De Large Hadron Collider is er succesvol in geslaagd om een mini-oerknal te creëren. Tijdens een experiment strooiden fysici niet met protonen, maar met kleine looddeeltjes. Hierdoor ontstonden er torenhoge temperaturen, die een miljoen keer hoger liggen dan de temperatuur in de kern van de zon. De komende vier weken analyseren wetenschappers de data van het experiment.

Wetenschappers beweren dat het heelal 13,7 miljard jaar oud is. Het universum ontstond door een oerknal, waarna het heelal heel snel uitdijde. Door torenhoge temperaturen te creëren hopen wetenschappers meer te leren over de oerplasma, die één miljoenste van een seconde na de oerknal in het prille universum aanwezig was.

Bij een temperatuur van tien miljard graden is het een raadsel hoe deeltjes zich gedragen. “Zelfs protonen en neutronen, de nuclei van atomen, smelten door de enorme hitte”, zegt David Evans van de universiteit van Birmingham. “Het resultaat is een hete soep van quarks en gluons, oftewel een quark-gluon plasma.” Quarks en gluons zijn subatomische deeltjes, de bouwstenen van materie in het heelal.

Eerst looddeeltjes, daarna protonen
De komende maand gaan fysici nog even door met het botsen van looddeeltjes. En daarna? Dan staan er weer protonen op het programma.

Higgs-deeltje
Eén van de belangrijkste doelen van het Large Hadron Collider-project is het vinden van het Higgs-deeltje. Het Higgs-deeltje zit in de standaardmodel van de deeltjesfysica – een theorie waarin de krachten en deeltjes die alle materie vormen beschreven worden – maar is nog nooit direct waargenomen. “Via onrechtstreekse metingen weten we ook dat de massa van het deeltje binnen het bereik van de LHC ligt”, vertelt professor Pierre Van Mechelen van de universiteit van Antwerpen aan Scientias.nl. “Er is met andere woorden geen krachtigere versneller nodig; indien de LHC geen Higgs-deeltje vindt, dan bestaat er simpelweg geen standaardmodel-Higgs-deeltje.”