Vrouwelijke koolmezen vallen op mannetjes die laag zingen. Stadslawaai dwingt de mannetjes echter om hoog te zingen. Gevolg: ze kunnen geen vrouwtje versieren.

Uit eerdere onderzoeken was al gebleken dat vogels steeds hoger gaan zingen om boven het stadslawaai uit te kunnen komen. Onderzoeker Wouter Halfwerk vroeg zich af welke gevolgen dat precies heeft voor de koolmees in de stad.

Laag alstublieft!
Hij ontdekte dat mannetjes heel laag zingen als vrouwtjes op hun vruchtbaarst zijn. Hoe lager een mannetje op dat moment zingt, hoe groter de kans dat een vrouwtje overstag gaat. Dat lage noten echt heel belangrijk zijn, blijkt wel uit het feit dat vrouwtjes zelfs vreemdgaan als ze vinden dat hun mannetje niet laag genoeg zingt.

WIST U DAT…

…jonge vogeltjes opeens perfect kunnen zingen als een vrouwtje luistert?

Hoger
Mannetjes zijn er dus bij gebaat om laag te zingen. Maar helaas lukt dat lang niet altijd. Vooral koolmezen in de stad worden gehinderd door het lawaai. Om toch gehoord te worden, zingen ze een toontje hoger. Het resultaat: de vrouwtjes horen ze wel, maar moeten ze vaak niet.

Oplossing
Een probleem dus, zo concludeert onderzoeker Halfwerk in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences. Toch heeft hij hoop dat de vogels zelf met een oplossing zullen komen. Hij voorspelt dat ze andere akoestische eigenschappen gaan gebruiken om de concurrentie met andere mannetjes aan te kunnen en – ondanks het lawaai – toch een vrouwtje te versieren.

Het onderzoek verklaart ook een aantal zaken. Bijvoorbeeld waarom vogels die in rustige gebieden leven veel meer jongen krijgen dan hun soortgenoten in de stad.