Ze kunnen zich met een snelheid van wel 40 lichaamslengtes per seconde voortbewegen en zijn daarmee sneller dan alle andere jonge vissen (en véél sneller dan de beste menselijke zwemmers).

Dat schrijven onderzoekers in het blad Fish and Fisheries. Voor de studie stelden ze de zwemsnelheid van jonge visjes, behorende tot meer dan 200 verschillende soorten, vast. En al snel bleken de vissen die vroeg of laat in koraalriffen een thuis vinden, er met kop en schouders bovenuit te steken.

Riffen
“We ontdekten dat babyvissen die later in hun leven in riffen – hetzij in een tropisch of gematigd klimaat – gaan wonen, geëvolueerd zijn om grotere spieren te laten groeien en sneller te zwemmen dan hun familieleden die niet in riffen wonen,” vertelt onderzoeker Peter Cowman.

Supersnel
De jonge koraalvissen bleken tot de snelste jonge vissen op aarde te behoren. Heel concreet haastten ze zich soms met snelheden van wel 15 tot 40 lichaamslengtes per seconde voort. Ter vergelijking: jonge haringen blijven steken op snelheden van twee lichaamslengtes per seconde. En menselijke topzwemmers zijn zelfs nog ietsje trager; zo kan achtvoudig winnaar van een gouden Olympische medaille Michael Phelps zich ‘slechts’ met 1,4 lichaamslengtes per seconde voortbewegen.

Atleten
Dat juist de koraalvissen zulke supersnelle en -sterke jongen voortbrengen, is volgens de onderzoekers goed te verklaren. “Wanneer ze jong zijn en op zoek gaan naar een rif dat ze hun thuis kunnen noemen, moeten de koraalvissen de open oceaan met zijn stromingen doorkruisen,” aldus onderzoeker Adam Downie. “En om dat succesvol te kunnen doen, moeten ze een hogere zwemcapaciteit hebben dan andere vissen die niet in riffen leven.” De jonge koraalvissen ontwikkelen de grote spieren die nodig zijn voor deze krachtinspanning razendsnel. “Deze kleine wezens drijven niet passief in de oceaan rond,” benadrukt onderzoeker Jodie Rummer. “Het zijn goed afgestemde atleten.”

Kwaliteit van de thuishaven
Of de vissen ook in hun latere leven – als ze zich eenmaal in een rif gevestigd hebben – atletisch blijven, blijkt sterk af te hangen van de omstandigheden in dat rif. Wanneer de vissen zich vestigen in een rif dat onder druk staat door vervuiling, vaarverkeer of de opwarming van oceaanwater, hebben ze mogelijk meer energie nodig om in leven te blijven en dat gaat ten koste van hun groei en andere belangrijke activiteiten zoals zwemmen. “Hoewel koraalvissen op jonge leeftijd uitzonderlijke zwemmers kunnen zijn, kunnen hun thuisomstandigheden een enorme impact hebben op hun prestaties – en waarschijnlijk ook op hun ontwikkeling tot gezonde volwassenen,” merkt Downie op.

Dat laatste is zorgwekkend, want riffen staan wereldwijd onder druk. Warmere wateren leiden tot verbleking en sterfte van koraal. En ook vervuiling, overbevissing, veel (toeristisch) vaarverkeer en kustontwikkeling vormen een bedreiging voor koraalriffen en dus ook de vele soorten die in deze riffen wonen. “Als we wereldwijd zoveel schade aan de riffen blijven aanrichten, dan komen toekomstige populaties koraalriffen in de problemen,” benadrukt Rummer. “Aantasting van de gezondheid van babyvissen tast uiteindelijk ook de gezondheid van volwassen populaties en daarmee de gehele mariene ecosystemen aan.” Downie sluit zich daarbij aan. “Onze resultaten laten zien hoe belangrijk het is dat we de impact die mensen op deze kwetsbare soorten en ecosystemen hebben, snel inperken.”