Koala’s kunnen enorm hard schreeuwen. Maar wat zeggen ze? Wetenschappers zijn eruit: ze bluffen over hun lichaamsgrootte.

Koala’s maken zich niet druk. Ze slapen ongeveer 19 uur per dag en zijn drie uur per dag druk met eten. Maar wanneer het tijd wordt om een partner te zoeken, trekken de mannetjes alles uit de kast. Ze maken enorm veel lawaai. Waarschijnlijk om vrouwtjes aan te trekken en ander mannetjes te intimideren.

Anatomie
Maar onderzoeker Benjamin Charlton vroeg zich af wat de mannetjes met hun lawaai nu eigenlijk nog meer communiceerden. Om daar achter te komen, bestudeerde hij de anatomie van de koala. Hij ontdekte dat mannetjes hele lange spraakkanalen hebben. Ook zit het strottenhoofd bij mannelijke koala’s heel laag. Dat is bijzonder: zoiets is nog nooit bij buideldieren aangetroffen.

WIST U DAT…

…kangoeroes aan adoptie doen?

Hoofd
Charlton en zijn collega’s zetten hun onderzoek voort door de kreten van verschillende koala’s op te nemen. Ook mat hij de grootte van het hoofd van de dieren (dit geeft een goed beeld van de grootte van het lichaam). Charlton ontdekte dat de grootste dieren de laagste stemmen hadden. Maar hij ontdekte nog iets heel bijzonders toen hij op basis van de geluiden berekende hoe lang de spraakkanalen van de dieren moesten zijn. De koala’s bleken ervoor te kunnen zorgen dat ze klonken als een dier met vijftig centimeter lange spraakkanalen. Om dat even in het perspectief te plaatsen: de dieren zijn zelf ongeveer 50 centimeter lang. Als we echter alleen op de kreten van het dier af zouden gaan, zouden we gemakkelijk kunnen geloven dat de dieren zo groot zijn als een bison.

Groter
Maar natuurlijk zijn de koala’s dat niet en hebben ze ook niet zulke lange spraakkanalen. De koala’s gebruiken onder meer hun uitzonderlijk lage strottenhoofd om veel groter te klinken dan ze in werkelijkheid zijn.

Waarschijnlijk vallen vrouwtjes op mannetjes die bluffen en daardoor hebben mannetjes met een laag strottenhoofd een grotere kans op nageslacht. Vandaar dat koala’s steeds diepere stemmen krijgen en dus steeds meer opscheppen, zo is in het blad Journal of Experimental Biology te lezen.