Wetenschappers hebben op het noordelijk halfrond van Ceres tientallen kraters ontdekt die nooit direct zonlicht zien en mogelijk waterijs bevatten.

Permanent in de schaduw gelegen gebieden ontvangen geen direct zonlicht. Meestal bevinden ze zich op de bodem van een krater of langs het deel van de kraterwand dat op de pool gericht is. De gebieden vangen nog steeds indirect zonlicht op, maar als de temperatuur ondanks dat indirecte licht (en dus warmte) onder de -151 graden Celsius kunnen ze toch nog dienst doen als ‘cold trap’ (een plek waar waterijs zich verzamelt en stabiel blijft). Onderzoekers vermoeden al langer dat dwergplaneet Ceres zulke ‘cold traps’ bezit, maar hadden ze nog nooit met eigen ogen gezien.

Kraters
Tot nu. Geholpen door Dawn, de ruimtesonde die momenteel rond Ceres cirkelt, hebben onderzoekers een aantal kraters geïdentificeerd die permanent in de schaduw liggen. Het gaat om enkele tientallen kraters op het noordelijk halfrond. De grootste is zo’n 16 kilometer breed en bevindt zich op minder dan 65 kilometer afstand van de noordpool. Al deze permanent beschaduwde gebieden samen beslaan een gebied dat zo’n 1800 vierkante kilometer groot is. Dat is slechts een fractie van het landschap: veel minder dan 1 procent van het oppervlak van het noordelijk halfrond.

IJsafzettingen
Het is aannemelijk dat deze permanent in de schaduw gelegen kraters ijsafzettingen bevatten. “De omstandigheden op Ceres zijn precies goed voor het verzamelen van waterijsafzettingen,” stelt onderzoeker Norbert Schorghofer. “Ceres heeft precies genoeg massa om watermoleculen vast te houden en de permanent in de schaduw gelegen gebieden die we geïdentificeerd hebben, zijn extreem koud.”

Dun laagje ijs in 100.000 jaar
Berekeningen suggereren dat van elke 1000 watermoleculen die op het oppervlak van Ceres gegenereerd worden er per jaar (een jaar op Ceres duurt 1682 dagen) 1 in een ‘cold trap’ belandt. Dat lijkt weinig. Maar dat is genoeg om over een periode van zo’n 100.000 jaar een dunne, maar detecteerbare ijslaag in een krater te vormen. En de onderzoekers denken dat sommige van de kraters al miljarden jaren op rij koud genoeg zijn om dienst te doen als ‘cold trap’.

Eerder zijn ‘cold traps’ ook al aangetroffen op de maan en Mercurius. Maar voor zover we nu weten, onderscheiden de ‘cold traps’ op Ceres zich duidelijk van die op de maan en Mercurius. Zo zijn ze veel kouder: Ceres is op veel grotere afstand van de zon gelegen. Tevens lijkt het erop dat Ceres met een relatief gezien veel groter waterreservoir ‘geboren’ is.