegel.