Sinds het schaap Dolly ter wereld kwam, heeft iedereen er wel een mening over: klonen. Maar hoever is de wetenschap nu eigenlijk? En wat kunnen we nog verwachten?

Het was wereldnieuws in 1997. Het schaap Dolly werd aan de mensheid voorgesteld: de allereerste kloon van een volwassen dier. Er werd volop gespeculeerd over de mogelijkheden. Een kleine domper was het toen Dolly ziek werd en al op zesjarige leeftijd insliep. Gelukkig is een stukje van de legendarische Dolly bewaard gebleven: onlangs werd duidelijk dat wetenschappers nog vier klonen van het weefsel maakten en dus zijn er eigenlijk nog vier Dolly’s.

Natuurlijke kloon

In de natuur wordt – zonder dat er wetenschappers aan te pas komen – ook volop gekloond. Zo zijn er diverse dieren die zich maagdelijk voortplanten. Hun nageslacht is een kopie van de moeder. Een voorbeeld is de hamerhaai.

Hoe werkte het?
Er zijn verschillende technieken om te klonen. De embryosplitsing bijvoorbeeld. Hierbij wordt – zoals de naam al doet vermoeden – een embryo gesplitst en ontstaan twee organismen die sterk op elkaar lijken. Dolly kwam ter wereld door middel van een iets modernere techniek: kerntransplantatie. Hierbij wordt een volwassen cel van de moeder in een eicel zonder kern geplaatst. Deze cel wordt in de baarmoeder geplaatst en groeit – als alles goed gaat – uit tot een kopie van de moeder. Er is namelijk geen vader aan te pas gekomen.

Vroege dood
Hoewel Dolly een doorbraak was, kwamen er met name na het overlijden van het schaap een hoop reacties los. Schapen kunnen gemakkelijk tien jaar of ouder worden. Het kon haast geen toeval zijn dat Dolly maar zes lentes telde. Wetenschappers geven dat inmiddels toe. Klonen was nieuw en lastig. Maar de afgelopen jaren is er enorm veel gebeurd, zo meent expert Keith Campbell. De techniek is verbeterd en wetenschappers weten meer – veel meer – over DNA. “Veel, heel veel klonen hebben sinds Dolly een normaal leven gehad en zijn tien, elf jaar of zelfs ouder geworden.”

Ethiek

Lang niet iedereen wordt blij van de vorderingen die de wetenschap op het gebied van klonen maakt. Sommigen vinden dat de wetenschappers voor god spelen. Anderen menen dat we ons met het klonen iets op de hals halen waar de mensheid nog niet klaar voor is. Ook hebben sommige mensen bezwaar tegen het feit dat een embryo beschadigd moet worden om kerntransplantatie mogelijk te maken.

De stand van zaken
Maar hoever staat de wetenschap nu precies? Zowel met behulp van embryosplitsing als kerntransplantatie kunnen zoogdieren gekloond worden. Maar dat is nog lang niet met alle zoogdieren gelukt. Zo zijn er genoeg gekloonde schapen en koeien, maar is het klonen van een muis of een primaat of een mens nog steeds onmogelijk. Het lijkt misschien desalniettemin een succesverhaal, maar dat is niet helemaal waar. Van de vele pogingen die gedaan worden om een dier middels bijvoorbeeld kerntransplantatie te klonen, mislukken er flink wat.

Haken en ogen
Kerntransplantatie is op dit moment toch dé manier om te klonen. Maar het is zeker geen waterdichte methode. Theoretisch gezien zitten er zelfs heel wat haken en ogen aan. Er wordt bijvoorbeeld een lichaamscel in een eicel geplaatst. Maar wie zegt dat die cel nog wel zo goed is en er nog een heel leven tegenaan kan? Een lichaamscel is zo geprogrammeerd dat deze zich niet kan blijven delen. Elke keer dat de cel deelt, worden de chromosomen korter en wordt de cel ouder. Hierdoor kan een jong dier opgescheept komen te zitten met cellen die eigenlijk hun beste tijd al hebben gehad. Ook mutaties liggen dan op de loer. Vandaar dat er ook zorgen zijn om gekloond vlees: een product dat in steeds meer landen in de supermarkt komt te liggen.

Ambities

Sommige wetenschappers gaan verder dan het klonen van een schaap. Zo gingen er onlangs stemmen op om de mammoet – waar nog een beetje DNA van bewaard is gebleven – te klonen. Technisch gezien zou dat op relatief korte termijn mogelijk moeten zijn.

Kansen
Tegelijkertijd biedt klonen ook heel veel kansen. Vooral op medisch gebied. We hebben het dan over therapeutisch klonen. Hierbij worden cellen gekloond die kunnen worden ingezet om ziektes te bestrijden. Stamceltherapie kan door klonen bijvoorbeeld een stuk gemakkelijker worden. Nu moeten stamcellen vaak nog van familieleden vandaan komen en is het risico op afstoting vrij groot. Door kerntransplantatie kan een embryo worden gevormd die genetisch precies hetzelfde is als die van de patiënt. Deze embryo gaat groeien en stamcellen vormen. Die stamcellen kunnen gebruikt worden voor de behandeling. Van afstoting is dan geen sprake.

Discussiepunten
Hoewel het klonen voor medische doeleinden heel nobel lijkt, levert ook deze methode wat ethische discussiepunten op. Want – laten we eens even speculeren – stel dat de wetenschap erin slaagt om mensen te klonen. Zouden ze dan niet enkel gebruikt worden voor de weefsels en organen en de handel daarin een boost geven? En wat zijn geldige medische redenen om tot klonen over te gaan?

Uiteindelijk draait het ook bij klonen – zoals bij zoveel andere ontwikkelingen – om de manier waarop de techniek gebruikt wordt. Dat in een discussie of politiek debat over dit onderwerp veel emoties komen kijken, is logisch. Het gaat tenslotte om een enorme beïnvloeding van het leven. Maar laten we de feiten niet uit het oog verliezen. Klonen is een jonge techniek met grote mogelijkheden. Als we een klein beetje vertrouwen op kunnen brengen, kan de wetenschap ons nog wel eens gaan verrassen. Niet direct met gekloonde dinosaurussen of dodo’s. Nee, uiteindelijk moet het klonen de mensheid verder helpen, maar wel op een aanvaardbare manier. Niet alle doelen heiligen de middelen. Met dat in het achterhoofd en het DNA van de mammoet in de diepvries kan het eigenlijk nog alle kanten op.