De levensduur neemt toe, maar de man blijft achterlopen. En nieuw onderzoek suggereert nu dat dat al heel lang zo is.

In enkele eeuwen tijd is de levensduur van sommige populaties mensen meer dan verdubbeld. Maar het gat tussen de levensduur van mannen en vrouwen is onverminderd groot. En datzelfde gat treffen we ook aan onder wilde primaten: ook daar leven de vrouwtjes doorgaans langer dan de mannetjes. Het suggereert dat de kortere levensduur van de man diep in onze evolutionaire geschiedenis geworteld is. Dat schrijven onderzoekers in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Het onderzoek
De onderzoekers gingen voor meer dan 1 miljoen mensen wereldwijd na hoe oud ze waren geworden. Onder deze mensen bevonden zich mensen uit het post- en pre-industriële tijdperk. Maar ook moderne jagers en verzamelaars (mensen die vandaag de dag leven, maar niet profiteren van bijvoorbeeld de moderne gezondheidszorg). De onderzoekers vergeleken de leeftijden van deze mensen met die van vijf verschillende soorten primaten die de afgelopen drie tot vijf decennia uitgebreid zijn bestudeerd. Denk aan kapucijnapen, chimpansees en gorilla’s.

Verdubbeling van de levensduur
Het onderzoek laat allereerst zien dat de levensverwachting van de mens in korte tijd enorm is toegenomen. Een voorbeeldje: Zweden die aan het begin van de negentiende eeuw het levenslicht zagen, werden gemiddeld zo’n 35 jaar oud. Inmiddels zijn we 200 jaar verder en is de levensverwachting van de Zweed bijna verdubbeld.

Medische zorg

Die stijgende levensverwachting hangt onder meer samen met een betere gezondheidszorg, die weer resulteert in een lagere kindersterfte. Opnieuw een voorbeeld: van elke 1000 baby’s die vandaag de dag in Japan of Zweden het daglicht zien, sterven er drie. Twee eeuwen geleden waren dat er nog 120. Onder moderne jagers en verzamelaars – maar ook onder wilde primaten – is de kindersterfte echter nog onverminderd hoog.

Jagers en verzamelaars
Verder blijkt uit het onderzoek dat de levensverwachting van moderne jagers en verzamelaars niet zo snel toeneemt. De langstlevende mensenpopulaties van dit moment leven nog zo’n 40 tot 50 jaar langer dan moderne jagers en verzamelaars. En die moderne jagers en verzamelaars leven gemiddeld slechts 10 tot 20 jaar langer dan wilde primaten zoals de chimpansees, waarvan onze voorouders zich miljoenen jaren geleden afscheidden. Het betekent heel concreet dat de menselijke levensduur in de afgelopen paar honderd jaar sneller is toegenomen dan in de miljoenen jaren die daaraan vooraf gingen.

Gelijkheid
De onderzoekers keken ook naar de gelijkheid in de levensduur. En dat levert een verrassing op. Een meisje dat aan het begin van de negentiende eeuw in Zweden het levenslicht zag, mocht verwachten drie tot vier jaar ouder te worden dan een jongetje dat in datzelfde jaar geboren werd. Tweehonderd jaar later is de gemiddelde levensduur van de Zweden met zo’n 45 jaar toegenomen, maar leeft de Zweedse vrouw doorgaans nog altijd een paar jaar langer dan de Zweedse man. Het gat tussen de levensduur van mannen en vrouwen is in die gehele periode dus niet kleiner geworden.

Primaten
En dat verschil tussen de levensduur van mannen en vrouwen treffen we niet alleen bij mensen aan. Ook onder alle bestudeerde wilde primaten bleken de vrouwtjes langer te leven dan de mannetjes. “Het is een raadsel,” stelt onderzoeker Susan Alberts. “Als we het leven zo lang kunnen laten duren, waarom kunnen we het gat tussen de levensduur van de man en de vrouw dan niet verkleinen?”

Onduidelijk is waarom de man doorgaans korter leeft dan de vrouw. Sommigen denken dat het te maken heeft met de genen. Mannelijke primaten dragen in tegenstelling tot de vrouwen slechts één kopie van het X-chromosoom bij zich en kunnen schadelijke genvarianten op dat ene X-chromosoom lastig compenseren. Een andere mogelijkheid is dat de levensduur van mannen achterblijft, omdat ze sterker geneigd zijn om risicovol gedrag te vertonen. Meer onderzoek naar de oorzaak van de kortere levensduur van de man is noodzakelijk: pas wanneer we zeker weten waarom de mannen achterblijven, kunnen we de achterstand van de mannen wellicht verhelpen.