Eerst een prik van Pfizer/BioNTech. En daarna eentje van Oxford/Astrazeneca. Werkt dat? In Groot-Brittannië gaan ze het uitzoeken.

Vaccineren wordt nog altijd gezien als de beste manier om uit deze pandemie te komen. Maar de weg naar de beoogde vaccinatiegraad
is lang en hobbelig. Grootste uitdaging van dit moment is het verkrijgen van het benodigde aantal vaccins. Want farmaceuten kunnen op korte termijn niet aan de wereldwijde vraag voldoen en dus komen vaccins slechts mondjesmaat beschikbaar. Dat de in omloop zijnde vaccins ook nog eens twee keer moeten worden toegediend, helpt niet mee. Het betekent immers dat je twee keer zoveel vaccins nodig hebt en er – idealiter – voor elke gevaccineerde persoon nog eenzelfde vaccin op voorraad moet blijven.

Combinatie
Er zou wellicht iets meer ruimte ontstaan als het mogelijk is om vaccins te combineren en mensen bijvoorbeeld eerst een Pfizer-prik te geven en later een Oxford-prik. Als Pfizer op dit moment bijvoorbeeld maar 100.000 vaccins kan leveren, maar Oxford over twee weken weer met een nieuwe voorraad vaccins komt, hoef je geen 50.000 Pfizer-prikken achterwege te houden, maar kun je deze helemaal opprikken en voor de tweede prikronde de Oxford-vaccins gebruiken.


Maar kan dat? En zijn de vaccins in die samenstelling nog even effectief? In Groot-Brittannië gaan ze dat nu uitzoeken. Aan het onderzoek moeten 800 proefpersonen deelnemen. Zij worden opgedeeld in acht verschillende groepen. De eerste groep krijgt met een tussenpoos van 28 dagen twee keer het Oxford-vaccin. De tweede groep krijgt ook twee keer datzelfde vaccin, maar dan met een tussenpoos van 12 weken. De derde en vierde groep krijgen met een tussenpoos van respectievelijk 28 dagen en 12 weken het Pfizer-vaccin. En de vijfde en zesde groep krijgen eerst het Oxford-vaccin en respectievelijk 28 dagen of 12 weken later het Pfizer vaccin. Voor de zevende en achtste groep is het net andersom: zij krijgen eerst het Pfizer-vaccin en 28 dagen of 12 weken later het Oxford-vaccin. Mogelijk worden er later nog andere groepen toegevoegd, waarin ook weer andere combinaties van vaccins getest worden.

Tijd tussen vaccins
De Britten hopen middels het onderzoek niet alleen vast te stellen of het wenselijk is dat de verschillende vaccins gecombineerd worden. Er moet ook meer duidelijkheid komen over hoeveel tijd er idealiter tussen de twee prikken moet zitten.

Belangrijk onderzoek
Op dit moment worden er proefpersonen verzameld. De vaccinaties starten waarschijnlijk later deze maand en de eerste resultaten worden in de zomer verwacht. De Britse overheid heeft zeven miljoen pond (iets meer dan 8 miljoen euro) voor het onderzoek uitgetrokken. “Dit is een enorm belangrijk klinisch onderzoek dat ons meer belangrijk bewijs oplevert over de veiligheid van vaccins wanneer deze op andere manieren gebruikt worden,” aldus minister Nadhim Zahawi, verantwoordelijk voor het Britse vaccinatieprogramma.


Onverwachte resultaten
Onderzoeker Jonathan Van-Tam, onder wiens leiding de studie plaatsvindt, sluit bovendien niet uit dat het onderzoek nog onverwachte, positieve resultaten oplevert. “Het is best mogelijk dat de immuunrespons door het combineren van vaccins versterkt wordt, waardoor antistoffen langer standhouden.”

In Groot-Brittannië is men al in in december gestart met vaccineren. Het land heeft drie verschillende coronavaccins goedgekeurd: dat van Pfizer/BioNTech, Oxford/Astrazeneca en Moderna. Meer dan tien miljoen Britten hebben al minstens één prik in de bovenarm zitten. Alleen in de VS zijn al meer vaccins gezet; daar hebben zo’n 33,8 miljoen mensen al een prik gehad. Als het gaat om het aantal prikken per 100 inwoners pronkt Groot-Brittannië ook op de tweede plaats; het land moet Israël voor zich dulden dat voor elke 100 inwoners er al 60 gevaccineerd heeft. In Nederland zijn er officieel zo’n 330.000 prikken gezet, maar naar schatting zijn het er in werkelijkheid meer; rond de 455.000. Ook met het geschatte aantal prikken moet Nederland echter zowel absoluut als relatief gezien nog heel wat landen voor zich dulden, waaronder bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland, Spanje en België.