Warmere temperaturen in de oceanen rondom Antarctica zorgen ervoor dat pinguïns binnenkort wel eens vervangen kunnen worden door kwallen. Dat concluderen wetenschappers. Het smeltende ijs zorgt ervoor dat het aantal garnalen – het favoriete hapje van de pinguïn – afneemt.

De kleine garnaaltjes worden vervangen door kleinere schelpdiertjes: eenoogkreeftjes. Deze diertjes zijn slechts een halve centimeter lang en zijn veel te klein om door pinguïns te worden waargenomen. Ze zijn echter een ideaal gerecht voor kwallen en vergelijkbare roofdieren met tentakels.

Volgens bioloog Huw Griffiths kan het wel eens voor grote veranderingen op de zuidpool gaan zorgen. “De zeedieren hebben er miljoenen jaren over gedaan om zich aan te passen aan de vorst en de stabiele omstandigheden van de Antarctische wateren en ze zijn heel gevoelig voor veranderingen. De wateren rondom de pool hebben een grote biodiversiteit. Maar als soorten niet in staat zijn om zich te verplaatsen of aan te passen aan de nieuwe omstandigheden dan kunnen ze uiteindelijk uitsterven.”

“Eenoogkreeftjes zijn 120 keer kleiner dan garnalen waardoor het onvermijdelijk alle soorten die er door gevoed worden, gaat beïnvloeden. Pinguïns, zeevogels en walvissen zijn allemaal gewend om grote hoeveelheden prooi te pakken. Maar kwallen halen hun voedsel uit kleinere prooien en zal het beter doen in dit warmere klimaat.”

“Ze (de kwallen, red.) zullen niet zomaar binnenvallen, maar hun aantal zal verder oplopen totdat ze de meest dominante groep zijn. En als de wateren blijven opwarmen zal er niet alleen een verandering komen in de soorten die er al zijn, maar zullen ook nieuwe soorten in staat zijn om het gebied te enteren.”

Volgens Griffiths kunnen soorten zoals kleine ongewervelden, vis en krabben – die de temperaturen van -2 graden niet kunnen tolereren – binnenkort verdwijnen. In het geval van de pinguïn gaat het dan twee keer zo hard: hun voedsel verdwijnt en het smeltende ijs zorgt er ook nog eens voor dat hun broedplaatsen kleiner worden.

In de wateren rondom de pool wonen zo’n 6000 verschillende soorten. Ongeveer de helft ervan kan enkel op Antarctica leven. Neem bijvoorbeeld de zeespin. Dit dier floreert in de koude wateren en wordt er ongeveer twintig tot dertig centimeter groot. Hun familie leeft aan de Engelse kust, maar doet het aanzienlijk minder goed; het diertje wordt daar niet groter dan een vingernagel. “Dit is een groep die het heel goed doet in de kou. Ongeveer twintig procent van de zeespinpopulatie op aarde komt van Antarctica.”