Het virus slaat hard – maar voornamelijk onzichtbaar – toe op het continent.

Het ene na het andere continent kleurt begin 2020 rood. Het is de kleur van het nieuwe coronavirus dat zich vanuit Azië razendsnel over de wereld verspreidt. Eén continent lijkt het virus daarbij te ontzien. We hebben het over Afrika, waar tot op de dag van vandaag relatief weinig besmettingen en sterftes gemeld worden. Zo staat de teller in Nigeria – een land met meer dan 200 miljoen inwoners – vandaag de dag op nog geen 100.000 besmettingen en ‘slechts’ 1324 sterftes. En Soedan – een land met meer dan 42 miljoen inwoners – meldt iets meer dan 23.000 besmettingen en 1468 sterftes. Terwijl Zambia – qua inwonertal vergelijkbaar met ons land – nog geen 25.000 besmettingen en 423 sterftes heeft genoteerd (ter vergelijking: in Nederland zijn tot op heden meer dan 800.000 mensen besmet geraakt en rond de 12.000 coronapatiënten overleden).

Zambia
De cijfers doen vermoeden dat het coronavirus Afrika – om onverklaarbare redenen – spaart. Maar schijn bedriegt, zo stellen onderzoekers nu in een paper dat nog collegiale toetsing moet ondergaan, maar wel al gepubliceerd is op medRxiv. Onderzoek in Zambia wijst namelijk uit dat het coronavirus hier – weliswaar onder de radar – keihard toeslaat. “Onze resultaten trekken de aanname dat COVID-19 Afrika op de één of andere manier minder hard raakt, in twijfel,” aldus onderzoeker Lawrence Mwananyanda.

Het onderzoek
Al enkele jaren wordt er in het mortuarium van het University Teaching Hospital in Lusaka – na goedkeuring van de ouders – een neus- en keelmonster afgenomen bij kinderen die op jonge leeftijd (tussen de 0 en 6 maanden) zijn komen te overlijden. In juni 2020 wordt besloten om dat onderzoek uit te breiden en gedurende enkele maanden bij alle overledenen een neus- en keelmonster af te nemen en te testen op SARS-CoV-2. Tussen juni en september worden zo 364 recent overleden Zambianen onderzocht. Gedurende die periode test meer dan 15 procent van de overledenen positief. En in de maand juli wordt het coronavirus zelfs bij 31 procent van de overledenen vastgesteld. Hoewel de meeste overledenen voor hun overlijden melding maakten van COVID-19-symptomen, waren slechts enkelen voor hun overlijden ook getest en dus officieel de boeken ingegaan als coronapatiënt.

Zuid-Afrika
Het onderzoek suggereert dat de lage besmettings- en sterftecijfers in Zambia niet aantonen dat het virus het land spaart, maar vooral weerspiegelen dat er nauwelijks getest wordt. Het betekent dat het werkelijke aantal besmettingen en sterftes zeer waarschijnlijk dus veel hoger ligt dan de officiële cijfers doen vermoeden. En dat geldt hoogstwaarschijnlijk niet alleen voor Zambia, maar ook voor vrijwel alle andere Afrikaanse landen, zo stelt onderzoeker Christopher Gill. “Er is niets unieks aan Zambia, behalve dan het feit dat we daar al een post mortem-onderzoek hadden lopen op het moment dat COVID-19 toesloeg. Er is nog één ander land dat ook systematisch onderzoek doet naar COVID-19-sterfte en dat is Zuid-Afrika en ook daar melden ze dat het virus een significante impact heeft. In de enige twee landen waarin er systematisch onderzoek naar is gedaan, is dus geconcludeerd dat COVID-19 in hoog tempo mensen doodt. Ik kan me lastig voorstellen dat de impact die COVID-19 in Zambia en Zuid-Afrika heeft elders in Afrika niet optreedt.” Dat de cijfers in andere Afrikaanse landen dat beeld niet onderschrijven, is volgens Gill te verklaren doordat data – zoals die nu verzameld zijn in Zambia – ontbreken. “Ik vrees dat de trieste werkelijkheid is dat het leeuwendeel van de 54 landen die Afrika telt simpelweg de middelen niet heeft om een dergelijk onderzoek op te zetten.”

Veel jonge mensen sterven door COVID-19
Wat het onderzoek in Zambia verder laat zien, is dat er in Lusaka opvallend veel jonge mensen overlijden door SARS-CoV-2. Waar we op andere continenten zien dat het voornamelijk ouderen zijn die de strijd tegen het virus verliezen, waren de meeste coronadoden in Zambia jonger dan zestig. En tien procent was zelfs nog een kind. De onderzoekers kunnen dat nog niet goed verklaren. “Deels komt het misschien doordat Afrikaanse landen over het algemeen een veel jongere populatie hebben,” aldus Gill. “En deels heeft het misschien ook te maken met risicofactoren die we tijdens onze analyse tegenkwamen, waaronder tuberculose, HIV/AIDS en ondervoeding. Verschillende onderzoekers hebben al opgemerkt dat er een verband lijkt te zijn tussen HIV en nadelige uitkomsten van een coronabesmetting en in Zambia heeft zo’n 12 procent van de bevolking HIV. Van de overledenen in onze studie die positief testten, had 23 procent HIV/Aids. Een andere mogelijkheid is dat de cijfers vooral de beperkingen van het zorgsysteem in Zambia reflecteren. Zambia is vrij arm en zelfs de basale gezondheidszorg is er beperkt. We weten dat COVID-19-patiënten vaak sterven door ernstig zuurstoftekort. Niet alle ziekenhuizen kunnen zuurstofniveaus meten en nog minder ziekenhuizen kunnen ter plekke zuurstof toedienen. Ik kan me voorstellen dat dat ook een factor is die meespeelt. Maar ik acht het ook noodzakelijk om een beetje voorzichtig te zijn; het probleem kan wel eens veel complexer zijn en op dit moment zijn we nog bezig om hypothesen te formuleren waarmee we deze resultaten wellicht kunnen verklaren.”

Vaccins
In afwachting van dat vervolgonderzoek is het voor nu vooral belangrijk om ons te realiseren dat het coronavirus Afrika niet spaart. En het continent dus net zo hard vaccins nodig heeft als al die andere continenten die dagelijks talloze besmettingen en sterftegevallen melden. “Als we denken dat Afrika ‘gespaard’ wordt, dan zal Afrika geen prioriteit krijgen als het gaat om wie er toegang krijgt tot de COVID-19-vaccins en dat zou een tragedie zijn,” aldus Mwananyanda.

“We kunnen deze pandemie niet continent voor continent beëindigen”

Lege handen
Ondanks het werk van Mwananyanda en collega’s ziet het er – als het om vaccins gaat – niet heel rooskleurig uit voor Afrika. Terwijl rijke landen het zich konden permitteren om geld te investeren in de meest veelbelovende coronavaccins waarvan de werking enkele maanden geleden nog niet definitief bewezen was, staan veel arme landen – ook in Afrika – voorlopig met lege handen. Zij hebben het geld niet om zo’n gok te wagen en sluiten dus achteraan in de rij. Gevreesd wordt dat het nog maanden en mogelijk zelfs nog een jaar kan duren voor ook in Afrika op grote schaal gevaccineerd wordt. “Dat zou de zoveelste catastrofe zijn voor Afrika,” aldus Gill. “Daarom zijn onze data ook zo belangrijk. Ze weerleggen het verhaal dat COVID-19 Afrika op magische wijze bespaard blijft. Dat verhaal is een gemakkelijk excuus om te geloven dat er geen probleem is en er dus ook geen actie ondernomen hoeft te worden. Het is ook gevaarlijk voor de Afrikanen zelf. Als zij die misvatting omarmen, dan zullen ze ook geen reden zien om de basale beschermende maatregelen – zoals het dragen van mondkapjes en afstand houden – op te volgen. En als ook de wereldwijde gemeenschap dit verhaal blijft geloven, zal deze geen reden zien om Afrika prioriteit te geven tijdens het verspreiden van COVID-19-vaccins, ook al wordt dit armste deel van de wereld met name hard getroffen.” Het uitblijven van vaccinaties in een zwaar door COVID-19 getroffen Afrika zou bovendien ook een ramp zijn voor de rest van de wereld. “We staan allemaal met elkaar in contact,” zo benadrukt Gill. “COVID-19 begon niet in Afrika, maar zal daar wel blijven circuleren en zo zal Afrika een bron van infecties blijven voor de rest van de wereld. We kunnen deze pandemie niet continent voor continent beëindigen (…) Het bezorgen van deze logistiek complexe vaccins aan arme landen met weinig opslagcapaciteit zal een enorme uitdaging zijn. Maar vanuit een ethisch oogpunt en ook uit eigenbelang is het wel wat we moeten doen. Sterker nog: het is essentieel dat dit gebeurt.”

Het nieuwe onderzoek toont volgens Gill niet alleen aan hoe belangrijk het is dat ook Afrika op korte termijn over vaccins kan beschikken, maar laat bovendien vooral het ware gezicht van armoede zien. “Het laat zien wat het betekent om een arm land te zijn. We horen continu verhalen over hoe vreemd het is dat COVID-19 Afrika lijkt te sparen. Bijna nooit hoor je verhalen die de vrijwel complete afwezigheid van systematische data in Afrika benadrukken. En zonder die data is het zinloos om te proberen de zogenoemde Afrika-paradox op te lossen. Wat onze studie laat zien, is dat er geen paradox is. Als een land arm is, wordt het beperkt in het doen van de basale dingen, zoals het monitoren van ziekte. Naar mijn mening hebben wij – de wereldwijde gezondheidsgemeenschap – Afrika grotendeels laten vallen en wel doordat we met open ogen in een oeroude valstrik zijn getrapt en een afwezigheid van bewijs geaccepteerd hebben als bewijs van afwezigheid.”