nachtwolk

Nieuw onderzoek toont aan dat lichtende nachtwolken (u ziet ze op de afbeelding hierboven) tussen 2002 en 2011 flink zijn toegenomen. En dat heeft alles te maken met lagere temperaturen op grote hoogte boven het aardoppervlak.

Lichtende nachtwolken lijken licht te geven. In werkelijkheid zit het echter heel anders. De wolken bevinden zich op grote hoogte: op zo’n tachtig kilometer boven het oppervlak. “Zo hoog dat ze het licht van de zon reflecteren richting de aarde,” vertelt onderzoeker James Russell. Voordat zo’n lichtende nachtwolk kan ontstaan, zijn drie dingen nodig. “Hele lage temperaturen, waterdamp en meteoorstof. Het stof zorgt voor een plek waar waterdamp zich kan verzamelen tot lage temperaturen ervoor zorgen dat waterijs ontstaat.”

De lichtende nachtwolken werden in 1885 voor het eerst gespot nabij de polen. Maar in de jaren die volgden, werden ze ook steeds vaker op lagere breedtes (tussen de 40 en 50 graden noorderbreedte) waargenomen. Het zette onderzoekers aan het denken: is er iets veranderd?

Een nieuw onderzoek suggereert van wel. Onderzoekers combineerden gegevens van verschillende onderzoeken om een beeld te krijgen van temperaturen en hoeveelheid waterdamp in de lucht. Vervolgens gebruikten ze die informatie in een computermodel dat het ontstaan van lichtende nachtwolken simuleert. Uit het onderzoek blijkt dat tussen 2002 en 2011 het aantal lichtende nachtwolken in gebieden tussen de 40 en 50 graden noorderbreedte toenam. Deze verandering hing samen met lagere temperaturen op de hoogte waarop lichtende nachtwolken ontstaan. Temperaturen op deze hoogte komen niet overeen met de temperaturen beneden. Maar een verandering in de temperaturen daar roept wel vragen op over veranderingen in het aardse klimaatsysteem. De onderzoekers vragen zich af of de temperatuurdaling van de afgelopen tien jaar (op zo’n 80 kilometer hoogte) het resultaat is van een afname in de energie en warmte van de zon. Die energie en warmte liep terug, omdat het zonnemaximum (2002) in de onderzochte periode geleidelijkaan plaatsmaakte voor het zonneminimum (2009). “Als het zonneminimum zich aandient, warmt de zon de atmosfeer minder op en zou men afkoeling verwachten.”