De Liemers – een regio in Gelderland met dorpen en steden als Zevenaar, Duiven en Didam – had lange tijd de naam economisch achter te lopen bij andere regio’s. Dit valt allemaal wel mee. Dit blijkt uit historisch onderzoek van promovendus Jan Smit van de Wageningen Universiteit.

In de Liemers maakte de lagere adel nog relatief laat de dienst uit. Feodale gewoontes waren in de negentiende eeuw nog gewoon regel. Dit is bizar, want het Feodalisme verdween eeuwen daarvoor al in West-Europa. Waarschijnlijk heeft de katholieke elite voor de instandhouding van het Feodalisme gezorgd. Zij hielden modernisering in het verleden tegen.

“De regio was geen toonbeeld van vooruitgang”, vindt Smit, die in het dagelijks leven docent is in het voortgezet onderwijs. “Maar er zijn voldoende sporen van moderniteit te vinden.” Smit dook in regionale archieven en onderzocht de inkomensverdeling in het verleden. Ook analyseerde hij hoe de regio door wegen verbonden werd met omliggende steden. Smit hield tijdens zijn onderzoek rekening met meer of minder armenzorg.

De regio was niet armer of minder geïndustrialiseerd dan andere gebieden in Nederland. Toch blijkt uit het onderzoek van Smit dat de katholieke bestuurders weinig initiatief namen om industrialisering te stimuleren. Het beeld van een achtergebleven regio werd lange tijd in leven gehouden door een nostalgische hang naar een romantisch beeld van het verleden. Smit: “Als men maar lang genoeg het beeld herhaalt van zwoegende keuters op het land, dan neemt men dat vanzelf voor lief. Maar dat beeld strookt niet met de werkelijkheid.”