Het tijdperk van de mens is aangebroken. En we weten er geen raad mee.

Officieel leven we nog in het Holoceen: een tijdvak dat zo’n 11.700 jaar geleden, met het eind van de laatste ijstijd, begon. Maar steeds meer mensen zijn ervan overtuigd dat het Holoceen eigenlijk halverwege de vorige eeuw al ten einde is gekomen en plaats heeft gemaakt voor het Antropoceen: een tijdperk dat gekenmerkt wordt door de enorme impact die wij mensen op onze planeet hebben. We hebben eigenhandig onze atmosfeer en daarmee ook het klimaat veranderd, soorten op het randje van uitsterven gebracht, bossen omgehakt, zeeën leeggehaald en vervuild. De mens is, zo concludeert Albert Faber heel treffend in zijn onlangs verschenen boek ‘De gemaakte planeet‘, doorgedrongen tot in de poriën van de aarde. En daarmee is alles voorgoed anders geworden.

Steggelende geologen


Terwijl we de aarde onder invloed van mensen voor onze ogen zien veranderen, steggelen geologen nog over de vraag wat nu hét geologische signaal van het Antropoceen is. Want voor de Subcommission on Quaternary Stratigraphy of the International Commission on Stratigraphy het Antropoceen officieel kan erkennen, moet er in aardlagen wereldwijd een signaal worden gevonden dat kenmerkend is voor de start van het Antropoceen en dus het einde van het Holoceen. Er zijn kanshebbers genoeg, maar wat is nu de beste? Die discussie is in volle gang en tot die tijd blijft het Antropoceen een informele benaming voor een tijdperk dat mogelijk al bijna 75 jaar geleden begonnen is.

Conceptueel andere tijd
Terwijl steeds meer onderzoekers pleiten voor een afscheid van het Holoceen, is het Antropoceen nog altijd niet officieel erkend (zie kader). Maar volgens Faber kunnen we hoe dan ook concluderen dat we inmiddels in een “conceptueel andere tijd leven”. In zijn nieuwe boek verkent Faber – al bijna twintig jaar werkzaam op het raakvlak van wetenschap en beleid, bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, het Planbureau voor de Leefomgeving en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat – de bijna filosofische gevolgen die het leven in zo’n andere tijd voor ons – de veroorzakers ervan – heeft. Want leven in het Antropoceen: dat is zo gemakkelijk nog niet. Sterker nog: om het in dit nieuwe tijdperk vol te kunnen houden, zullen we radicaal anders naar onszelf, de natuur en de planeet als geheel moeten gaan kijken. “Het Antropoceen is een zoektocht,” stelt Faber in gesprek met Scientias.nl.

Diep ingesleten ideeën
En als het aan Faber ligt, begint die zoektocht met het afscheid nemen van drie diep ingesleten ideeën. Zo moeten we allereerst af van het idee dat deze wereld in verval is geraakt en het vroeger allemaal veel beter was. “We moeten onder ogen zien dat het Antropoceen ons ook veel goede dingen heeft gebracht, bijvoorbeeld op sociaal-economisch gebied,” merkt Faber op. Daarnaast kan vanuit de constatering dat het vroeger beter was ook het idee ontstaan dat we nog terug kunnen naar hoe het ooit is geweest. En daarover wil Faber geen misverstanden laten bestaan: er is geen weg terug. “We kunnen alleen proberen het goede te behouden en het negatieve te beperken.” Daarnaast moeten we ook af van het idee dat er sprake is van een strikte scheiding tussen mens en natuur. “De mens en natuur zijn met elkaar verweven geraakt,” aldus Faber. Hij illustreert dat met behulp van twee treffende voorbeelden. “Als het lang droog is, rijst altijd weer de vraag: is dit klimaatverandering, oftewel hebben we dit zelf veroorzaakt?” Het is niet meer zo gemakkelijk om onderscheid te maken tussen natuurlijke variaties en menselijke invloeden.” Nog zo’n mooi voorbeeld: evolutie in steden. Steeds meer dieren passen zich op voortreffelijke wijze aan dit door mensen gedomineerde ecosysteem aan. “Merels die in de stad leven, gaan bijvoorbeeld harder zingen om boven het stadslawaai uit te komen.” En de pootjes van stadse hagedissen veranderen, zodat ze letterlijk grip krijgen op hun stedelijke leefomgeving. Die verwevenheid van mens en natuur zorgt ervoor dat de wereld in zekere zin een stuk complexer is geworden. Oorzaken en gevolgen rollen over elkaar heen en zijn lastig te ontwarren. Wat overblijft, zijn complexe problemen, zoals klimaatverandering. Zulke problemen los je niet op. Je kunt hooguit proberen ze binnen de perken te houden.

“We hebben allemaal een bijdrage aan het probleem en dus ook de verantwoordelijkheid om ermee te leren omgaan”

Vaak wordt daarbij gekeken naar overheden. Zo waren alle ogen onlangs gericht op de klimaattop in Katowice. Maar ook het idee dat verandering van bovenaf komt, moeten we loslaten, willen we het in het Antropoceen gaan redden. “We hebben allemaal een bijdrage aan het probleem en dus ook de verantwoordelijkheid om ermee te leren omgaan.” In zijn boek illustreert Faber dat aan de hand van een voorbeeld: de niet te stuiten urbanisatie. “Steden zijn de belangrijkste biotoop van het Antropoceen geworden. Dat geeft een gevoel van onbehagen over verlies en verandering, maar het geeft ook een grote verantwoordelijkheid voor de door de mens ingerichte aarde. Het is een verantwoordelijkheid die de mens zich als het ware heeft toegeëigend (…) In de complexe wereld van het Antropoceen kunnen we ons niet meer verschuilen in de eigen veilige leefomgeving, terwijl we tegelijkertijd weten dat ons handelen consequenties heeft tot over de hele wereld en mogelijk tot ver in de toekomst.” Jouw verantwoordelijkheid nemen in het Antropoceen: dat komt wel heel dichtbij. “We kunnen het niet afschuiven op bedrijven en overheden. Die hebben natuurlijk wel een rol, maar jij hebt ook een eigen rol te spelen. Zo kun je klagen over de uitbreiding van Schiphol, maar wat is dat waard als je vervolgens wel weer in het vliegtuig stapt om op vakantie te gaan?” En misschien moeten we ook op een andere manier naar onszelf gaan kijken. Ons niet langer typeren als ‘de mensheid’, maar kijken wat elk individu te bieden heeft. “Veel mensen spreken over overbevolking en pleiten ervoor om minder kinderen op de wereld geboren te laten worden. Maar je kunt ook denken: elk individu dat erbij komt, is een nieuwe creatieve geest die met zorgzame oplossingen kan komen. Je ziet: alles wordt anders als je de mens als individu gaat zien.”

Omarm het Antropoceen
Afscheid nemen van de drie diep ingesleten ideeën betekent ten diepste afscheid nemen van het idee dat het Antropoceen mogelijk nog kan worden afgewend. “Vaak wordt er nu nog gezegd dat het twee voor twaalf is. Ik zou eerder stellen dat het al vijf óver twaalf is: we zitten al midden in het Antropoceen en het heeft geen zin om na te denken wat er om twaalf uur is gebeurd. We zijn er ingerold en je kunt de klok niet meer terugdraaien. Het is nu tijd om het Antropoceen te omarmen.”

“Omarm de realiteit en niet de wereld die je graag zou willen zien”

Leven in het Antropoceen begint dus met het accepteren dat de wereld er door ons handelen voorgoed anders uitziet en dat het nooit meer wordt zoals het was, zo stelt Faber. “Omarm de realiteit en niet de wereld die je graag zou willen zien.” Met die woorden pleit Faber er zeker niet voor om achterover te leunen en het Antropoceen over ons heen te laten komen; hij wil juist dat we het nieuwe tijdperk erkennen en van daaruit aan de slag gaan. “We hoeven ons niet neer te leggen bij een situatie die uit de hand is gelopen,” zo schrijft hij in zijn boek. “Integendeel, we zullen op zoek moeten naar perspectief voor een toekomst die leefbaar is voor de mens op aarde en voor de aarde met de mens.” Het brengt ons terug bij wat Faber aan het begin van het interview al concludeerde: “Het Antropoceen is een zoektocht”. En aan die zoektocht moeten we allemaal deelnemen. “We kleuren de wereld gezamenlijk in (…) De uitkomst zal nooit worden wat we ons in onze dromen voorstellen, maar het zal ook niet de nachtmerrie hoeven te zijn die we vrezen. Als we utopieën en dystopieën laten varen, kunnen we met gezond pragmatisme een heel eind komen in de wereld van het Antropoceen. Onze wereld.”

Het moge duidelijk zijn: terwijl de term Antropoceen in veel discussies een enigszins apocalyptische nasmaak heeft, wil Faber graag onze verlammende angsten wegnemen en laten zien welke ongekende mogelijkheden dit nieuwe tijdperk – mits we erin slagen daarin onze draai te vinden – ons te bieden heeft. “Ik ben wel hoopvol,” stelt hij. “Dat kan ik nergens op baseren, behalve dan op het vertrouwen in de inventiviteit en goede wil van de mensen. En ik vind dat we wel hoopvol moeten zijn, zolang we weten dat er na ons weer nieuwe generaties zullen komen.” Wat wellicht ook helpt, is dat we met Fabers opgetekende overpeinzingen een handboek hebben dat ons niet alleen door een nieuw geologisch tijdperk kan loodsen, maar ons ook kan helpen om alles eruit te halen. En nogmaals: dat begint met het omarmen van de situatie die we zelf hebben gecreëerd. “Daar is nog een wereld te winnen.”