Het klinkt te mooi om waar te zijn.

Maar het is wel wat Amerikaanse onderzoekers voorzichtig suggereren in dit paper. Ze verzamelden enkele tientallen mensen die naar eigen zeggen wel eens zelfmoord hadden overwogen. Daarnaast stelden ze een controlegroep samen die bestond uit mensen die nog nooit zelfmoordneigingen hadden gehad. Vervolgens lieten ze alle mensen plaatsnemen in een MRI-scan en nadenken over tien woorden die gerelateerd waren aan de dood, tien woorden die gerelateerd waren aan positiviteit (bijvoorbeeld zorgeloos) en tien woorden die gerelateerd waren aan negativiteit (bijvoorbeeld moeite).

Resultaten
De hersenactiviteit van mensen die wel en mensen die nog nooit aan zelfmoord hadden gedacht bleek het sterkst te verschillen in reactie op zes woorden: ‘dood’, ‘wreedheid’, ‘moeite’, ‘zorgeloos’, ‘goed’ en ‘lof’. De onderzoekers lieten een kunstmatig intelligent systeem los op de hersenactiviteit die mensen in reactie op deze zes woorden hadden vertoond, met als doel het systeem te leren om mensen met zelfmoordneigingen te identificeren. En dat lukte: het systeem wist 15 van de 17 mensen met zelfmoordneigingen te identificeren en tevens te vertellen dat 16 van de 17 mensen uit de controlegroep geen reden tot zorg waren.

Zelfmoordpoging
In een tweede experiment focuste het systeem zich enkel op de gegevens van de mensen die wel eens over zelfmoord hadden nagedacht. En nadat het systeem hun hersenscans bestudeerd had, kreeg deze hersenscans te zien van mensen die al dan niet eens zelfmoord hadden proberen te plegen. In 94 procent van de gevallen bleek het systeem de mensen die al eens zelfmoord hadden proberen te plegen, eruit te kunnen pikken.

Zwak verband
Maar betekent dit nu dat dergelijke systemen ingezet kunnen worden om mensen die echt overwegen om zelfmoord te plegen, te identificeren? Enige voorzichtigheid is geboden. Zo heeft het onderzoek zijn beperkingen, onder meer omdat er gebruik is gemaakt van een kleine groep proefpersonen. De onderzoekers zijn zich daar zelf ook van bewust en ze stellen dat vervolgonderzoek – onder een grotere groep mensen – hard nodig is. Maar deskundigen hebben nog meer bedenkingen. Zo merkt professor Matthew Large, verbonden aan de universiteit van New South Wales en niet betrokken bij het onderzoek, op dat er een zwak verband is tussen zelfmoordgedachten en een daadwerkelijke zelfmoordpoging. “(Zelfmoordgedachten hebben, red.) vrijwel geen waarde als je wilt voorspellen wie wel en wie niet zelfmoord zal plegen.” Het zou betekenen dat het identificeren van mensen met zelfmoordgedachten niet direct zal leiden tot het voorkomen van een hoop zelfmoorden.

En ook Sarah Whittle, verbonden aan de universiteit van Melbourne en eveneens niet betrokken bij het onderzoek heeft haar twijfels. “Er was maar een kleine groep proefpersonen en de meeste proefpersonen waren man. Dus we weten niet hoe betrouwbaar de resultaten zijn en of ze van toepassing zijn op vrouwen. Daarnaast waren de proefpersonen met zelfmoordneigingen depressiever en angstiger dan de proefpersonen zonder zelfmoordneigingen. Dus we weten niet of de onderzoekers biologische markers van zelfmoord of van psychiatrische problemen in het algemeen hebben gevonden.”