Hij hakte ermee op zijn prooien in.

Dat stelt een Amerikaanse onderzoeker nadat hij zich nog eens over de korte armpjes van de machtige vleeseter heeft gebogen. Zijn bevindingen presenteerde hij tijdens een bijeenkomst van The Geological Society of America.

Nuttig
De korte armpjes van de T. rex spreken tot de verbeelding. Want wat moest de enorme vleesetende dino met zulke kleine ledematen? Sommige onderzoekers denken dat ze nutteloos waren: een restant van de tijd dat de voorouders van T. rex nog op vier poten liepen. Maar onderzoeker Steven Stanley wil daar niet aan. Volgens hem wijzen zeker zes kenmerken erop dat de armpjes van T. rex zeker een functie hadden. Sterker nog: ze waren van cruciaal belang tijdens de jacht.

Diepe wonden
Volgens Stanley gebruikte de dinosaurus zijn korte armen bijvoorbeeld wanneer deze op de rug van een prooidier sprong of een prooidier tussen zijn krachtige kaken had geklemd. Met de armpjes – met elk twee grote klauwen – kon de dinosaurus binnen een paar seconden vier diepe, meer dan één meter lange sneden aanbrengen in het lijf van de prooi. En door dat herhaaldelijk en snel achter elkaar te doen, moet een prooi al heel snel bezweken zijn.

Hier zie je Sue: één van de grootste Tyrannosaurussen die ooit is teruggevonden. Afbeelding: Chase Elliott Clark (via Wikimedia Commons).

Sterk, met twee klauwen
Zoals gezegd zijn er volgens Stanley zeker zes kenmerken van de armen die zijn hypothese onderschrijven. Zo moeten de armen enorm sterk zijn geweest: ongeveer net zo sterk als de benen van een volwassen man. Verder wijst Stanley erop dat het heel bijzonder is dat T. rex niet drie, maar twee klauwen aan de voorpoten had zitten. Maar als je bedenkt dat hij de armen gebruikte om op zijn prooien in te hakken, is het logisch. Want met twee in plaats van drie klauwen was de kracht die elke klauw op de huid van de prooi uit kon oefenen veel groter. Ook de vorm van de acht tot tien centimeter lange klauwen – sikkelvormig – wijzen erop dat deze heel geschikt waren voor het aanbrengen van diepe wonden.

Ook over de evolutie van de armpjes van T. rex heeft Stanley een helder idee. Volgens hem gebruikten de voorouders van de Tyrannosaurussen hun lange armen om prooien te grijpen. Maar naarmate hun kaken krachtiger werden, namen deze die functie over, waarop die armen nutteloos en dus kleiner werden. Maar ergens in dat proces – toen de armpjes nog ongeveer een meter lang waren – bleken die armen opeens weer nuttig te worden. En de natuurlijke selectie die eerder de ondergang van deze armen had ingeluid, kreeg er weer een voorliefde voor, waardoor de T. rex dus nog vele jaren met één meter lange armen rond bleef lopen en er lustig met die armpjes op lossloeg.