Labradors zijn sterker dan andere hondensoorten geïnteresseerd in voedsel en ook opvallend vaak te dik. En dat zit in de genen, zo suggereert nieuw onderzoek.

Eigenaren van een labrador is het vast al wel eens opgevallen: labradors houden van eten en gaan ver om je zover te krijgen dat je ze iets lekkers toe schuift. En nee, dat zit niet alleen in jouw labrador: het is iets wat bij dit ras lijkt te horen. Net als overgewicht. Hoe komt dat toch? Onderzoekers besloten het uit te zoeken. “Wanneer iets vaker bij het ene ras voorkomt dan bij het andere, dan denken we dat genen hierin een rol spelen,” legt onderzoeker Eleanor Raffan uit.

Een labrador retriever. Afbeelding: Jane Goodall.

Een labrador retriever. Afbeelding: Jane Goodall.

Genvariant
En dus verzamelden Raffan en collega’s 15 labradors met overgewicht en 18 labradors met een gezond gewicht. Vervolgens bestudeerden ze bij deze honden drie genen die verband houden met overgewicht. Eén gen sprong eruit: POMC. Bij opvallend veel labradors met overgewicht was het uiteinde van het gen anders: er miste DNA. Deze mutatie zorgde ervoor dat de honden minder goed in staat waren om stofjes te produceren die het hongergevoel na een maaltijd stillen.

Bedelen
De onderzoekers besloten het gen nader te bestuderen. Nu verzamelden ze 310 labradors. Ze ontdekten dat het aan het uiteinde afwijkende POMC-gen samenhangt met specifiek gedrag van de honden. Heel concreet: labradors die DNA misten aan het uiteinde van het POMC-gen bedelden bij hun eigenaren vaker om voedsel, waren oplettender als hun eigenaren aten en waren vaker op jacht naar voedsel dat bijvoorbeeld op de grond was gevallen. Niet alle honden met deze variant van het POMC-gen hadden overgewicht (en er waren ook honden die deze variant van het gen niet hadden en toch te zwaar waren). Maar gemiddeld resulteerde een POMC-gen dat aan het uiteinde DNA miste in een gewichtstoename van twee kilo.

Flatcoated retriever
Uit het onderzoek blijkt verder dat grofweg 23 procent van de onderzochte labradors deze genvariant bij zich dragen. De onderzoekers bestudeerden ook het genoom van 38 andere hondenrassen. Bij slechts één ras dook de genvariant op. En wel bij de flatcoated retriever, een ras verwant aan de labrador. En de genvariant had bij de flatcoated retriever hetzelfde effect op het gedrag en gewicht als bij de labrador.

Hulphonden
Onder de honden die de onderzoekers bestudeerden, bevonden zich ook 81 hulphonden. Opvallend genoeg kwam het POMC-gen dat aan het uiteinde DNA mist bij maar liefst 76 procent van de hulphonden voor. Mogelijk zijn deze honden sterker op voedsel gericht en daarom geschikter als hulphond (die met voedsel als beloning wordt getraind). Nader onderzoek moet uitwijzen of dat daadwerkelijk het geval is.

Schouderklopje
Het onderzoek laat maar weer eens zien dat er verschillende factoren zijn die van invloed zijn op het gewicht. En genen moeten we daarbij niet onderschatten. “Het gedrag van honden die deze mutatie bij zich dragen, is anders,” stelt Raffan. “Je kunt een hond met deze mutatie slank houden, maar je moet dan wel goed opletten, je moet de porties goed controleren en beter bestand zijn tegen de bedelende ogen van je hond. Als je erin slaagt om een labrador die gericht is op voedsel slank te houden, verdien je een schouderklopje, want het is veel lastiger voor jou dan het is voor iemand met een hond die niet zo op voedsel is gericht.”

De studie heeft niet alleen implicaties voor honden. Het POMC-gen komt ook bij mensen voor en eerder onderzoek heeft aangetoond dat varianten van het gen van invloed zijn op het gewicht van mensen. “Er zijn zelfs enkele mensen met overgewicht die hetzelfde deel van het POMC-gen missen als de labradors,” vertelt onderzoeker Stephen O’Rahilly. “Nader onderzoek naar deze labradors met overgewicht is niet alleen van invloed op het welzijn van deze gezelschapsdieren, maar levert ook belangrijke lessen op voor de menselijke gezondheid.”