Simulaties tonen aan dat het op zo’n planeet best aangenaam kan zijn.

Lang was een planeet met twee sterren iets uit sciencefiction-films. In Star Wars ziet Luke Skywalker op een dergelijke planeet het levenslicht. Die planeet – Tatooine genaamd – is dor en zanderig. Eigenlijk gewoon een woestijn. En dat is domme pech voor Luke, zo stellen onderzoekers nu. Want op een planeet met twee sterren kan het – als deze op de juiste afstand van zijn sterren staat – ook heel aangenaam zijn.

Simulaties
Onderzoekers trekken die conclusie op basis van simulaties. Die simulaties draaiden om het dubbelstersysteem Kepler-35. Dit systeem bestaat uit twee sterren – Kepler-35A en -B – en een gasreus (Kepler-35b). De onderzoekers voegden in hun simulaties een hypothetische planeet aan dit stelsel toe. Deze planeet was ongeveer net zo groot als de aarde en met water bedekt. Ze keken hoe het klimaat op deze planeet was als deze in een periode die varieerde tussen de 341 en 380 dagen een rondje rond zijn twee sterren trok (het effect dat de zwaartekracht van Kepler-35b op de planeet zou hebben, werd even buiten beschouwing gelaten).

De leefbare zone

Een leefbare zone is een denkbeeldige zone rond een ster. Planeten die zich in deze zone bevinden, ontvangen genoeg warmte van de ster om te voorkomen dat eventueel water op hun oppervlak bevriest. Maar ze ontvangen ook weer niet zoveel warmte dat datzelfde oppervlaktewater verdampt. In andere woorden: planeten in deze leefbare zone kunnen vloeibaar water herbergen op hun oppervlak. Ook rond dubbelsterren vinden we zo’n leefbare zone.

Koud
Uit de simulaties blijkt dat de planeet wanneer deze tegen het buitenste randje van de leefbare zone (zie kader) ‘schuurt’ met grote variaties in zijn oppervlaktetemperatuur te maken heeft. Omdat zo’n koude planeet slechts een kleine hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer heeft, schommelt de gemiddelde oppervlaktetemperatuur over een periode van een jaar met wel twee graden Celsius. “Het is vergelijkbaar met hoe we op aarde – in droge klimaten, zoals woestijnen, grote temperatuurvariaties tussen dag en nacht ervaren,” legt onderzoeker Siegfried Eggl uit. “De hoeveelheid water in de lucht maakt een groot verschil.”

Atmosfeer
Anders is het als de planeet een stuk dichter bij het binnenste randje van de leefbare zone staat. In dat geval is de gemiddelde wereldwijde oppervlaktetemperatuur vrijwel constant. Dat komt doordat er in de atmosfeer van de planeet meer waterdamp zit. Het resulteert in een dikkere atmosfeer die de temperatuur reguleert en stabiel houdt.

“Het betekent dat een dubbelstersysteem van het type dat we nu bestudeerd hebben, heel geschikt is voor het herbergen van leefbare planeten, ook al zijn er grote variaties in de hoeveelheid sterlicht die hypothetische planeten in zo’n systeem zouden ontvangen,” vertelt onderzoeker Max Popp. Eggl benadrukt dat het best veel moeite kost om naar potentieel leefbare planeten te zoeken. “Dus is het goed om op voorhand te weten waar we moeten kijken. Wij tonen aan dat het de moeite waard is om naar dubbelstersystemen te kijken.”