mammoet

Nieuw onderzoek suggereert dat de mammoeten in het noorden van Eurazië uitstierven door een tekort aan mineralen.

Er zijn de laatste jaren verschillende redenen genoemd voor het uitsterven van de mammoet. Bijvoorbeeld veranderingen in het microklimaat of antropogene druk (mensen die op mammoeten joegen) of een combinatie van die twee factoren. Ook wordt wel eens gesteld dat een inslag van een komeet of planetoïde de boosdoener was of dat de mammoeten het slachtoffer werden van infectieziekten.

Geochemische veranderingen
Een nieuw onderzoek komt nu met een nieuwe verklaring voor het uitsterven van de mammoeten. Voor het eerst richtten de onderzoekers zich op geochemische veranderingen in de leefomgeving van de soort Mammuthus primigenius (de wolharige mammoet). “Wanneer we de resten van mammoeten bestuderen, zien we vaak sporen van botaandoeningen zoals osteoporose, osteofibrose, osteomalacie, artrose en andere gewrichtsziekten,” vertelt onderzoeker Sergei Leshchinsky. Het bracht hem en zijn collega’s op een idee: zou het uitsterven van de mammoet daar niet mee te maken hebben? Die botziekten resulteren immers in grote problemen: de mammoeten braken gemakkelijker hun botten en konden daardoor te weinig of geen voedsel verzamelen. Ook konden ze de kudde niet bijhouden en liepen ze een grotere kans ten prooi te vallen aan roofdieren.

Fragmenten van de schedel van een kalf. Afbeelding: © TSU.

Fragmenten van de schedel van een kalf. Afbeelding: © TSU.

Veel brekebenen
Tussen 2003 en 2013 analyseerden de onderzoekers meer dan 23.500 botten en tanden van mammoeten afkomstig uit het noorden van Eurazië. Meer dan 70 procent van de verzamelde botten en tanden waren ernstig aangetast. “We zien brozere botten in alle leeftijdsgroepen, zelfs bij jonge mammoeten, wat betekent dat de ziekte zich al in de buik van de moeder ontwikkelde, omdat vrouwtjes te weinig mineralen tot zich namen.”

Mammoeten haalden hun mineralen uit aarde en water. Dat de mammoeten op een gegeven moment niet meer genoeg mineralen tot zich konden nemen, kwam door veranderingen in hun leefgebied. Zo veranderde onder meer het macroklimaat: het werd warmer en vochtiger. Kustgebieden liepen onder water, permafrost smolt en zorgde ervoor dat ook meer landinwaarts gelegen gebieden onder water kwamen te staan. De aarde op de hoger gelegen vlakten werd mineraalarm door onder meer de toegenomen neerslag. Kortom: het landschap dat ooit rijk was aan belangrijke chemische elementen veranderde in een landschap dat die mineralen amper meer bezat. Zeker zes tot tien maanden per jaar konden de mammoeten dan ook onvoldoende van deze broodnodige mineralen tot zich nemen. En die omstandigheden duurden mogelijk tot wel 15.000 jaar. En dat moet teveel geweest zijn voor de mammoeten, zo stellen de onderzoekers in het blad Archaological and Anthropological Sciences.