Eerste levensvormen noemden het twee tot drie jaar na de inslag al hun thuis.

En zo’n 30.000 jaar na de inslag was er in de krater zelfs al sprake van een florerend ecosysteem. Het is verbazingwekkend.

Herstel
Toen er zo’n 66 miljoen jaar geleden een flinke planetoïde op de aarde klapte, leidde dat tot een enorme massa-extinctie: naar schatting verdween zo’n 75% van alle soorten op aarde. De meest bekende slachtoffers zijn natuurlijk de dinosaurussen. Wanneer we nu om ons heen kijken, weten we dat de overlevenden weer moeten zijn opgekrabbeld en uiteindelijk zelfs hebben geprofiteerd van de ruimte die er door de massa-extinctie op aarde ontstond. Maar hoe ging dat opkrabbelen in zijn werk? Ging dat langzaam of juist heel snel? Aangenomen werd dat dat afhankelijk was van het gebied waarin de overlevenden zich ophielden. Hoe kleiner de afstand tussen hun leefgebied en de inslagkrater was, hoe trager hun herstel moet zijn geweest. Maar een nieuw onderzoek veegt die aanname van tafel. Wetenschappers hebben namelijk ontdekt dat in de krater die door de inslag ontstond binnen een jaar of drie al mariene dieren te vinden waren. En binnen 30.000 jaar was er zelfs sprake van een florerend ecosysteem. Het betekent dat het herstel op deze plek – waar de catastrofe zich dus daadwerkelijk voltrok – veel sneller ging dan elders op aarde.


Verrassend snel
“Wij ontdekten dat er een paar jaar na de inslag leven in de krater was,” stelt onderzoeker Chris Lowery. “En dat is echt snel, verrassend snel. Het laat zien dat je over het algemeen niet kunt voorspellen hoe het herstel gaat.”

Kern
De krater die zo’n 66 miljoen jaar geleden ontstond, is door de tijd heen gevuld met sedimenten en gesteenten. Recent hebben onderzoekers in de krater een 800 meter lange kern opgeboord die je kunt zien als een soort tijdcapsule. De kern vertelt ons laagje voor laagje wat zich door de tijd heen in de krater heeft afgespeeld. De ontdekking dat er binnen enkele jaren alweer leven in de krater te vinden was, is met name gebaseerd op de ontdekking van microfossielen: resten van eencellige organismen zoals algen en plankton. Maar ook op gesteenten die in de krater zijn teruggevonden en waarin holletjes van grotere organismen zijn aangetroffen.

Lokale factoren
Het laat volgens de onderzoekers zien dat de inslag weliswaar een massa-extinctie veroorzaakte, maar vervolgens niet het herstel van het leven op aarde in de weg zat. Dat het leven op de plaats van de inslag zelfs veel sneller herstelde dan elders op aarde – zo duurde het in het noorden van de Atlantische Oceaan naar schatting 300.000 jaar voor het leven zich hersteld had – is waarschijnlijk dan ook te herleiden naar lokale factoren.


Hoewel het leven in de krater zich snel herstelde, zag het er uiteindelijk wel heel anders uit dan vóór de inslag. De weinige soorten die de inslag – en de nasleep ervan – overleefden, namen de ruimte in die de uitgestorven soorten hadden achtergelaten en evolueerden tot nieuwe soorten die beter aangepast waren aan de veranderde omstandigheden.