De zware meteorietinslagen die de aarde zo’n vier miljard jaar geleden troffen, hebben het leven niet weggevaagd, maar bevorderd. De meteorieten gaven een boost aan microben: onze verre, verre, verre voorouders. Dat blijkt uit onderzoek. De ontdekking helpt om ook de ontwikkeling van leven in het heelal beter te begrijpen.

Simpele organismen hebben de meteorietinslagen waarschijnlijk weten te ontduiken door onder de grond verder te leven en nog warme oppervlaktegesteenten binnen te trekken. Lang werd aangenomen dat het leven op aarde de inslagen niet heeft overleefd en verschillende evolutierondes hebben moeten passeren voordat de microben het leven weer konden oppakken. Maar het tegenovergestelde blijkt het geval te zijn.

De onderzoekers verzamelden en analyseerden een aantal mineraalmonsters uit de Haughtonkrater op Devoneiland. De mineralen bleken er te zijn achtergelaten door een type microbe die gek is op warmte en zelfs temperaturen tot aan het kookpunt kan verdragen. De microben hadden de gehele krater – zo’n twintig kilometer breed en zeker 200 meter onder het aardoppervlak – bezet. Dat wijst erop dat ze tevens in staat zijn om op grote diepte en in de duisternis te wonen.

“Onze analyse van de mineralen vertelt ons dat deze oude microbe in staat was om een meteorietinslag te overleven door zowel onder de grond als in de enorme hitte van het aardoppervlak te leven,” vertelt onderzoeker John Parnell. Dergelijke kraters met vergelijkbare mineralen komen voor op Mars. Het onderzoek kan dan ook wel eens een aanwijzing zijn voor nader onderzoek op de rode planeet. Wellicht schuilt daar onder het oppervlak ook veel meer leven.