Het DNA van de laatste wolharige mammoeten verdiende niet de schoonheidsprijs. De genenpoel kromp, waardoor de laatste mammoeten kampten met mutaties en genetische afwijkingen.

De onderzoekers gebruiken in het paper in het wetenschappelijke vakblad PLOS Genetics regelmatig het woord “genetische meltdown”. Ze vergeleken het genoom van een wolharige mammoet die 45.000 jaar geleden op het vasteland leefde met dat van een eilandbewoner die 4.300 jaar geleden stierf. Deze mammoet leefde samen met 300 andere soortgenoten op Wrangel, een eiland ten noorden van de Russische regio Tsjoekotka.

Het is al langer bekend dat de mammoeten op Wrangel mogelijk iets kleiner waren dan mammoeten op het vasteland. Dit wordt in de biologie eilanddwerggroei genoemd. Maar nu blijkt dat de mammoeten met meer problemen te maken hadden. Zo konden de laatste mammoeten niet goed meer ruiken, omdat ze veel olfactorische receptoren kwijtraakten. Daarnaast hadden de mammoeten op Wrangel een ongewone doorschijnende satijnen vacht. Het is het gevolg van inteelt, wat leidt tot een verminderde genetische variatie van populaties. Dit noemen biologen inteeltdepressie.

Zo moet het dus niet
Het paper is een waarschuwing voor natuurbeschermers. Het is niet verstandig om een kleine groep dieren te isoleren om zo de negatieve gevolgen van inteelt en een genetische meltdown te voorkomen. Ook concluderen de onderzoekers dat de mammoet niet zo maar tot leven gewekt kan worden. Eerst moet gekeken worden welke mutaties er aanwezig zijn en hoe die eruit gefilterd kunnen worden.

Mammoet terugbrengen
Het is de vraag of het slim is om de mammoet ooit weer terug te brengen. Eerder deze week waarschuwden onderzoekers dat het terugbrengen van uitgestorven soorten een te hoge prijs heeft. Er sterven dan namelijk meer bestaande soorten. “Gelukkig staan niet alle wetenschappers te springen om een wolharige mammoet te klonen,” vertelde Frans Stafleu, medewerker bij het Ethiek-Instituut in Utrecht, vorig jaar in gesprek met Scientias.nl. “Deze diersoort is ooit uitgestorven, om wat voor reden dan ook, en daar moeten wij het bij laten.”