Eén van ’s werelds laatste populaties wolharige mammoeten verdween door een stijgende zeespiegel en een tekort aan drinkwater.

Op het vasteland waren de mammoeten al duizenden jaren uitgestorven, maar op het eiland Saint Paul (vandaag de dag onderdeel van Alaska) waren nog wel mammoeten te vinden. De landbrug die het eiland ooit met het vasteland verbond, was verdwenen, waardoor de mammoeten tamelijk geïsoleerd leefden en niet werden blootgesteld aan de bedreigingen die hun soortgenoten op het vasteland fataal waren geworden. En toch stierven de mammoeten op het eiland – hetzij duizenden jaren later dan de mammoeten op het vasteland – uit. Hoe kan dat?

Dateren
Een nieuw onderzoek schept duidelijkheid. Wetenschappers zijn er namelijk in geslaagd om zeer nauwkeurig vast te stellen wanneer de mammoeten op het eiland het loodje legden. Dat gebeurde 5650 jaar (+/- 80 jaar) geleden. “De ondergang van de mammoeten op Saint Paul is nu één van de best gedateerde prehistorische extincties ooit,” zo schrijven de onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Onderzoekers aan het werk op een bevroren meer op Saint Paul. Afbeelding: Matthew Wooller.

Onderzoekers aan het werk op een bevroren meer op Saint Paul. Afbeelding: Matthew Wooller.

Schimmels
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers de extinctie van de mammoeten op dit eiland proberen te dateren. Jaren geleden dateerden onderzoekers de resten van vijf mammoeten en stelden dat deze 6480 jaar geleden leefden. Maar onduidelijk bleef of dit ook echt de laatste mammoeten op het eiland waren. Om te achterhalen wanneer de laatste mammoet het veld ruimde, pakten wetenschappers het recent heel anders aan. Ze keken naar drie verschillende sporen van schimmels die groeien op de poep van grote dieren. Op Saint Paul leefden in de prehistorie vossen, ijsberen en spitsmuizen. IJsberen arriveerden echter pas zo’n 4000 jaar geleden. Dus eigenlijk was er in de tijd van de mammoeten maar één grote diersoort op het eiland te vinden: de mammoeten zelf. En op hun uitwerpselen groeiden dus de onderzochte schimmels. Maar nu blijkt dat die schimmels op een bepaald moment in de geschiedenis opeens sterk afnamen. Dat moet wel komen doordat er ook minder uitwerpselen beschikbaar waren, oftewel: door het verdwijnen van de mammoet. Aan de hand van die schimmels kunnen de onderzoekers de verdwijning van de mammoet dus heel nauwkeurig reconstrueren.

Zeespiegelstijging en tekort aan zoet water
Nu we heel nauwkeurig weten wanneer de mammoet verdween, kunnen we ook een beter beeld krijgen van de factoren die daaraan bijdroegen. Zo’n 5600 jaar geleden had Saint Paul namelijk te maken met zeespiegelstijging en een afname aan zoet water. Twee ontwikkelingen die de mammoeten niet in de koude kleren gingen zitten, zo stellen de onderzoekers. Op het eiland vonden de onderzoekers aanwijzingen dat het waterpeil in meren tegen de tijd dat de mammoeten uitstierven, flink waren gedaald. Ook de waterkwaliteit moet rond die tijd zijn afgenomen, zo stellen de onderzoekers, afgaand op resten van waterdieren. Een analyse van botten en tanden van mammoeten getuigt ook van drogere omstandigheden op het eiland. “Het schetst een somber beeld,” vertelt onderzoeker Matthew Wooller. Alles wijst erop dat een tekort aan zoetwater leidde tot een onhoudbare situatie voor de mammoeten. Daarnaast zorgde een stijgende zeespiegel ervoor dat Saint Paul (en dus het leefgebied van de mammoeten) steeds kleiner werd. Hierdoor werd het nog moeilijker om aan drinkwater en voedsel te komen.

Volgens de wetenschappers benadrukt hun studie dat “beperkte toegang tot drinkwater een over het hoofd geziene drijvende kracht achter extinctie is”. Bovendien laat het onderzoek nog eens zien dat populaties op kleine eilanden zeer gevoelig zijn voor veranderingen in hun leefgebied.