magneet

Een team van wetenschappers van de Universiteit Leiden heeft ontdekt dat de laatste periode tussen de ijstijden hier 5000 jaar later begon dan in Zuid-Europa. Dat blijkt uit een onderzoek naar hele oude gesteenten in het noordwesten van Europa. Het onderzoek biedt nieuwe inzichten op het gebied van klimaatveranderingen.

Het onderzoek heeft gevolgen voor de studie van klimaatveranderingen in deze ‘interglaciale’ periode. Sier vertelt: “Wij baseerden ons eerst vooral op gegevens uit boringen in de zeebodem. Nu laten kwalitatief hoogwaardige gegevens uit ons onderzoek van magnetische velden iets anders zien. Onze data suggereren dat de ijskappen al volledig gesmolten waren en zelfs alweer groeiden. De vegetatie die hoort bij een warme periode tussen de ijtijden in, moest in onze streken echter nog beginnen.”

Paleomagnetisme

Hoe kan de richting van het magnetisch veld in verschillende gesteenten nu verschillen? Deze gesteenten bevatten magnetische mineralen. Toen het gesteente nog vloeibaar was, namen deze mineralen de richting van het aardmagnetisch veld aan. De richting van het aardmagnetisch veld verandert echter door de tijd heen. De richting van het aardmagnetisch veld kan ons dus helpen om de leeftijd van gesteenten vast te stellen en zodoende gesteenten van dezelfde leeftijd op te sporen en met elkaar te vergelijken.

Magnetische velden
Het onderzoek richtte zich op drie verschillende plaatsen in Noordwest-Europa, waarbij de richting van de zogenoemde paleomagnetische velden in het gesteente werd onderzocht. Op deze locaties vonden de onderzoekers dezelfde magnetische richtingen die ook in een Zuid-Europees gebied werd gevonden. Met behulp van deze magnetische velden konden de wetenschappers tot een vergelijk komen van Noord- en Zuid-Europa. Op deze manier probeerde Sier om archeologische vindplaatsen in Noordwest-Europa beter te dateren en een beter idee te krijgen van het soort landschap van die vindplaatsen. Het is het team uiteindelijk gelukt om hierachter te komen, maar de oorzaak van de vertraging van de laatste interglaciale periode in Noord-Europa is nog steeds niet duidelijk.

Neanderthalers in Groot-Brittannië
Dankzij de betere datering kunnen de archeologische vindplaatsen nu beter met elkaar vergeleken worden. Eén van de vragen die nu rijst, is waarom er geen Neanderthaler-vindplaatsen in Groot-Brittannië zijn gevonden uit de laatste interglaciale periode. Sier antwoordt hierop:”Wij denken hierop een antwoord te hebben gevonden. Een vertraagde start van het laatste interglaciaal in Noordwest-Europa heeft tot gevolg dat deze periode begint nadat de zeespiegel is gestegen. Met als gevolg dat de Neanderthaler niet meer naar Groot-Brittannië kon lopen.”

“Voor de archeologie hebben wij nu een beter ouderdomsmodel om te koppelen aan de mondiale zeespiegelcurve, maar ook aan de lokale klimaatzones. Hopelijk zullen onze resultaten van grote invloed zijn op nieuwe modellen om het klimaat te bestuderen,” aldus Sier. De onderzoeker van de faculteit Archeologie Leiden gaat nu samenwerken met de Universiteit Utrecht. In Oost-Afrika worden nu fossielen van onze vroege voorouders gezocht met een ouderdom tussen 4 en 1,5 miljoen jaar. Sier hoopt deze beter te kunnen dateren via zijn paleomagnetisch onderzoek. “En misschien lever ik een nieuwe bijdrage aan de paleoklimatologische studies,” aldus Sier.