Misschien heb je het je nog nooit afgevraagd. Maar Amerikaanse wetenschappers bleven zich er het hoofd over breken. En dus hebben ze het middels experimenten uitgezocht.

Het idee voor dit opmerkelijke onderzoek – gepubliceerd in het blad Journal of Archaeological Science – ontstond dankzij het boek Shadows in the Sun, geschreven door Wade Davis. In het boek vertelt Davis over een Inuit die weigerde om zich in een dorpje te vestigen en erop stond om op het ijs te leven. In een laatste poging hem op andere gedachten te brengen, nam zijn familie al zijn gereedschappen af. Maar de Inuit was niet voor één gat te vangen. Hij stapte uit zijn iglo, poepte en maakte van zijn uitwerpselen een bevroren mes. Met dat mes doodde hij een hond. De ribbenkast van de hond deed vervolgens dienst als slede. En van de huid maakte hij een tuigje dat hij bij een andere hond omdeed, zodat deze de slee kon trekken. Vervolgens verdween de Inuit in de duisternis.

Is het echt waar?
“Sinds de publicatie is dit verhaal al heel veel keren opgedoken in documentaires, boeken en diverse websites en fora,” zo schrijven de onderzoekers in hun paper. Maar klopt het ook? In een poging dat te achterhalen, besloten de onderzoekers na te gaan of het überhaupt mogelijk is om vlees te snijden met een mes gemaakt van bevroren uitwerpselen. En dat is een lastiger experiment dan je misschien denkt..


Overigens had Wade Davis – de man die het verhaal in zijn boek ‘Shadows in the sun’ optekende – ook al zijn twijfels bij het verhaal van de Inuit. Toen hij het verhaal uit de mond van een Inuit hoorde, dacht hij direct dat deze hem voor de gek hield. Tot hij het verhaal las van Peter Freuchen: een Deense poolreiziger die een beitel maakte van zijn eigen bevroren uitwerpselen om zich nadat hij was ingesneeuwd te bevrijden. Met dat in gedachten leek het verhaal van de Inuit niet meer zo onwaarschijnlijk, zo redeneerde Davis. De onderzoekers zijn daar echter niet zo van onder de indruk. Ze stellen dat niemand er getuige van is geweest dat Freuchen zich met een van uitwerpselen gemaakte beitel bevrijdde en de beste man het dus ook net zo goed verzonnen kan hebben. Daarnaast is een beitel niet te vergelijken met een mes. Net als de materialen die de Inuit en Freuchen met hun zelfgemaakte gereedschappen te lijf zouden zijn gegaan; de Inuit ging weefsels te lijf, terwijl Freuchen het op sneeuw had gemunt.

Experiment
Zo vereiste het experiment allereerst dat één van de onderzoekers op een ‘Arctisch’ dieet ging, zodat zijn uitwerpselen overeenkwamen met die van een Inuit. Gedurende acht dagen volgde de onderzoeker in kwestie een dieet dat rijk was aan eiwitten en vetzuren. Vanaf dag vier werden zijn uitwerpselen verzameld waarna men er – met de hand of met behulp van een mal – een mes van maakte. Die messen werden vervolgens bij een temperatuur van -20 graden Celsius bewaard. Tevens sloegen de onderzoekers – bij vergelijkbare temperaturen – huid, spieren en pezen van een varken op, om deze later met behulp van de uit uitwerpselen gefabriceerde messen te kunnen snijden.

Niet functioneel
Zo’n twee dagen voor het moment van de waarheid aanbrak, werden de varkenshuid, -spieren en -pezen ontdooid. En kort voor er daadwerkelijk gesneden werd, haalden de onderzoekers de messen uit de diepvries om ze vervolgens met een vijl nog iets scherper te maken en daarna enkele minuten in droogijs te leggen, zodat ze goed bevroren waren. En toen kon het snijden beginnen. “We begonnen met de huid, vanuit de gedachte dat als de messen geen huid konden snijden, ook pogingen om spieren en pezen te snijden vruchteloos zouden zijn,” aldus de onderzoekers. Geen van de messen – ongeacht of ze nu met de hand of middels een mal gevormd waren – bleek door de huid te kunnen snijden. “In plaats van erdoorheen te snijden, smolt de rand van het mes zodra het contact maakte met de huid, ondanks dat deze nog koud was, waardoor er strepen ontlasting achterbleven.” Wat de onderzoekers betreft, is het dan ook duidelijk: “Onze resultaten suggereren dat de messen gemaakt van bevroren menselijke uitwerpselen niet functioneel zijn.” Ze benadrukken daarbij dat de messen echt goed bevroren waren en kort voor het experiment nog met een vijl waren aangescherpt. “En we gebruikten een koude, haarloze, in plaats van een warme met haar bedekte huid. In andere woorden; we gaven onze messen de grootste slagingskans en toch functioneerden ze niet.”

Ongetoetste beweringen toetsen
Het lijkt misschien een heel ludiek verhaal, maar zo moeten we het zeker niet zien, aldus de onderzoekers. “Maatschappelijke verhalen en maatschappelijk beleid is vaak gebaseerd op antropologische en wetenschappelijke beweringen. Hoewel het verhaal dat inheemse en prehistorische mensen heel vindingrijk en innovatief zijn, breed onderschreven wordt, komt het onder druk te staan als een ongetoetste bewering gebruikt wordt om het te onderschrijven. Als een ongetoetste bewering gebruikt wordt om een bepaalde houding te onderschrijven – zelfs als die houding ook nog op andere manieren wordt onderschreven – is er geen logische reden om ook een tweede ongetoetste bewering niet te omarmen. Het gebruik van ongetoetste beweringen wordt dan de norm en kan gebruikt worden om een houding die goed, maar ook een houding die slechts is voor de samenleving, te onderschrijven. Daarom moeten antropologen actief op zoek gaan naar ongetoetste beweringen, aannames, roddels en legendes en zich er door deze te testen van verzekeren dat alle verhalen die eruit voortkomen, wel kloppen.”


Met het oog daarop hebben deze onderzoekers hun plicht gedaan. Ze hebben een hardnekkige legende de wereld uitgeholpen. En zichzelf en passant misschien aan een plekje geholpen op de lijst met genomineerden voor de Ig Nobelprijs 2020..