Een Russische wetenschapper beweert bewijs te hebben voor leven op Venus. Maar welbeschouwd klopt er niets van.

De Russische onderzoeker Leonid Ksanfomaliti doet zijn conclusies in een Russisch blad uit de doeken. En in één keer is het wereldnieuws. Media pakken het op, laten zich door de beweringen van Ksanfomaliti meeslepen of moeten er om lachen. Maar er wordt in ieder geval over gesproken. Logisch: claims als deze doen het tenslotte altijd goed.

Over Venus
Maar kloppen ze ook? Venus is ongeveer net zo groot als onze aarde. Maar wanneer u op Venus zou worden gedropt, is dat niet direct reden tot vreugde. Want het is er warm: zo’n 462 graden Celsius. Bovendien komt er ontzettend veel CO2 voor, is er geen water en weinig zonlicht. Zo op het eerste gezicht is Venus dan ook niet de uitverkoren plaats voor het ontstaan (of bestaan) van leven.

Extreem
En toch houdt Ksanfomaliti – een gerespecteerd wetenschapper – vol. Hij stelt dat we er niet van uit moeten gaan dat leven alleen maar op planeten zoals onze aarde voor kan komen. We mogen er best van uitgaan dat leven op meer extreme plaatsen ook kan ontstaan. En dan zou het toch ook op Venus mogelijk moeten zijn? Ksanfomaliti pleit er vervolgens voor om foto’s die van het oppervlak van Venus gemaakt zijn, te bestuderen.

Foto: L. Ksanfomaliti / Solar System Research.

Zien
En hij voegt zelf direct de daad bij het woord. Hij bestudeerde beelden van de Venera-lander. En op die beelden heeft hij naar eigen zeggen bewijs aangetroffen dat op Venus leven voorkomt. Een foto die hij als bewijs aandraagt, staat hiernaast. Ksanfomaliti stelt dat het een schorpioen-achtig wezen is. Om er zeker van te zijn dat het een levend ding is, vergeleek hij verschillende beelden die de Venera-lander kort na elkaar maakte. Hij zocht naar veranderingen op het oppervlak en bestempelt die veranderingen vervolgens als ‘leven’.

Verstoren
Terecht? Nee, zo stelt Emily Lakdawalla in een heerlijk verhelderende blog op de site van The Planetary Society. Ze wijst er terecht op dat de Venera-lander het oppervlak door te landen al verstoorde en dat de beelden dus niet zo geschikt zijn om veranderingen op te merken. Want wie zegt dat die veranderingen door leven en niet door de lander zelf zijn ontstaan? Daar komt nog eens bij, zo schrijft Lakdawalla, dat er wanneer de beelden naar aarde werden gezonden wel eens stukjes informatie verloren gingen. Op aarde werden de missende stukjes beeld van andere foto’s gehaald en opgevuld. Ook werden de foto’s aangepast: wat helderder gemaakt, bijvoorbeeld. Daar is niets mis mee. Totdat een onderzoeker op basis van deze aangepaste foto’s extreem kleine verschilletjes gaat zoeken en gaat aandragen als bewijzen voor leven.

Hoe het komt dat een gerespecteerde wetenschapper zich zo mee laat slepen? Daar kunnen we alleen maar naar gissen. Maar soms willen mensen gewoon heel graag dingen zien en wanneer onscherpe beelden de ruimte bieden voor enige speculatie dan kan het heel aantrekkelijk zijn om die kans te grijpen. Dat is heus niet voor het eerst. Vorig jaar gebeurde het bijvoorbeeld ook nog toen een man dacht dat hij een geheime basis op Mars had ontdekt. En ook claims als gezichten en struiken op Mars mogen zich in dit rijtje scharen.