De Noordelijke IJszee wordt deze winter getekend door dunne laagjes ijs. Amerikaanse klimaatwetenschappers maken zich dan ook zorgen. Want wat zal een relatief warme dag komende zomer met het dunne ijs doen? “Het is niet dat het ijs blijft smelten,” meent onderzoeker Mark Serreze. “Het groeit gewoon niet snel.”

In januari is het ijs op de Noordelijke IJszee met zo’n 34.000 vierkante kilometer per dag gegroeid. Daarmee ligt het tempo zo’n tweederde lager dan in 1980 en iets onder het gemiddelde van het eerste decennia van de 21e eeuw. Kortom: het gaat te langzaam.

Het ijs op de Noordelijke IJszee is belangrijk voor de gehele wereld, omdat de noordpool grotendeels het weer op de rest van de globe regelt. Zo kan de noordelijke pool de hele wereld doen afkoelen.

Ook het smeltende ijs heeft wereldwijd gevolgen. Het zeeniveau zal niet direct stijgen: vergelijk het met een ijsblokje dat in een glas water smelt. Maar er zijn wel gevolgen. Zolang het ijs op de Noordelijke Ijszee blijft liggen, weerkaatst het witte oppervlak het zonlicht waardoor de Noordpool kouder is. Maar dit ijs is dun en zal in de lente en zomer sneller smelten. De zon kijkt dan niet langer neer op een wit oppervlak, maar op een hele donkere oceaan. Het zonlicht wordt dus niet weerkaatst en de temperatuur op de Noordpool neemt toe. En daardoor zullen ook andere stukken ijs gaan smelten.

In december was het relatief warm op de Noordpool, dus het ijs is amper gegroeid. In januari werd het kouder, maar de hoeveelheid ijs blijft onder het gemiddelde. Dat geldt voor de Barentszzee, oostelijke delen van de Groenlandzee en de Straat Davis. In de Beringzee aan de kant van de Stille Oceaan groeide meer ijs dan gemiddeld.

De hoeveelheid ijs wordt sinds 1979 door satellieten gemeten. De afgelopen drie jaar – 2007, 2008 en 2009 – lag er het minste ijs sinds de metingen begonnen.