Onderzoekers van de universiteit Leiden hebben het op twee na oudste Papiamentse tekstje teruggevonden. Het betreft een briefje dat een vrouw in 1783 uit naam van haar pasgeboren kindje aan haar man schreef. Haar echtgenoot ontving het briefje echter nooit.

De brief werd geschreven door Anna Elisabeth Schermer-Charje, uit naam van haar pasgeboren zoontje Jantje. De brief – die zo’n tachtig woorden telt – is gericht aan haar man: Dirk Schermer. Anna Elisabeth bevond zich op het moment van schrijven op Curaçao, Dirk was in Rotterdam. Hij ontving de brief nooit: het papiertje werd – net als vele andere brieven – gekaapt door de Engelsen.

Enthousiast
De onderzoekers vonden het briefje dan ook terug in de nationale archieven in Londen. Experts zijn enthousiast over de vondst. Niet alleen behoort het briefje tot één van de oudste teksten die in het Papiamentu geschreven zijn: het biedt ons ook een uniek kijkje in het leven van de Nederlanders die in de achttiende eeuw op Curaçao leefden. Zo blijkt Anna het Papiaments – ondanks dat ze van oorsprong uit Nederland kwam – redelijk goed te beheersten. Het briefje roept echter ook vragen op: was het bijvoorbeeld gebruikelijk dat op Curaçao woonachtige Hollanders het Papiaments zo goed konden spreken en schrijven?

Andere strekking
Hoewel er dus twee teksten in het Papiaments zijn die ouder zijn, maakt dat dit tekstje niet minder belangrijk. De oudste tekst stamt uit 1775 en is een liefdesbrief. De op één na oudste tekst komt uit 1776 en geeft een dialoog tussen twee slaven weer. De brief van Anna Elisabeth heeft weer een heel andere lading en breidt het Papiaments erfgoed dus flink uit. De tekst van het briefje luidt als volgt:

Mi papa bieda die mi Courasson
(Mijn papa, leven van mijn hart)
bieni prees toe seeka bo joego doesje
(kom snel (dicht) bij je lieve kind)
mi mama ta warda boo, mie jora toer dieja pa mie papa
(mijn mama wacht op jou, ik huil iedere dag/de hele dag om mijn papa)
Coemda Mie groot mama pa mie ie mie tante nan toer
(groet mijn grootmoeder voor mij en al mijn tantes)
papa doesje treese oen boenieta son breer pa boo jantje
(lieve papa, breng een mooie hoed mee voor je Jantje)
adjoos mie papa bieda die mi Courasson
(dag mijn papa, leven van mijn hart)
djoos naa boo saloer pa mie i pa mie mama
(God geve jou gezondheid voor mij en voor mijn mama)
mie groot mama ta manda koemenda boo moetje moetje
(mijn grootmoeder stuurt jou heel veel groeten)
mie ta bo joego Doe[s]je toena mortoo
(ik ben je geliefde kind tot aan de dood)

Jan Boufet Schermer

Dit heeft uw Jantje geschreeven, nogmals adjoos vart wel
(Dit heeft uw Jantje geschreven, nogmaals adieu, vaarwel).”

Verboden

De West-Indische Compagnie (WIC) had het gebruik van Papiaments op haar plantages en scholen verboden, om zo de scheiding tussen de blanken en kleurlingen te kunnen handhaven. Het briefje wijst erop dat dat niet echt lukte: de Nederlandse vrouwen op Curaçao gebruikten het Papiaments waarschijnlijk regelmatig.

Naast het kinderbriefje schreef Anna Elisabeth nog meer brieven. Die zijn niet in hun geheel in het Papiaments geschreven, maar in de brieven speelt ze wel met het Papiaments of Creools. Zo schrijft ze in een brief aan haar in Nederland woonachtige schoonmoeder over haar man als zijnde ‘myn lieve doesje’. En ook in een brief aan Dirk gericht, zijn de koosnaampjes in het Papiaments niet van de lucht. Grote vraag is natuurlijk of Dirk het Papiaments net zo goed beheerste als Anna Elisabeth. In tegenstelling tot zijn vrouw reisde hij regelmatig naar Nederland en bracht dus maar een beperkte tijd op Curaçao door. Maar het feit dat Anna Elizabeth bij haar brief waarin ze vermeldt een zoon te hebben gekregen ook het in het Papiaments geschreven kinderbriefje voegt, wijst erop dat Dirk toch wel wat kaas gegeten had van de taal.