Nog één jaar te gaan en dan komt de Nederlandse zonneauto op de markt. Dat betekent: laden terwijl je rijdt.

Op dit moment worden elektrische auto’s toch nog voornamelijk geassocieerd met een enigszins beperkende actieradius, waardoor je aangewezen bent op snellaadstations langs de snelweg. Maar daar komt, als het aan het bedrijf Lightyear One ligt, snel verandering in. Het bedrijf heeft namelijk een auto ontwikkeld die – dankzij zonnepanelen op het dak – oplaadt terwijl je rijdt. “En zelfs als je nooit in de zon zou komen met de auto, zal de gemiddelde Nederlander de auto onderweg niet op hoeven te laden,” vertelt Tessie Hartjes, verbonden aan Lightyear One. “De auto is namelijk superefficiënt en als je ‘m thuis een nachtje aan het stopcontact hangt, kun je er de volgende dag tussen de 300 en 400 kilometer mee rijden. Dat is voor de meeste Nederlanders genoeg voor één dag.” In de praktijk zal de auto echter ook in het druilerige Nederland onderweg allicht nog wel wat energie opwekken. “Met Lightyear One heb je in feite een superefficiënte elektrische auto die je maar weinig aan het stopcontact hoeft te hangen. En hoe minder je hoeft op te laden, hoe goedkoper het wordt.”

Over de verbluffende actieradius
Qua actieradius steekt Lightyear One met kop en schouders boven andere elektrische auto’s uit. Het is te herleiden naar het feit dat deze vanaf het begin af aan ontworpen is om zo efficiënt mogelijk met elke joule energie om te gaan. Als start-up had Lightyear One daarin meer vrijheid dan bestaande autofabrikanten, die zich toch nog vaak laten leiden door conventies en het ontwerp en de herkenbaarheid van hun merk voorop stellen en daarna pas gaan kijken naar zaken zoals aerodynamica. Lightyear One doet het andersom en past de auto aan, aan zijn functionaliteit. Het resulteert in een super-aerodynamische auto, die vervolgens een kleinere accu nodig heeft en daardoor veel lichter is, wat weer resulteert in een beperkter energieverbruik. Tel daar de zeer efficiënte zonnepanelen op het dak van de wagen bij op en je hebt een revolutionaire auto. Een auto die door het gezaghebbende Amerikaanse tijdschrift Time dit jaar zelfs uitgeroepen werd tot één van de beste 100 uitvindingen van 2019. “Dat was een mooie erkenning voor ons werk.”

Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Maar volgend jaar reeds rollen de eerste Lightyear One’s van de productieband. Er hangt dan nog een stevig prijskaartje van zo’n 149.000 euro aan. Het weerhoudt mensen er echter niet van om de auto te pre-orderen; inmiddels is de auto al meer dan 120 keer besteld, zo vertelt Hartjes.


Goedkoper model
Met het huidige prijskaartje is het bezitten van een Lightyear One duidelijk niet voor iedereen weggelegd. Maar het bedrijf verwacht op korte termijn een grotere markt te kunnen bedienen. “Het volgende model willen we voor ongeveer een derde van de kosten op de markt brengen,” aldus Hartjes. Die prijsdaling kan volgens haar puur op volume worden gerealiseerd. “Uiteindelijk willen we zo’n 100.000 auto’s per jaar verkopen. Dat betekent dat je groter kunt inkopen, maar bijvoorbeeld ook meer processen moet automatiseren. En dat drukt de kosten.” Het goedkopere model wordt ergens in 2023 of 2024 verwacht.

Het prototype.

Met het goedkopere model denkt Lightyear One de markt te kunnen bestormen. “De elektrische auto is de laatste jaren al populairder geworden. En wij komen ook met een elektrische auto, maar voegen daar eigenlijk nog iets aan toe. Je kunt ‘m namelijk opladen, zonder dat je daar iets voor hoeft te doen. Je zet ‘m gewoon buiten, in de zon.” En dat spreekt mensen aan, zo weet Hartjes. “Als we mensen uitleggen hoe efficiënt deze auto is en dat je de auto onafhankelijk van nieuwe infrastructuur – je hebt alleen de zon en een stopcontact nodig – kunt gebruiken, dan zijn ze enthousiast.” En met name in landen waar nu nog niet of nauwelijks sprake is van een infrastructuur voor elektrische auto’s – denk bijvoorbeeld aan snellaadstations langs de snelweg – kan de elektrische auto dankzij Lightyear One toch een opmars maken. “Hier in Nederland zie je al veel elektrische auto’s en laadpalen. Maar in landen zoals bijvoorbeeld Italië nog helemaal niet.” Met een auto zoals Lightyear One hoeven consumenten daar niet op te gaan zitten wachten, maar kunnen ze toch gewoon elektrisch gaan rijden. Kortom: Lightyear One ziet ook internationaal grote mogelijkheden.

In het echt is ‘ie mooier
Maar het balletje gaat ongetwijfeld pas echt rollen als straks in 2021 de eerste Lightyear One’s de weg opgaan. “Het is heel jammer dat we nu nog niets kunnen laten zien,” stelt Hartjes. Nou ja, niets: mensen die er interesse in hebben om de auto te pre-orderen, kunnen een prototype komen bekijken in de productiehal van Lightyear One. Niet alleen fijn voor de toekomstige trotse eigenaren, maar ook voor het bedrijf zelf, dat zo een idee krijgt van hoe consumenten tegen de auto aankijken. “De reacties zijn positief,” vertelt Hartjes. “Wat wel grappig is, is dat bijna iedereen aangeeft dat de auto in het echt mooier is dan op de plaatjes. Dus daar moeten we nog even aan werken.”


Waar ook nog aan gewerkt moet worden, is de auto zelf. “Dit jaar focussen we op het testen van onze eigen technologie. We willen de motor en zonnepanelen verder optimaliseren en alle deelcomponenten uittesten, alvorens we ze samenvoegen tot een nieuw prototype dat aan alle eisen voldoet en de beloofde actieradius en het zelfladend vermogen heeft.” Pas daarna kan gestart worden met de productie van de eerste voor de consument bestemde Lightyear One’s. Toch denkt Hartjes dat een levering in 2021 nog altijd mogelijk is. “Het wordt wel de tweede helft van volgend jaar,” denkt ze.

Het prototype in de windtunnel.

Terwijl de consumenten die de auto gepre-ordered hebben er ongetwijfeld reikhalzend naar uitzien, houdt ook de auto-industrie Lightyear One in de gaten. “Soms komen er ook wel mensen uit de auto-industrie kijken,” vertelt Hartjes. “En ze zijn eigenlijk altijd onder de indruk van wat we in twee jaar tijd hebben neergezet.” Want laten we niet vergeten dat Lightyear One nog een piepjong bedrijf is, dat drie jaar geleden werd opgericht door enthousiaste studenten van TU Eindhoven die eerder met een zelfgebouwde zonne-auto goud pakten tijdens de Bridgestone World Solar Challenge in Australië. Nadat de studenten herhaaldelijk de vraag kregen waar die efficiënte zonne-auto toch te koop was, besloot een aantal ervan het er na hun afstuderen op te wagen en te proberen om de zonne-auto binnen een paar jaar op de markt te brengen. Lightyear One was geboren. En de afgelopen jaren is het hard gegaan. “We zijn van een start-up die uit vijf oprichters bestond uitgegroeid tot een bedrijf met 140 werknemers. En inmiddels hebben we een eigen kantoorpand, een productiehal, een faciliteitenhal en – nog veel belangrijker – een netwerk van leveranciers en investeerders opgebouwd.” Maar niet alleen Lightyear One is veranderd. De markt ook. “Je ziet andere autofabrikanten nu ook spelen met het integreren van zonnepanelen. Zelfs in de Cybertruck van Tesla zitten ze, terwijl Elon Musk (oprichter van Tesla, red.) een paar jaar geleden nog riep dat hij het onzin vond. Ook is er natuurlijk veel meer aandacht voor klimaatverandering. Waar we een paar jaar geleden het nut of de toegevoegde waarde van de zonnepanelen nog wel eens moesten uitleggen, begrijpt nu iedereen dat.” Hartjes is er dan ook van overtuigd dat de markt klaar is voor Lightyear One. En Lightyear One is er bijna klaar voor om die markt te bestormen én voorgoed te veranderen. Want dat het anders moet, staat als een paal boven water. “Naar verwachting is de uitstoot van transportmiddelen tegen 2040 nog steeds net zo groot als nu. En wij willen laten zien dat het ook anders kan.”