Een saaie dag op kantoor of een langdradige verjaardag wordt weer leuk met deze leuke (wetenschappelijke) feitjes.

Zomaar drie feitjes die leuk zijn om te vertellen, over na te denken of over te discussiëren.

Verstandelijk beperkt?
Albert Einstein (zie de foto hierboven) kwam in 1879 ter wereld. Maar het zou tot 1882 duren voordat hij zijn eerste woordje zei. Zijn ouders hadden daarvoor al vastgesteld dat hun kind wel geestelijk beperkt moest zijn. Maar toen Albert 3,5 jaar was, kwam het eerste zinnetje er dan toch. De jonge Einstein beklaagde zich over zijn melk die veel te heet was. Toen zijn ouders hem vervolgens vroegen waarom hij nu pas begon te praten, had de slimme jongen zijn antwoord al klaar. Hij vertelde zijn ouders dat hij eerder geen reden had om te praten: tot aan dit moment was alles naar wens geweest.

Engelen dragen de ziel van de overledene naar de hemel. Een schilderij van William-Adolphe Bouguereau.

Het gewicht van de ziel
In 1907 wordt in Amerika een heel opmerkelijk onderzoek uitgevoerd. Wetenschappers proberen het gewicht van de ziel te bepalen. Ze verzamelden een aantal proefpersonen die ernstig ziek waren en hielden die nauwlettend in de gaten. Zodra één van de proefpersonen dreigde te overlijden, legden de onderzoekers deze op een weegschaal. Ze zagen hoe het lichaamsgewicht op het moment van overlijden opeens minder werd. Om weer op het oude gewicht te komen, moesten de onderzoekers twee munten naast het lichaam van de overledene leggen. Ze concludeerden dan ook dat de ziel 21 gram moest wegen. Experimenten met andere proefpersonen leverden echter elke keer weer andere resultaten op. Om toch met wat eenduidigs te komen, herhaalden de wetenschappers hun experiment met honden. Zij verloren geen gewicht nadat ze overleden waren. Volgens de onderzoekers het bewijs dat dieren geen ziel hebben.

Neuscorrectie
Plastische chirurgie: een modegril uit de 20e en 21e eeuw? Echt niet! Het gebeurde waarschijnlijk in het jaar 2000 voor Christus al. Mensen die gestraft waren en daarbij hun neus geschonden hadden, konden bij de artsen van die tijd terecht voor een correctie. Daarbij werden stukken huid van de wang of het voorhoofd gehaald en op de neus geplaatst. Het waren de Indiërs die ermee begonnen. De Arabieren en Europeanen namen de techniek al snel over.