lief

Wanneer we ons bedreigd voelen, wordt de amygdala actief. Tenzij we kort daarvoor foto’s gezien hebben die ons eraan herinneren dat mensen van ons houden. Dat blijkt uit nieuw onderzoek. In dat geval reageert de amygdala niet op bedreigende gezichtsuitdrukkingen of woorden.

Tot die conclusie komen onderzoekers van de universiteit van Exeter nadat ze enkele experimenten uitvoerden. Ze verzamelden 42 gezonde volwassen proefpersonen. De reactie van het brein werd in verschillende situaties vastgelegd met behulp van fMRI.

Foto’s
De proefpersonen kregen in één zo’n situatie eerst foto’s onder ogen die lieten zien hoe andere mensen emotionele steun of affectie ontvingen. Daarna kregen ze foto’s van bedreigende gezichtsuitdrukkingen of woorden te zien. De amygdala van deze proefpersonen – het deel van het brein dat bedreigingen monitort en ons in verhoogde staat van paraatheid brengt als dat nodig is – reageerde niet op de bedreigende gezichten en woorden. Het leek wel alsof de foto’s met daarop mensen die geliefd waren en verzorgd werden ervoor zorgden dat de amygdala het zwijgen werd opgelegd. Een tweede experiment toont aan dat dat zelfs gebeurde wanneer de proefpersonen niet bewust aandacht besteedden aan wat er op de eerste serie foto’s te zien was.

Pijn
Uit eerder onderzoek is al gebleken dat denken aan het feit dat mensen van je houden ervoor kan zorgen dat het brein minder heftig reageert op pijn. Maar het is voor het eerst dat onderzoekers aantonen dat datzelfde geldt voor bedreiging.

“Een aantal mentale gezondheidsproblemen zoals posttraumatische stress worden gekenmerkt door overmatige waakzaamheid voor bedreigende informatie, wat weer geassocieerd wordt met excessieve negatieve emotionele reacties, de activering van de amygdala en beperkt in staat zijn om deze emoties te reguleren en jezelf gerust te stellen,” vertelt onderzoeker Anke Karl. “Deze nieuwe resultaten kunnen helpen verklaren waarom herstel van psychologisch trauma nauw samenhangt met de mate waarin individuen zich gesteund weten door anderen. We borduren nu op deze resultaten voort door bestaande behandelingen van posttraumatische stress te verbeteren.”