Vond u het weekend ook zo lekker lang duren? Dat kan kloppen: afgelopen weekend duurde namelijk één seconde langer dan normaal. En dat kan wel eens één van de laatste keren geweest zijn.

Op een normale zaterdagavond springt de klok van 23:59:59 UTC (gecoördineerde wereldtijd) naar 00:00:00. Maar afgelopen zaterdag ging dat anders. Toen sprong de klok van 23:59:59 naar 23:59:60. De laatste minuut van de gecoördineerde wereldtijd op zaterdag 30 juni telde dus 61 seconden.

Waarom?
Die extra seconde moet voorkomen dat de zonnetijd en de tijd die de atoomklokken aangeven, te veel gaan verschillen. De zonnetijd wordt bepaald door de lengte van de zonnedag: een zonnedag is de periode tussen de twee momenten waarop de zon op het hoogste punt staat. U zou misschien denken: zo’n dag duurt toch altijd even lang? Maar dat is niet het geval, omdat de aarde niet altijd even snel draait. De aarde vertraagt door de krachten die tussen de aarde en de maan spelen. Elke 100 jaar wordt de dag dan ook 1,4 milliseconden langer. Dat is niet veel, maar als u alles bij elkaar optelt, toch wel wat. In de tijd van de dinosaurussen duurde een dag bijvoorbeeld maar 23 uur.

Atoomklok
Lang was de vertraging van de aarde geen probleem. Onderzoekers baseerden de definitie van een seconde op de lengte van de zonnedag en klaar. Maar dat veranderde in 1967. Toen werd de lengte van een seconde bepaalt door atoomklokken. En die zijn een stuk preciezer dan de aarde zelf: slechts één keer in de 1.400.000 jaar zitten deze klokken er een seconde naast.

Meer discussies over tijd

De discussie rondom de schrikkelseconde is niet de enige discussie over tijd. Een andere hele interessante is die rondom de zomertijd. Is dat nu een vloek of een zegen? Lees er hier alles over.

Verschil
De atoomklok is dus preciezer dan de rotatie van de aarde. Dat betekent ook dat de zonnetijd en de atoomklokken naarmate de tijd verstrijkt sterker van elkaar gaan verschillen. Als we de twee hun gang laten gaan, is het verschil over 500 jaar opgelopen tot 25 minuten en over duizenden jaren kan de zon wel eens ondergaan op het moment dat de atoomklokken aangeven dat het ochtend is. Om te voorkomen dat het verschil groter wordt dan één seconde, wordt met enige regelmaat een schrikkelseconde ingevoerd. En dat is dus afgelopen zaterdag gebeurd. De laatste keer dat daarvoor een schrikkelseconde werd toegevoegd, was in 2008.

De laatste schrikkelseconde?
De schrikkelseconde van afgelopen weekend was de 35e die is toegevoegd. En het kan zomaar eens één van de laatste zijn. De laatste tijd gaan er namelijk geregeld stemmen op om de schrikkelseconde af te schaffen. Belangrijkste reden is dat het voor sommige apparaten heel lastig is om die schrikkelseconde te verwerken. Denk bijvoorbeeld aan communicatie- en navigatiesatellieten. Zulke systemen kunnen niet naar 23:59:60 springen en daarom worden ze op 23:59:59 voor één seconde uitgezet. Maar het tegelijkertijd uitschakelen van die apparatuur is zo gemakkelijk nog niet. Ook wijzen de tegenstanders erop dat mensen in het dagelijks leven toch niet zo met de astronomische tijd bezig zijn en als ze willen weten hoe laat het exact is, weten ze dat heus wel ergens te vinden. Voorstanders stellen dat er geen overtuigend bewijs is dat apparatuur moeite heeft met de schrikkelseconde. En ze wijzen erop dat de verschillen anders op lange termijn echt te groot worden.

Begin dit jaar werd er uitgebreid over vergaderd. Het doel? Een knoop doorhakken: de schrikkelseconde blijft of gaat weg. Maar dat is niet gelukt: de verschillende landen konden het niet eens worden. In 2015 wordt er weer een poging gedaan. Maar voor het zover is, zullen de tegenstanders toch eerst met een alternatief moeten komen. De schrikkelseconde zomaar afschaffen, is geen optie. Misschien een idee om de schrikkelsecondes op te sparen en over een halve of hele eeuw in één keer toe te voegen? In dat geval gaat de wereldbevolking daar wel iets van merken. Bovendien zitten we dan toch al snel met een halve of hele eeuw waarin de astronomische tijd en de tijd die atoomklokken aangeven steeds verder uit elkaar komen te liggen. Voor de gewone burger niet zo’n probleem, maar voor wetenschappers die te maken hebben met astronomische tijd en atoomklokken, wel. Het is een lastige kwestie: gaan we de rotatie van de aarde meenemen in onze tijdsbepaling, of laten we ons in de toekomst enkel leiden door klokken die door mensen zijn gemaakt? Dat laatste lijkt uitgesloten. Zoals gezegd kan dat op lange termijn leiden tot grote verschillen: de zon gaat onder als de atoomklok aangeeft dat het ochtend is. Een situatie die ook onze biologische klok geen goed zal doen. Vooralsnog heeft de schrikkelseconde in al die jaren dat deze werd ingevoerd nog geen echte problemen veroorzaakt. Misschien moeten we het daarom maar even bij deze schrikkelseconde houden. Al is het alleen maar vanwege de gedachte dat het weekend zo af en toe lekker één seconde langer duurt.