willem

‘Voor Henriëtte van de Poll en haar familie was de koning de zon, die de familie weer gouden glans gaf. Maar op dat ideaalbeeld kwamen in Henriëttes eerste week aan het hof al krasjes’. Vandaag is het precies 200 jaar geleden dat Willem Frederik Prins van Oranje-Nassau aankwam op het strand van Scheveningen, na jarenlang in ballingschap te hebben geleefd. In de periode daarna werd langzaamaan ons koninkrijk gesticht, met Willem als eerste koning. Uit het huwelijk van zijn zoon met Anna Paulowna, de latere koning Willem II, kwam een zoon voort die als koning Gorilla de boeken inging. Zijn opmerkelijke gedrag werd geregistreerd door de hofdame van zijn vrouw: Henriëtte van de Poll. In de brieven aan haar ouders deed zij verslag van het leven aan het hof in de tijd toen deze opmerkelijke koning over ons Nederland heerste.

Henriëtte van de Poll (Foto afkomstig uit het boek 'Vertel dit toch aan niemand' en eigendom van het Zeister Historisch Genootschap Van de Poll Stichting)

Henriëtte van de Poll (Foto afkomstig uit het boek ‘Vertel dit toch aan niemand’ en eigendom van het Zeister Historisch Genootschap Van de Poll Stichting)

De brieven van Henriëtte van de Poll liggen tegenwoordig in het gemeentearchief van Zeist, waar zij werd geboren in 1853. Schrijfsters Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra, beiden Oranje-deskundigen, analyseerden de brieven en schreven aan de hand daarvan een boek over het hofleven: Vertel dit toch aan niemand. Dat een hofdame ooit zulke gedetailleerde brieven heeft geschreven, is bijzonder. Niet iedereen durfde dat: “Henriëtte stelde zich daarmee kwetsbaar op. Geheimhouding was toen en is nog steeds heel erg belangrijk” vertelt Hermans aan Scientias.nl. “Zij vertrouwde volledig op de discretie van haar ouders aan wie zij de brieven schreef, wat in haar geval terecht bleek”.

Merkwaardige kroonprins
Toen Henriëtte op 1 februari 1880 aan het hof van koning Willem III en zijn echtgenote koningin Emma in dienst trad, had zij nooit verwacht dat haar koning geestelijk niet in orde was. Tijdens zijn jeugd viel het merkwaardige gedrag van Willem III al op. “Hoge Europese diplomaten waarschuwden elkaar dat in Nederland een merkwaardige kroonprins opgroeide,” aldus Hermans. Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk werd geboren op 19 februari 1817 in Brussel als de eerste zoon van Willem II en de Russische zuster van tsaar Alexander, Anna Paulowna. Al op vroege leeftijd leek hij waan en werkelijkheid wel eens uit het oog te verliezen. Er is nooit vastgesteld wat Willem precies mankeerde maar men denkt dat hij schizofreen was. Deze genen had hij mogelijk ook niet van een vreemde; hij was de kleinzoon van tsaar Paul de Krankzinnige. “Die bijnaam zegt al genoeg”. Ook al had de kroonprins bepaalde genen geërfd van zijn moeder, zijn gedrag is hoogstwaarschijnlijk verergerd door zijn jeugd. Hermans: “Zo was de relatie met zijn moeder koel. Anna had een voorkeur voor zijn jongere broer Alexander die zij niet onder stoelen of banken stak.”

Koning Willem III in zijn latere jaren. Bron: Wikimedia Commons

Koning Willem III in zijn latere jaren. Bron: Wikimedia Commons.

Koningschap
Het gedrag van Willem III werd ook verergerd door zijn koningschap. “Dat kan niet anders omdat de koning de baas is van de hofhouding. Niemand kan iets tegen hem inbrengen en éénrichtingsverkeer is niet bevorderlijk voor iemands ontwikkeling en leiderschap,” vertelt Hermans. In 1849, na de dood van koning Willem II, volgde hij zijn vader op. In eerste instantie weigerde Willem dit te doen. Hij hekelde de liberale wet van Thorbecke, die zijn vader tijdens zijn regeerperiode had ondertekend. Deze wet hield in dat de koning vrijwel geen macht meer had en dat de ministers voortaan alle verantwoordelijkheid op zich zouden nemen. Pas nadat er grote druk op hem was uitgeoefend, ging hij overstag.

Macht
Toen Willem III koning werd, was er eigenlijk nog maar één plek waar hij macht had: aan het hof. Wie een baan in het paleis bemachtigde genoot status onder de adel. Hovelingen waren dus bereid om alles te doen waar de koning om vroeg. Zo keken zij dagelijks, uit angst om hun baan te verliezen, stilletjes toe hoe hun baas zich als een driftkikker door de gangen bewoog. Vooral tijdens de zomermaanden op Paleis het Loo genoot de koning van de macht die hij niet in Den Haag, maar wel aan het hof had. Zo schreef Henriëtte dat er dagelijks woedeaanvallen plaatsvonden omdat de bouillon te zout was of als het personeel hem niet gegroet had of omdat een lakei niet in de vestibule stond als hij langsliep. Aan tafel werd niet gesproken vanwege de angst iets verkeerds te zeggen en dus was Willem III de gespreksleider. Zelfs zijn vrouw, Emma, sprak niet aan tafel omdat hij liever niet wilde dat zij zich op de voorgrond zou plaatsen. Wel waren er drie ‘veilige’ gespreksonderwerpen: de tuinen van het Loo, de watersnood en de jacht. In ‘Vertel dit toch aan niemand‘ beschrijven Hermans en Hooghiemstra hoe Willem III zich bedreigd voelde door alles en iedereen en hoe het hof zich bedreigd door hem voelde. Het was nooit zeker hoe de koning op een situatie reageerde, het kleinste voorval kon leiden tot een woede-uitbarsting.

Hekel aan de dood

Koning Willem III had een hekel aan de dood. Zo schrijft Henriëtte in één van haar brieven: ‘Hij had het er zoo vreeslijk op tegen iets te zien dat hem aan sterven herinnert dat hij had geëist de begrafenis te regelen buiten zijn blikveld’. Zo wilde Willem III ook de dood van zijn schoonzusje Marie terzijde schuiven. Het onderwerp was in het paleis taboe. Henriëtte beschrijft hoe Emma gedwongen werd om over andere dingen aan tafel te praten dan haar overleden zus en dat dit haar veel moeite kostte. De koning nam vervolgens haar hand in de zijne, keek haar aan en zei ‘chère ange’. Henriëtte had er veel moeite mee om dit aan te zien.

Zuinig
Koning Willem III was een zuinige man. Zo was hij geobsedeerd door het gebruik van brandstof. Henriëtte was vaak bang dat hij zou ontdekken dat zij haar kacheltje op haar kamer aanhad. Ook beschrijft zij een tafereel tijdens het dessert aan het begin van mei in 1888, toen het nieuwe fenomeen ‘elektrisch licht’ werd besproken. Aan tafel vroeg de koningin zich af of het elektrisch licht duurder was dan gasverlichting waarop haar man kortaf antwoordde: oneindig veel duurder. Emma vroeg zich vervolgens af waarom alle steden dan nu met elektriciteit werden verlicht. Op deze vraag ging de koning door het lint, hij schreeuwde door de eetzaal: “Het lijkt mij dat je wel kunt vertrouwen op wat ik je zeg”. Emma en haar twee hofdames Henriëtte en Elise reageerden geschokt en werden vuurrood. In haar brief beschreef Henriëtte hoe het kopje van de koningin trilde. Ook schafte Willem III het roken af aan het hof, om vervolgens de sigaren te roken van de heren om hem heen.

Relaties
Van alle relaties die Willem III in zijn leven genoot waren er maar weinig goed. Zo vertelt Hermans dat hij zijn twee oudste zonen uit zijn eerste huwelijk met Sophie van Württemberg haatte. “Toen Willem (bijnaam Wiwill) en Alexander kwamen te overlijden deed hem dat niet viel. Gedurende de begrafenis van Alexander was hij zelfs in een opperbest humeur. De haat naar zijn twee zoons was overigens wederzijds.” De Nederlandse regering nam de koning niet serieus: “Thorbecke had altijd twee pennen bij zich voor een handtekening omdat Willem III de eerste pen uit drift door de kamer heen slingerde en de tweede pen gebruikte als hij weer kalm was.” Daarnaast was hij een jaloerse man, zoals blijkt uit de brieven van Henriëtte. Zij kon het namelijk zeer goed vinden met Emma waarop de koningin vaak haar kamerdeur op slot deed als Henriëtte langskwam. ‘Dat doet zij uit angst dat de Koning eens onverwacht mocht binnenkomen en mij dan zeer intiem knie aan knie met Haar zou zien zitten’. De relatie met zijn dochter Wilhelmina was wel goed. Zo vertelt Hermans dat hij iedere dag een speeluurtje met haar had, waarbij zij bijvoorbeeld papieren bootjes lieten drijven in bad. Zo sprak Wilhelmina ook altijd met groot respect over haar vader. “Het is dan ook moeilijk te zeggen of zij van het gedrag van haar vader af wist” aldus Hermans. “Wilhelmina erfde wel zijn ‘Russisch temperament’ wat met succes door haar moeder de kop in werd gedrukt.”

Koningin Emma en haar twee hofdames Henriëtte (rechts) en Elise (links). (Foto afkomstig uit het boek 'Vertel dit toch aan niemand' en eigendom van het Gemeentearchief Zeist)

Koningin Emma en haar twee hofdames Henriëtte (rechts) en Elise (links). (Foto afkomstig uit het boek ‘Vertel dit toch aan niemand’ en eigendom van het Gemeentearchief Zeist)

Opstand
Aan het einde van koning Willem III’ regeerperiode was het Nederlandse volk nauwelijks tot niet meer geïnteresseerd in hun koning. Zo verschenen er pamfletten met daarop de tekst ‘koning Gorilla’. Toen Willem hier van hoorde, liet hij de maker van het pamflet achter de tralies verdwijnen wegens majesteitsschennis. Pas na de dood van de koning in 1890 wakkerde de oranjegezindheid weer aan. “Opstanden werden door Emma en later door Wilhelmina in de kiem gesmoord door zich in het heetst van de strijd samen met hun kleine dochtertjes (Wilhelmina en Juliana) te midden van het volk te vertonen. Dit wekte beschermende gevoelens op,” vertelt Hermans.

Bombarie
In de memoires van Henriëtte beschrijft zij hoe de minachting voor de koning groeide met de dag en zij zich uiteindelijk voor hem ging schamen. Volgens haar ‘trad hij op met veel bombarie maar presteerde hij niets’. Zo schreef zij dat als hij op jacht ging, hij een groot gevolg mee nam, inclusief een brigadier om eventuele stropers in te rekenen, maar bij terugkomst was zijn buit één ekster. Ook liet hij zijn architect Eberson speciaal naar het Loo komen voor een paleis dat hij wilde bouwen. Hij wist alleen niet waar het moest komen te staan. Op die manier had Willem III volgens Henriëtte al veel paleizen gebouwd. Maar was onze koning Willem III dan toch nog ergens goed in? Volgens Hermans wel, “Hij heeft zich bijvoorbeeld altijd met de volle honderd procent ingezet voor de watersnood in ons land”. Ook kon de koning zeer hartelijk zijn en betuigde hij vaak spijt na zijn woede-uitbarstingen.

Emma en Wilhelmina in 1890, na de dood van koning Willem III. Bron: Wikimedia Commons.

Emma en Wilhelmina in 1890, na de dood van koning Willem III. Bron: Wikimedia Commons.

Ziektebed
Toen de gezondheid van de koning in 1888 verslechterde, trok hij met zijn gezin naar het Loo. Inmiddels was hij niet meer in staat om te regeren. Hij leed aan een nierziekte en was dermate in de war dat hij staatsstukken ondertekende met zelfverzonnen pauselijke namen. Daarnaast hield hij vanaf zijn ziekbed hele toespraken. Ook was hij bang dat men hem in zijn slaap zou vermoorden. Omdat de koning zo in de war was, werd Emma op 20 november 1890 als regentes beëdigd in Den Haag. Negen dagen later stierf de vorst, op 73-jarige leeftijd. Wilhelmina was toen tien jaar oud. Op de kist van haar vader lagen de bloemen van de jonge kroonprinses, met daarop de tekst: ‘Voor vader, van zijn lieve kind’. Op 6 september 1898 werd Wilhelmina op 18-jarige leeftijd ingehuldigd als de eerste koningin der Nederlanden. Met de dood van haar vader kwam er voor lange tijd een einde aan vorsten in Nederland. Pas in 2013 kreeg ons land weer een koning: Willem-Alexander.

Henriëtte van de Poll bleef na de dood van haar merkwaardige koning hofdame van Emma, tot aan diens dood in 1934. Omdat zij nooit trouwde en ook geen kinderen had gekregen, keerde zij terug naar haar ouderlijk huis Beek en Royen in Zeist. In de laatste paar jaar van haar leven kwam prinses Juliana, de dochter van Wilhelmina haar veelvuldig opzoeken. Vanaf 1938 nam zij zelfs de nieuwe kroonprinses mee, Beatrix. Maar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak kwam er aan deze bezoeken abrupt een einde, toen de koninklijke familie naar Canada vluchtte. Na de bevrijding keek Henriëtte zeer uit naar het wederzien met Juliana maar dit kwam er telkens niet van. Uiteindelijk was het te laat en overleed zij op 17 maart 1946. Henriëtte heeft na de oorlog geen enkel lid van ‘haar’ koninklijke familie ooit nog teruggezien.