Op 23 mei 1967 dachten de Amerikanen dat de Russen met hun radarapparatuur rommelden. Net op tijd ontdekten ze echter dat de zon de boosdoener was.

Voor het eerst beschrijven Amerikaanse luchtmachtofficieren die gebeurtenissen aan het grote publiek. Hun verhaal is te lezen in het blad Space Weather.

Radarapparatuur
Op 23 mei 1967 maakte de Amerikaanse luchtmacht diverse vliegtuigen in orde voor oorlogsvoering. De reden? Men was er van overtuigd dat de Russen rommelden met Amerikaanse radarapparatuur op onder meer Groenland en Alaska. De radarapparatuur moest inkomende raketten van de Sovjet-Unie detecteren, maar werkte die dag niet. Dat moest de schuld van de Russen zijn, zo redeneerde de luchtmacht. En een aanval op de radarapparatuur werd gezien als een oorlogsdaad. Tijdens het grootste deel van de jaren zestig stonden vliegtuigen met aan boord nucleaire wapens klaar om in actie te komen. Maar op 23 mei 1967 werden extra vliegtuigen klaargezet om in actie te komen. Zover kwam het echter niet, dankzij onderzoekers die het ruimteweer nauwlettend in de gaten hielden.

De zon op 23 mei 1967. Afbeelding: National Solar Observatory.

De zon op 23 mei 1967. Afbeelding: National Solar Observatory.

Zonnevlam
Het Amerikaanse leger begon de activiteit van de zon en het ruimteweer (verstoringen in het magnetisch veld en het bovenste deel van de atmosfeer van de aarde) aan het eind van de jaren vijftig in de gaten te houden. In de jaren zestig hield een tak van de Air Force’s Air Weather Service (AWS) de zon continu in de gaten. Er werd gezocht naar zonnevlammen die vaak leidden tot verstoringen van het magnetisch veld van de aarde. Verstoringen die weer de communicatie- en radarapparatuur in de weg konden zitten. De AWS werkte vanaf verschillende observatoria en stuurde tegen 1967 dagelijks informatie naar het North American Aerospace Defense Command (NORAD). Op 18 mei 1967 verscheen op een deel van de zon een ongebruikelijke grote groep zonnevlekken en een paar dagen later ontstond een zonnevlam. De onderzoekers voorspelden dat de straling binnen 36 tot 48 uur zou leiden tot een verstoring van het aardmagnetisch veld (zie kader).

De onderzoekers kregen gelijk. Zo’n veertig uur na de zonnevlam ontstond een geomagnetische storm die de radiocommunicatie van de Amerikanen bijna een week lang dwarszat. De storm was zo krachtig dat het poollicht – normaliter alleen zichtbaar in of nabij de poolcirkel – zelfs tot in New Mexico te zien was.

Zon
Het wordt 23 mei en de radarapparatuur op drie plaatsen werkt niet meer. Terwijl de luchtmacht zint op een militaire reactie, gaat NORAD na of er nog activiteit is geweest op de zon. Die vraag belandt op het bordje van de inmiddels gepensioneerde kolonel Arnold L. Snyder. “Ik herinner me nog heel goed dat ik opgewonden antwoordde: ‘Ja, de halve zon is weggeblazen’ en vervolgens de gebeurtenissen op een kalmere wijze uit de doeken heb gedaan,” vertelt hij. Onderzoek wijst uit dat de radarapparatuur op alledrie de plekken verstoord kan zijn door straling van de zon. En naarmate de straling van de zon afneemt, neemt ook de verstoring van de radarapparatuur af. Verder bewijs dat de zon en niet de Russen achter de radarproblemen zitten.

Ernstige situatie
Die informatie wordt doorgezet naar de luchtmacht en bereikt deze waarschijnlijk nog net op tijd. De vliegtuigen blijven aan de grond en inzet van nucleaire wapens wordt voorkomen. “Dit was een ernstige situatie,” stelt Delores Knipp, eerste auteur van het paper over de gebeurtenissen. “Maar het verhaal krijgt een wending: dingen gingen helemaal mis en dan gaat iets prijzenswaardig goed.”

De storm leidde er uiteindelijk toe dat het leger inzag dat ruimteweer een probleem kon zijn tijdens militaire operaties. Er werd vervolgens gewerkt aan een nog beter systeem om ruimteweer te voorspellen.