De haaientanden zijn niet alleen op grote afstand van water aangetroffen, maar blijken ook nog eens tientallen miljoenen jaren ouder dan de nederzettingen waarin ze zijn teruggevonden.

En daarmee is een nieuw mysterie geboren, zo stellen de onderzoekers. Want hoe zijn deze tanden hier terechtkomen?

Stad van David
Het mysterie kwam eind vorig jaar aan het licht. Toen ontdekten onderzoekers in de Stad van David, een archeologische vindplaats in Jeruzalem, een grote verzameling haaientanden. “Eerst namen we aan dat de haaientanden voedselresten waren die bijna 3000 jaar geleden gedumpt waren,” vertelt onderzoeker Thomas Tuetken. “Maar toen we ons onderzoeksartikel indienden voor publicatie wees één van de reviewers ons erop dat één van de tanden weleens afkomstig konden zijn van een haai die aan het einde van het Krijt leefde en al zeker 66 miljoen jaar uitgestorven is.”

Fossielen
Daarop besloten de onderzoekers alle tanden nog eens onder de loep te nemen. En inderdaad; alle haaientanden bleken fossielen te zijn, die zo’n 80 miljoen jaar oud waren. Bovendien bleken de haaientanden niet in de lokale gesteenten gefossiliseerd te zijn. In plaats daarvan lijken de tanden van ver te komen, mogelijk van de Negev – op zeker 80 kilometer afstand van de Stad van David – waar eerder vergelijkbare fossiele resten zijn aangetroffen.

De haaientanden die in de Stad van David zijn aangetroffen, bevonden zich in een met afval gevulde kelder waarop in de IJzertijd een groot huis gebouwd was. Naast de haaientanden werden in de kelder ook botten van vissen, potscherven en honderden zegels, gebruikt om vertrouwelijke brieven mee te verzegelen, teruggevonden. Omdat archeologische vondsten vaak gedateerd worden aan de hand van hun omgeving, werd in eerste instantie aangenomen dat de haaientanden – net als de potscherven en zegels – uit de IJzertijd stamden. In die tijd maakte Jeruzalem deel uit van het koninkrijk van Juda. Een analyse van de tanden wijst echter uit dat ze veel ouder zijn dan de resten waartussen ze zijn aangetroffen. Zo blijkt één van de tanden toe te behoren aan een haai uit het geslacht Squalicorax. Deze haaien werden tussen de 2 en 5 meter lang en leefden – samen met de late dinosaurussen – in het Late Krijt.

Staartje
Maar de mysterieuze vondst in de Stad van David staat niet op zichzelf, zo onthulde Tuetken tijdens de Goldschmidt Geochemistry Conference, die deze week (virtueel) in Frankrijk plaatsvindt. Tuetken en collega’s hebben recent namelijk op andere plaatsen in het voormalige koninkrijk van Juda vergelijkbare verzamelingen haaientanden ontdekt. “Deze fossielen bevinden zich niet in hun originele setting, dus ze zijn verplaatst,” aldus Tuetken. “Ze waren waarschijnlijk waardevol voor iemand. We weten alleen niet waarom of waarom vergelijkbare objecten op meer dan één plek in Israël zijn aangetroffen.”

Maresha en Ekron
Maresha is één van de archeologische vindplaatsen waar nu ook fossiele haaientanden zijn teruggevonden. De vindplaats bevindt zich ten zuidwesten van Jeruzalem, op de plek waar in de IJzertijd de stad Maresha te vinden was. Daarnaast zijn ook fossiele haaientanden ontdekt in Ekron, een oude stad ten westen van Jeruzalem.

Hypothese
“Onze hypothese is nu dat de tanden samengebracht werden door verzamelaars, maar we kunnen dat niet bewijzen,” stelt Tuetken. Hij wijst erop dat de tanden geen slijtage vertonen en dus niet als gereedschappen lijken te zijn gebruikt. Ook lijken ze niet als sieraden te zijn gedragen; in de tanden zijn namelijk geen gaatjes geboord. “We weten dat er zelfs vandaag een markt is voor haaientanden en misschien werden ze in de IJzertijd ook wel verzameld,” merkt Tuetken op. “Maar we zullen het waarschijnlijk nooit zeker weten.”

Het onderzoek laat volgens dr. Brooke Crowley, niet betrokken bij het onderzoek van Tuetken en collega’s, zien hoe belangrijk het is om archeologische vondsten met zo weinig mogelijk aannames te beoordelen en duiden. “Het was veel werk, maar de inspanningen onthullen een veel interessanter verhaal over de mensen die in het verleden in dit gebied leefden. Ik ben heel blij met deze studie en hoop dat we op een dag het mysterie van deze fossiele tanden in culturele afzettingen (grondlagen die sterk door mensen beïnvloed zijn, red.) kunnen ontrafelen.”