De kogel is door de kerk: NASA heeft de laatste twee vluchten van de oude en vertrouwde spaceshuttle opgeschoven. Dat betekent dat Discovery nu op 1 november van dit jaar de lucht in gaat en Endeavour pas op 26 februari 2011 opstijgt. Dat heeft alles te maken met de lading van de shuttles.

NASA heeft nog twee troeven in handen: Discovery en Endeavour. Zodra deze zijn opgestegen, komt er definitief een einde aan de roemrijke geschiedenis van de shuttle. Praktisch gezien is dat eveneens lastig; voortaan kan NASA alleen nog door middel van Russische voertuigen naar het International Space Station vertrekken. De Amerikanen willen tijdens de laatste twee vluchten dan ook zoveel mogelijk voorraden in het ISS afleveren. Een deel van die lading is echter niet op tijd klaar en vertraagt de vluchten nu.

Discovery gaat voor tien dagen de lucht in en brengt belangrijke onderdelen naar het ISS. Endeavour is dertien dagen weg en brengt de Alpha Magnetic Spectometer naar het internationaal ruimtestation.

Officieel is Endeavour de allerlaatste spaceshuttle die opstijgt, maar NASA houdt nog steeds een slag om de arm. Het is namelijk mogelijk dat de shuttle Atlantis noodgedwongen nog één ritje maakt. Zoniet, dan sluit Endeavour het shuttleprogramma na dertig jaar af.

President Barack Obama is direct verantwoordelijk voor het pensioen van de spaceshuttle. Hij wil dat NASA steeds verder privatiseert – en dus steeds minder belastinggeld opeist – en gaat samenwerken met private ruimtevaartorganisaties. Eén van de eerste stappen in Obama’s plan is het ontwikkelen van een nieuw ruimtevaartuig dat de spaceshuttle kan vervangen.