komodovaraan

Lang werd gedacht dat dodelijke bacteriën in de mond van de komodovaraan ervoor zorgden dat de beten van dit enorme reptiel dodelijk waren. Maar een nieuw onderzoek toont aan dat de komodovaraan zijn mond zorgvuldig schoon houdt en dat daar dus geen dodelijke bacteriën te vinden zijn.

Komodovaranen leven in Indonesië. Ze eten onder meer reeën en zwijnen. Zo’n 75 procent van de reeën en zwijnen die slachtoffer worden van de komodovaraan sterft binnen dertig minuten. Nog eens vijftien procent legt binnen drie tot vier uur het loodje. Dat de beet van de komodovaraan zo dodelijk is, werd lang geweten aan bacteriën die in de mond van de komodovaraan voor zouden komen. Maar een nieuw onderzoek rekent af met die aanname. “Komodovaranen zijn eigenlijk heel schone dieren,” concludeert onderzoeker Bryan Fry, van de universiteit van Queensland.

Poetsen
“Wanneer komodovaranen klaar zijn met eten, besteden ze zo’n tien tot vijftien minuten aan het likken van de lippen en schuren ze met hun hoofd langs bladeren om hun mond schoon te maken. Bovendien houdt de tong de binnenkant van hun mond ook extreem schoon. In tegenstelling tot wat mensen denken, hebben komodovaranen geen stukken rottend vlees (afkomstig van hun slachtoffers, red.) waar bacteriën goed op gedijen, tussen hun tanden zitten.”

Indonesië

Wellicht vraagt u zichzelf af waarom de waterbuffel zo onverstandig is en in het vieze water gaat staan. Dat heeft alles te maken met ons: de mens. Waterbuffels zijn door mensen naar Indonesië gebracht; van oorsprong komen waterbuffels daar niet voor. In het oorspronkelijke leefgebied van de waterbuffel zijn grote, schone plassen water te vinden: de ideale plek om de wonden veilig uit te spoelen. Op Indonesië moeten de dieren het met kleine, vieze waterplassen doen. De waterbuffels gedragen zich alsof ze in hun oorspronkelijke leefgebied zijn, maar het tegendeel is waar. Wanneer ze hun toevlucht zoeken in het water worden hun wonden blootgesteld aan de uitwerpselen en urine van andere buffels. “Dat is een ideale situatie voor het ontstaan van infecties.”

Waterbuffel
Maar hoe is die mythe dan ontstaan? Ook dat zochten de onderzoekers uit. Het blijkt alles te maken te hebben met de waterbuffel. Ook dit dier kan slachtoffer worden van de komodovaraan, maar in tegenstelling tot reeën en zwijnen overleeft de waterbuffel een aanval vaak wel. “Waterbuffels ontkomen bijna altijd, maar hebben dan wel diepe wonden in hun poten,” vertelt Fry. In het verleden bestudeerden onderzoekers de aangevallen waterbuffels. En in hun wonden vonden ze zeer gevaarlijke bacteriën terug. De link was snel gelegd: die moesten wel uit de mond van de komodovaraan komen. Maar die conclusie is onjuist, legt Fry uit. Een gewonde waterbuffel vlucht naar warm, stilstaand water vol met uitwerpselen van andere waterbuffels en dus ook vol met bacteriën. “Wanneer de waterbuffel met zijn gapende wonden in dat water gaat staan, raken die wonden geïnfecteerd.” En dat is dus niet de schuld van de onhygiënische komodovaraan.

Dat de mythe van de komodovaraan met de fatale bacteriën in de mond zo lang overeind bleef, heeft ook met de komodovaraan zelf te maken. Tijdens onderzoeken werden bij sommige komodovaranen gevaarlijke bacteriën in de mond aangetroffen. Dit onderzoek toont echter aan dat die bacteriën daar niet thuishoren. Ze belanden in de mond van de komodovaraan wanneer deze uit vieze waterbronnen drinkt. Maar de komodovaranen hebben te weinig gevaarlijke bacteriën in hun mond om waterbuffels aan een infectie te helpen. Sterker nog: de populatie bacteriën in de mond van de komodovaraan is vergelijkbaar met die in de mond van andere vleeseters.