Beter samen met een robot, dan eenzaam en alleen op de bank? Robots zijn booming business, maar zijn ze ook goed voor onze samenleving?

De robotica is flink in opmars, maar leidt tot een aantal pittige vragen op politiek, juridisch en ethisch gebied. Nu al worden robots in gebruik genomen bij het leger en de politie. Maar er zijn ook robots in de maak voor de zorg en voor in huis. Tijdens de boekpresentatie van Overal robots. Automatisering van de liefde tot de dood vond afgelopen dinsdag een interessante discussie plaats. Want leiden robots niet tot desocialisering bij mensen?

Zorgrobot
Een robot die voor u een cola haalt en het vervolgens naar u toe brengt. Het kan! Studenten van de TU Delft ontwikkelden Eva, een robot die in de toekomst ingezet kan worden in de zorg. Ook wordt er in bepaalde revalidatiecentra al gebruik gemaakt van robots die patiënten helpen bij het leren lopen en het gebruiken van de armen. Een goede ontwikkeling zou u zeggen, ook vanwege de bezuinigingen en tekorten in de huidige zorg. Maar er is ook reden tot nadenken over het gebruik van robots. Voor nu kunnen zij alleen nog kleine taken verrichten, zoals Eva dat doet, maar ooit zal dit veranderen. De techniek zal zich zo ontwikkelen dat het ook mogelijk wordt om robots te bouwen die een mens kunnen vervangen. Maar willen we dat wel? Volgens Floortje Daemen, één van de hoofdauteurs van het boek, staat de zorg voor empathie en warmte. “Het dilemma speelt nog niet, maar in de toekomst moeten wij hier over gaan nadenken. Kunnen robots die belangrijke eigenschappen van de zorg ook aan mensen geven?” Hans Rietman, hoogleraar Revalidatiegeneeskunde en –technologie, vindt het ook belangrijk dat de patiënt vertrouwen heeft in de robot. “Als een robot hem of haar optilt, is het belangrijk dat de techniek goed werkt,” zegt hij tijdens de bijeenkomst. “Maar belangrijker, leidt een robot niet tot vervreemding tussen mensen? Een robot die bijna alle taken van een verzorger overneemt, wordt dan de sociale omgeving van de patiënt.”

Een Nao robot laat tijdens de presentatie zien hoe hij naar een blokje kan toelopen en het vervolgens kan optillen.

Aandacht
Meer zorgrobots betekent meer tijd voor verzorgers om aandacht aan de patiënt te besteden luidde de stelling. Rinie van Est, auteur van het boek, denkt dat het lastig wordt om dit waar te maken. “Ik denk niet dat verzorgers in staat zullen zijn om meer aandacht te geven aan de individuele patiënt. De robots zullen namelijk ook gemonitord moeten worden. Wel denk ik dat de kwaliteit van de zorg verbeterd kan worden door het gebruik van robots.” Professor Piet Jonker van de TU Delft hoopt dat robots het personeelsprobleem in de zorg kunnen oplossen, maar benadrukt dat patiënten toch aandacht willen van mensen. “Die persoonlijke aandacht moet niet verdwijnen. We moeten oppassen dat we geen hele kille samenleving creëren.” Waar robots patiënten wel bij kunnen helpen, is de zeggenschap over hun eigen leven. Jonker: “Neem als voorbeeld het aantrekken van de steunkousen: patiënten willen deze zelf aantrekken wanneer zij vinden dat dit nodig is. Zij willen niet wachten totdat een verzorger eindelijk tijd heeft om dit te doen. Als er een robot wordt ontwikkeld die dit soort klusjes kan doen, behouden patiënten hun vrijheid. Daarnaast krijgen patiënten bijna iedere week een andere verzorger, dit wordt ook niet altijd als positief ervaren. Zij kunnen dan zelf een overweging maken: Wil ik een machine die mij helpt of wil ik iedere week een andere verzorger?” Maar er moet ook gekeken naar wat verzorgers willen, beaamt Jonker. “Mensen die werkzaam zijn in de zorg halen voldoening uit hun werk door de dankbaarheid van een patiënt. Die dankbaarheid is hun motivatie om iedere dag naar het werk te gaan en anderen te helpen. Als je robots inzet, kan deze motivatie verdwijnen. Daar staat tegenover dat patiënten meer vrijheid krijgen.”

Sociale intelligentie
En dan zijn er ook sociale robots, voor in huis maar ook voor in de zorg. Deze robots moeten in de toekomst emoties herkennen en tonen en een dialoog kunnen voeren. Kortom: een robot die sociaal gedrag vertoont en die u gezelschap houdt. In de psychiatrische zorg wordt Paro al ingezet. Dit is een robot in de vorm van een zeehond die demente bejaarden helpt. Het apparaat vraagt de aandacht van de patiënt en wordt vervolgens blij als hij deze ook werkelijk krijgt. De robot is een succes: zo blijkt dat de hersenen van de bejaarden weer worden geactiveerd. Ook leidt Paro hen af bij angstige momenten. Een sociale robot zou niet alleen zieke mensen kunnen helpen, maar ook eenzame mensen. Een robot voor in huis, om samen mee op de bank te hangen. Sommigen vinden het geen goed idee. “Een robot heeft geen sociale intelligentie en ik denk niet dat hij dit ooit zal krijgen,” hoor ik iemand zeggen in het publiek. “Een robot stamt niet af van apen, mensen wel.” Anderen vinden een gezelschapsrobot niet anders dan een huisdier: “een kat of een hond stamt toch ook niet af van apen”. Toch gaat u met een hond wel naar buiten en met een robot niet, deze kan voor nog meer vervreemding van mensen zorgen.

Maar is de illusie van sociale intelligentie niet al genoeg? Mensen praten ook met hun kat of hond en hebben de illusie dat het dier hun begrijpt. Mensen accepteren dit, maar doen zij dat ook van robots? We moeten ons afvragen in wat voor samenleving we willen leven, één met menselijk contact of één met robots? Of een gulden middenweg? Zullen we menselijke vaardigheden verliezen door teveel met robots op te trekken? Een eenzaam persoon die zijn toevlucht zoekt bij een robot kan mogelijk de motivatie verliezen om echte vrienden te zoeken. Zo moeten we niet alles willen kopen in de wereld, zo ook geen sociaal contact. Robots kunnen wel degelijk een handje helpen, bijvoorbeeld in de zorg. Maar mensen helemaal vervangen, dat gaat wel heel erg ver. Er moeten dan ook goede afspraken worden gemaakt als het zover is. Wat denkt u? In welke mate mogen robots ingezet worden in de samenleving?

Aanstaande zondag 20 mei 2012 verschijnt op Scientias.nl om 08.00 uur de recensie van het boek Overal robots. Automatisering van de liefde tot de dood.