uitglijer

Geen beter vermaak dan leedvermaak, zo luidt het spreekwoord en diverse televisieprogramma’s springen daar handig op in. Maar waarom lachen we zo graag om het leed van een ander? En is dat nu eigenlijk wel nuttig?

In de dikke Van Dale wordt leedvermaak omschreven als ‘het plezier om het leed van een ander’. Dit plezier is groter bij iemand op wie je jaloers bent of wanneer je het gevoel hebt dat de afgang van de ander terecht is. Toch rust er ook een taboe op leedvermaak; voluit lachen om het leed van een ander gaat net iets te ver.

Leedvermaak van peuters
Tot nu toe was het echter onduidelijk waarom leedvermaak ons zoveel plezier geeft. Om de evolutionaire basis van leedvermaak te onderzoeken, testten wetenschappers uit Israël eerder dit jaar of jonge kinderen ook in staat zijn tot leedvermaak. In het onderzoek werd een kind, de moeder en een leeftijdsgenoot van het kind in twee verschillende situaties geplaatst: een eerlijke en een oneerlijke. In de eerlijke situatie las de moeder hardop een boek voor terwijl de twee kinderen aan het spelen waren. In de oneerlijke situatie las de moeder het boek ook voor, maar nu mocht de leeftijdsgenoot op schoot zitten terwijl haar eigen kind moest toekijken. In beide situaties liet de moeder na een tijdje ‘per ongeluk’ een glas water over het boek vallen (zie de afbeelding hieronder).

Deze afbeelding schetst een beeld van enkele situaties zoals die zich tijdens de experimenten voor konden doen.

Deze afbeelding schetst een beeld van enkele situaties zoals die zich tijdens de experimenten voor konden doen.

Reacties op oneerlijke situatie
Het kind dat in de oneerlijke situatie niet op schoot mocht zitten en dus duidelijk benadeeld werd, werd jaloers en boos. De verschillende kinderen die aan het onderzoek deelnamen, riepen dingen in de trant van: ‘ik wil dat ook’ of ‘genoeg!’. Op het moment dat het glas water omviel, verdween een groot deel van de jaloezie en sloeg om in leedvermaak. Kinderen klapten in hun handen, rolden over de grond van het lachen en riepen dingen als: ‘ja! Het water ging over het boek!’ en ‘geweldig!’. Dit was anders in de eerlijke situatie. Hier leidde het glas water niet tot leedvermaak, dit toont aan dat jaloezie ten grondslag ligt aan leedvermaak, aldus de onderzoekers.

Evolutionair voordelig?
Deze bevindingen laten voor het eerst zien dat kinderen vanaf twee jaar oud al gevoelens van leedvermaak ervaren. Misschien nog wel interessanter; het omvallende glas water zorgde ervoor dat de negatieve emoties van jaloezie en boosheid verdwenen en plaatsmaakten voor emoties van vermaak. Het leedvermaak treedt hier op als een verlichtende factor: ‘haha niemand is bevoorrecht’. Een verklaring hiervoor kan gevonden worden in onze aangeboren voorkeur voor rechtvaardigheid. Deze voorkeur is evolutionair gezien een zeer voordelige eigenschap en stelt ons onder meer in staat tot samenwerken. Dit verklaart ook waarom leedvermaak sterker aanwezig is op het moment dat de afgang terecht is. De kinderen in het onderzoek lachen, omdat de ander nu niet langer wordt voorgetrokken, maar ze beiden hetzelfde worden behandeld. Leedvermaak kan gezien worden als een reactie op ongelijkheid en herstelt de balans. Leedvermaak komt hierdoor in een heel ander, bijna positief, daglicht te staan.

Funniest home video’s
Al is leedvermaak dan ooit ontstaan om de balans te herstellen na een situatie van ongelijkheid, ook in andere gevallen komt het tot uiting. Denk bijvoorbeeld aan het programma “Funniest home video’s”. Hierin zijn – voor de toeschouwer onbekende – mensen vaak niet langer dan tien seconden in beeld. Dat is waarschijnlijk niet lang genoeg om al jaloers te worden op iemand of in te schatten of de afgang terecht is. Toch vinden veel kijkers het leed van deze mensen ook heel grappig. Dit lijkt in tegenspraak met de bevindingen van de onderzoekers, maar hoeft niet zo te zijn. De evolutionair verworven eigenschap om jaloezie teniet te doen kan namelijk ook op andere momenten tot uiting komen. Een mooi voorbeeld om te illustreren hoe dat kan, is ons vermogen om kleuren te zien. Deze eigenschap hebben we ooit ontwikkeld om rijpe en onrijpe vruchten van elkaar te onderscheiden. Maar dat wil niet zeggen dat we ons vermogen om kleuren te zien alleen gebruiken wanneer we met vruchten bezig zijn. We hebben er ook baat bij als we onze kleding uitzoeken of de woonkamer een nieuw verfje geven.

Dus ja, er is inderdaad geen beter vermaak dan leedvermaak en het is – evolutionair gezien – nog nuttig ook. Misschien een goede reden om je er na afloop ietsje minder schuldig over te voelen?

Eva Frenaij (23) studeert Science Education and Communication aan de Universiteit Utrecht en schreef dit artikel voor het vak Public Science Communication with Multimedia. Eva wil graag verder in de (populaire) wetenschapsjournalistiek.