We hebben er voor zover bekend al vijf achter de rug: massa-extincties. Grote vraag is nu: wanneer dient de volgende zich aan? Misschien wel sneller dan je denkt.

Je hebt vast weleens het verhaal gehoord van de dinosauriërs die uitstierven door een meteorietinslag, zo’n 65 miljoen jaar geleden. Deze gebeurtenis staat bekend als één van de vijf massa-extincties, die het leven op aarde hebben geteisterd de afgelopen vier miljard jaar. Ze worden ook wel de ‘Big Five’ genoemd. Tijdens alle vijf massa-extincties is minstens 75 procent van de op dat moment levende soorten verdwenen. Onderzoekers van de universiteiten van Stanford, Princeton en Berkeley beweren in hun in 2015 gepubliceerde onderzoekspaper, dat spoedig weer zo’n ramp zal plaatsvinden. Alleen is het dit keer niet een meteoriet die het leven bedreigt. De boosdoeners zijn jij en ik.

De dinosaurussen werden het slachtoffer van de massa-extinctie aan het eind van het Krijt.

De dinosaurussen werden het slachtoffer van de massa-extinctie aan het eind van het Krijt.

Bewijs
De veronderstelling dat er in de nabije toekomst een massa-extinctie zal plaatsvinden is niet nieuw. Zo is er in 2011 al een onderzoek gepresenteerd waarin men hetzelfde vaststelt. De onderzoekers van het onderzoek uit 2015 hebben echter hun metingen aan de ‘conservatieve’ kant gehouden. Dit wil zeggen dat ze zeer zware criteria hebben verbonden aan het begrip ‘uitgestorven’. Zo wordt er in tegenstelling tot andere onderzoeken geen verband gelegd tussen het verdwijnen van natuurlijke leefgebieden en de dier- en plantsoorten die daar voorkomen. Bijvoorbeeld bij ontbossing van een bepaald leefgebied wordt er in dit onderzoek dus niet automatisch van uitgegaan dat het onvermijdelijk tot uitsterfte zal leiden. Hoewel dit wel een logische aanname zou zijn. Daarnaast beschouwen de onderzoekers de soorten die zijn uitgestorven in het wild, maar nog wel in gevangenschap voorkomen, niet als uitgestorven soorten. Professor Gerardo Ceballos is de hoofdauteur van het onderzoekspaper. Hij stelt dat de studie de problematiek waarschijnlijk zwaar onderschat, juist vanwege de conservatieve aanpak.

“Wetenschappers stellen dat op dit moment 20 tot 43 procent van alle bekende soorten met uitsterven worden bedreigd. Deze soorten zouden in theorie allemaal kunnen verdwijnen.”

Ondanks de strakke interpretatie van het begrip ‘uitsterven’, komen de onderzoekers nog altijd op een beangstigend hoog getal uit na hun metingen. Er is uitgegaan van twee uitsterftecijfers van gewervelden. Men koos voor gewervelden omdat hiervan de meest betrouwbare fossiele data beschikbaar zijn. Het eerste uitsterftecijfer is van de ‘achtergrondperiode’ en het tweede uitsterftecijfer is van de afgelopen eeuw. De achtergrondperiode is de tijdsperiode tussen twee massa-extincties in. Je zou het dus de normale toestand kunnen noemen. In de achtergrondperiode stierven er gemiddeld 2 per 10.000 soorten uit per 100 jaar. In de afgelopen 100 jaar zijn er ongeveer 477 bekende soorten uitgestorven. In de achtergrondperiode zou dit aantal pas worden behaald na minimaal 800 jaar. Maar volgens schattingen zal het aantal uitgestorven soorten deze eeuw nog eens ruimschoots overtroffen worden. Want de onderzoekers achter de studie uit 2011, stellen dat op dit moment 20 tot 43 procent van alle bekende soorten met uitsterven worden bedreigd. Deze soorten zouden in theorie deze eeuw allemaal kunnen verdwijnen. Een uitsterfte op deze schaal zou een kettingreactie ontketenen die zou leiden tot een massa-extinctie. Professor Hans ter Steege van het Nederlandse onderzoeksinstituut Naturalis kan vanuit zijn expertise niet met zekerheid stellen dat er binnenkort inderdaad een massa-extinctie zal plaatsvinden. Maar ook hij maakt zich net als Ceballos en de andere onderzoekers zorgen over onze impact op het milieu. Hij zegt hier het volgende over: “Ik weet niet of (het) zal leiden tot een massa extinctie – ik hoop het niet. Het is wel duidelijk dat we extincties hebben veroorzaakt. (…) Het is ook duidelijk dat we er nog meer op ons geweten zullen hebben. Waar het stopt is een grote vraag. Een even grote vraag is wat het effect op de leefbaarheid van de aarde zal zijn voor onszelf.”

Een meteorietinslag kan een massa-extinctie veroorzaken. Zo wordt ervan uitgegaan dat een meteorietinslag een bijdrage heeft geleverd aan het uitsterven van de dinosaurussen.

Een meteorietinslag kan een massa-extinctie veroorzaken. Zo wordt ervan uitgegaan dat een meteorietinslag een bijdrage heeft geleverd aan het uitsterven van de dinosaurussen.

Wat veroorzaakt een massa-extinctie?
In tegenstelling tot de voorgaande vijf massa-extincties heeft de mogelijk aankomende extinctie geen natuurlijke oorzaak. Alle massa-extincties zijn (mede) veroorzaakt doordat ecosystemen zijn aangetast als gevolg van veranderde klimatologische omstandigheden. Maar die waren het gevolg van natuurlijke processen. Hierbij moet je denken aan zeer actief vulkanisme, die het CO2-gehalte aanzienlijk hebben verhoogd. Wat weer leidde tot temperatuurstijging en het verzuren van de oceanen. Of factoren van buiten de aarde, zoals een meteorietinslag.
Nu is evolutie een langzaam proces en wanneer ecosystemen zeer plotseling veranderen, hebben de meeste soorten simpelweg niet genoeg tijd om zich daar op aan te passen. In de afgelopen 500 jaar heeft de mens vele ecosystemen aangetast, met uitsterfte als gevolg.

De bruine nachtboomslang wist Guam te bereiken en roeide daar heel wat vogelsoorten uit.

De bruine nachtboomslang wist Guam te bereiken en roeide daar heel wat vogelsoorten uit.

Perfecte storm
De mens heeft altijd zijn omgeving aangepast aan zijn wensen. Bossen zijn gekapt om ruimte te maken voor landbouw of om aan grondstoffen, zoals hout te komen. Zo zijn grote stukken natuurlijke habitat verloren gegaan. Verder zijn uitheemse soorten (onbewust) meegebracht naar nieuwe gebieden met ecosystemen die niet om konden gaan met de nieuwkomers. Een bekend voorbeeld is de slangenplaag op het eiland Guam. In de jaren 40 van de vorige eeuw is een slang meegelift aan boord van een transporttoestel dat onderweg was naar Guam. Inmiddels zijn daar alle inheemse vogelsoorten uitgestorven. Ze wisten zich niet op tijd te wapenen tegen deze nieuwe vijand.
Vooral de afgelopen 200 jaar is de snelheid waarmee soorten uitsterven in een stroomversnelling gekomen. Door de industriële revolutie heeft de wereldgemeenschap oude bedreigingen geherintroduceerd voor een breed scala aan organismen. Het veelvuldig gebruikmaken van fossiele brandstoffen heeft ervoor gezorgd dat het CO2-gehalte wederom flink is verhoogd. Ditmaal op een kunstmatige manier. Maar de gevolgen veranderen niet. Het zorgt nog altijd voor klimaatverandering en verzuring van de oceanen. Die op hun beurt weer de bestaande ecosystemen ontwrichten. Deze negatieve effecten gaan gepaard met de steeds groter wordende druk die de wereldgemeenschap uitoefent op het milieu. De industriële revolutie heeft ervoor gezorgd dat de wereldbevolking gigantisch is gegroeid. In het jaar 1800 waren er nog slechts 1 miljard mensen die rondliepen op onze planeet. Tegenwoordig zijn dat er 7,4 miljard. Volgens schattingen zal dat aantal rond 2050 zijn gestegen naar 9,8 miljard. Daarnaast is de mondiale welvaart ook behoorlijk gestegen. We hebben nu dus te maken met een toestand waarin ‘we met meer mensen, meer verlangen’. Deze consumptiesituatie zorgt voor een ernstige aantasting van het milieu. In combinatie met de eerder genoemde factoren creëren we zo dus een ‘perfecte storm’, die onhoudbaar is voor het leven op aarde.

“Wij geloven dat de beschaving zoals wij die kennen binnen 3 à 4 decennia zal instorten”

Gevolgen
Wanneer we daadwerkelijk 75 procent van de soorten zouden verliezen, dan is dat niet alleen een ramp voor alle natuurliefhebbers onder ons. Onze wereldmaatschappij zal direct bedreigd worden door uitsterfte op deze immense schaal. Bijvoorbeeld als de honingbij zou verdwijnen dan heeft dat grote gevolgen voor de bestuiving van planten. De wereld zou in een absolute voedselcrisis terechtkomen, mocht het zover komen. Want veruit het grootste deel van de commerciële gewassen is afhankelijk van bestuiving door honingbijen. Zo zijn we met al onze moderne technologie nog steeds afhankelijk van zogenaamde ‘ecosysteemdiensten’. Professor Ceballos ziet de toekomst somber in. Hij doet de volgende voorspelling: “wij geloven dat de beschaving zoals wij die kennen binnen 3 à 4 decennia zal instorten”. Hij maakt een analogie tussen onze situatie en het wegnemen van een baksteen uit een muur: “als we één baksteen wegenemen uit een muur dan richt dat weinig schade aan. Maar als we steeds meer en meer nemen wordt de muur instabiel en stort uiteindelijk in.” Onze economie teert nu eenmaal behoorlijk op het milieu. We halen er immers al onze grondstoffen vandaan. Wanneer het milieu zwaar wordt aangetast, dan ontstaat er schaarste. Dit leidt onvermijdelijk tot meer armoede en ongelijkheid.

Het uitsterven van de honingbij zou een ramp zijn.

Het uitsterven van de honingbij zou een ramp zijn.

Toekomst
Gelukkig is volgens de onderzoekers nog niet alles verloren. Een zesde massa-extinctie kan nog steeds voorkomen worden. Maar dan zal er wel snel actie ondernomen moeten worden. Niet alleen moet, zoals Ceballos voorstelt, de wereldbevolkingsgroei gestabiliseerd worden, ook moeten de huidige bedreigde soorten (beter) beschermd worden. Vervolgens moet de druk op het milieu flink worden verlaagd. Dit moet worden bereikt door overexploitatie tegen te gaan. Op deze manier kan de natuurlijke habitat worden behouden. Verder moet de uitstoot van CO2 worden verminderd om klimaatsverandering zoveel mogelijk tegen te gaan. Dit is helaas veel makkelijker gezegd dan gedaan. Want het doorvoeren van deze maatregelen is problematisch. De grootste belemmering is een mentaliteitsprobleem. Overheden hebben economische belangen. Het beschermen van een bepaald ecosysteem lijkt in eerste instantie niets op te leveren. Behalve als je bedenkt dat ecosysteemdiensten weldegelijk van belang zijn in economisch opzicht.

Op internationaal niveau is de problematiek nog complexer. Want is het wel mogelijk om aparte landen te dwingen om hun economische exploitatie van het milieu te verminderen en is het ook wel eerlijk? Bijvoorbeeld: de gemiddelde Zweed heeft een levensstijl die vereist dat 7.0 hectare van het milieu wordt belast. In Zweden kan er maximaal 9.5 hectare per persoon worden belast zonder dat dit grote schade aanricht aan het milieu. Maar in Egypte is de situatie weer heel anders. De gemiddelde Egyptenaar verbruikt slechts 1.5 hectare in een land waar 0.5 hectare het maximaal duurzame is. Wie is er nu onverantwoordelijk bezig, de Zweed of de Egyptenaar?

Michael van Dam (1994) is een tweedejaars bachelorstudent Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn passie geschiedenis is hij ook geïnteresseerd in een grote variëteit aan wetenschappen. Hij is nieuwsgierig, heeft een voorliefde voor kennis en wordt er erg enthousiast van om dit over te kunnen brengen aan het grote publiek.