Mensen die ver op vakantie gaan, ervaren de periode daarvoor waarschijnlijk als langer dan mensen die hun vakantie dichter bij huis vieren. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek.

Tijd duurt in principe altijd even lang. Een uur telt altijd zestig minuten en een dag altijd 24 uur. Maar de wijze waarop wij tijd ervaren, kan wel eens sterk verschillen. Tijdens een vakantie gaat de tijd bijvoorbeeld sneller dan op een werkdag vol saaie klussen. Maar zonder dat we ons daarvan bewust zijn, zijn er nog meer factoren die invloed uitoefenen op ons besef van tijd. Afstand blijkt er daar één van te zijn, zo schrijven onderzoekers in hun paper. Ze baseren hun conclusie op experimenten.

Experiment
Een groep studenten kreeg een kaart te zien waarop verschillende winkels te zien waren. Bijvoorbeeld een postkantoor en een boekwinkel. Ze moesten die kaart in hun hoofd opslaan en vervolgens moesten ze zich voorstellen dat ze het postkantoor morgen gingen bezoeken en de boekhandel drie maanden later zouden bezoeken. Hoe ervoeren ze het tijdsbestek tussen morgen en over drie maanden? De proefpersonen gaven dat aan door op een scherm de lengte van een zwarte balk aan te passen.

Tip!

Komt u ook tijd tekort? Geef dan eens wat tijd weg. Dat geeft u namelijk het gevoel dat u meer tijd heeft. Dat blijkt uit nieuw onderzoek.

Verschillen
Nu kregen niet alle proefpersonen aan het begin van het experiment dezelfde kaart te zien. Sommigen zagen dat de boekwinkel en het postkantoor heel dicht bij elkaar lagen. Anderen zagen dat de afstand groot was. De proefpersonen die de laatstgenoemde kaart kregen, ervoeren de drie maanden als langer dan de mensen die de eerste kaart kregen waarop de boekwinkel en het postkantoor dichter bij elkaar lagen.

In gedachten
Blijkbaar heeft de afstand tussen twee punten dus invloed op ons tijdsbesef. En daar hebben we niet eens een fysieke kaart voor nodig, zo blijkt uit een tweede experiment. De onderzoekers vroegen proefpersonen om twee locaties in gedachten te nemen. De ene locatie lag helemaal links en de andere locatie helemaal rechts in hun gedachten. Een tweede groep werkte met locaties die dicht bij elkaar lagen. Daarna moesten ze zich inbeelden dat ze op één dag de ene locatie en een maand later de andere locatie bezochten. Vervolgens kregen de proefpersonen de opdracht om opnieuw met behulp van een uitschuifbare balk aan te geven hoe lang die periode van één maand voelde. En weer duurde die maand langer voor mensen die een grotere afstand tussen A en B in gedachten hadden.

Met pensioen
En zo werden nog meer experimenten opgezet. Zo lieten de onderzoekers de proefpersonen bijvoorbeeld inbeelden dat ze na hun pensioen na een ver oord gingen verhuizen. Die proefpersonen ervoeren de periode naar hun pensioen toe vervolgens als veel langer.

Afstand en tijd
Dat tijd en afstand met elkaar samenhangen is niet zo heel gek. Heel vaak drukken we afstanden in tijd uit. Bijvoorbeeld ‘de reis naar mijn werk kost me 45 minuten’. “Individuen verwerken ruimtelijke informatie al op jonge leeftijd, nog voordat ze weten hoe laat het is,” stellen de onderzoekers. “En ze leren uit ervaring dat een grotere afstand afleggen over het algemeen ook meer tijd kost.” Mogelijk verklaart dat deels waarom onze perceptie van tijd beïnvloed wordt door de afstand die we in de toekomst gaan afleggen.

Die perceptie kan wel eens (onbewust) invloed uitoefenen op de keuzes die we maken. “Dus let goed op wanneer je een beslissing neemt. Ruimtelijke afstand kan je perceptie van tijd veranderen en je ongeduldiger maken.” Waardoor je kiest voor een optie die sneller gerealiseerd wordt, maar misschien minder goed is dan een optie waar je wat langer op moet wachten.