Wij mensen zijn opvallend intelligent. Nieuw onderzoek wijst er nu op dat we dat in beginsel te danken hebben aan samenwerking.

Dat schrijven wetenschappers in het blad Proceedings of the Royal Society B. Ze baseren hun conclusies op computermodellen.

Prijs
Ons brein is tot grote dingen in staat, maar dat heeft ook een prijs. Zo verbruikt ons brein ook uitzonderlijk veel zuurstof en bijzonder veel glucose. Er moet dan evolutionair gezien wel een heel goede reden zijn voor het ontstaan van dit grote en geavanceerde brein. Maar wat die reden precies is? Daar zijn wetenschapper nog niet helemaal uit. Het blijft bij hypotheses. Eén van de belangrijkste is de ‘sociale intelligentie hypothese’. Volgens deze hypothese vroegen sociale interacties steeds meer van ons brein en is het zo uiteindelijk steeds geavanceerder geworden.

WIST U DAT…

Dilemma’s
Onderzoekers toetsen die hypothese nu met behulp van modellen. Welbeschouwd zijn deze modellen eigenlijk simpele hersenen. Deze hersenen kregen sociale dilemma’s voorgeschoteld waarin ze konden samenwerken of voor hun eigen hachje konden kiezen. Eén van deze dilemma’s was het bekende ‘Dilemma van de gevangene’. Hierbij moesten de modellen zich ‘indenken’ dat ze beiden waren opgepakt en in een eigen kamertje waren gezet. Daar werden ze verhoord en kregen ze drie opties te horen. Of ze zwegen allebei en de politie kon weinig doen. Ze zouden dan beiden zonder al te zware straf vrijkomen. Of persoon A bekent en komt vrij en persoon B bekent niet en moet minstens een aantal jaar de gevangenis in. Of beiden bekennen en krijgen een lichte gevangenisstraf. Het beste is natuurlijk de eerste situatie, maar de gevangenen kunnen niet met elkaar overleggen en weten dus niet of de ander ook wel zal zwijgen. De onderzoekers lieten de modellen onder meer dit dilemma meerdere malen tegenkomen. Terwijl de modellen dit spel speelden, evolueerden ze zich ook. En wanneer ze het spel slim speelden en wonnen (dat wil zeggen: er het beste afkwamen) dan kregen ze een extra duwtje in de rug.

Evolutie
Gedurende het onderzoek gebeurde er iets opvallends. De modellen evolueerden en kregen ook te maken met mutaties. Op een gegeven moment leken de mutaties samenwerking in de hand te gaan werken. Maar om goed samen te kunnen werken, was meer hersencapaciteit nodig. En die gingen de modellen ontwikkelen. En naarmate ze zo intelligenter werden, nam ook de behoefte aan nog meer intelligentie toe. Want met wie konden ze het beste samenwerken? En wanneer? En hoe konden ze een onbetrouwbare partner herkennen? En zo ontstond een sneeuwbaleffect dat er uiteindelijk tot leidde dat de modellen uitzonderlijk intelligent werden.

De onderzoekers zijn zich ervan bewust dat de vrij eenvoudige modellen ons ingewikkelde brein lastig kunnen representeren. “Maar onze resultaten kunnen in principe van toepassing zijn op andere sociale omstandigheden waarin individuen strategieën leren om te besluiten met wie ze wanneer moeten samenwerken,” zo schrijven de onderzoekers. Toch is het niet aannemelijk dat alleen onze behoefte aan samenwerking ons intelligent heeft gemaakt. “Een kenmerk zo complex als geavanceerde intelligentie is waarschijnlijk ontstaan door een combinatie van verschillende factoren. (…) De moeilijkheid zit ‘m in het onderscheiden van kenmerken die de evolutie van geavanceerde intelligentie veroorzaakten ten opzichte van kenmerken die bijproducten zijn van geavanceerde intelligentie.” Dit onderzoek wijst er desalniettemin op dat samenwerken één van de factoren was die leidde tot intelligentie.