hond

Trotse hondenbezitters noemen hun trouwe viervoeter wel eens liefkozend hun ‘kindje’. Maar in hoeverre is de relatie met hun hond te vergelijken met een relatie tussen een ouder en kind? Wetenschappers bijten zich in dat vraagstuk vast.

Onderzoekers van Massachusetts General Hospital verzamelden een aantal vrouwen die minstens één kind (tussen de 2 en tien jaar oud) hadden en tevens één hond bezaten die al langer dan twee jaar bij ze in huis woonde. De onderzoekers bezochten de vrouwen thuis en lieten ze een vragenlijst invullen die handelde over de relatie met hun kind en hond. Ook maakten de onderzoekers tijdens dat bezoek foto’s van het kind en de hond.

In het lab
Het tweede deel van het onderzoek vond plaats in het laboratorium. De vrouwen kwamen naar het lab, waar de onderzoekers hun hersenactiviteit bestudeerden terwijl de proefpersonen naar een aantal foto’s keken. Tussen die foto’s bevonden zich ook de foto’s die de wetenschappers eerder van het kind en de hond van de proefpersonen gemaakt hadden.

De resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat de delen van het brein die van belang zijn voor onder meer emoties, beloningen en verwerking van visuele informatie actiever werden wanneer de proefpersonen foto’s van hun eigen kind en eigen hond zagen. Maar het deel van het brein dat een cruciale rol speelt wanneer we een binding krijgen met iemand, werd alleen actiever wanneer de proefpersonen hun eigen kind zagen. Het deel van het brein dat onder meer betrokken is bij het herkennen van gezichten werd juist actiever wanneer mensen hun eigen hond zagen.

Functies
Dat het brein anders reageert op de eigen hond dan op het eigen kind is volgens de onderzoekers soms te wijten aan de ‘specifieke cognitieve en emotionele functie die betrokken is bij een relatie tussen mens en dier’. Neem bijvoorbeeld het deel van het brein dat betrokken is bij het herkennen van gezichten en actiever werd wanneer de proefpersonen hun eigen hond zagen. De onderzoekers denken dat dit te verklaren is doordat mensen wanneer ze met dieren te maken hebben, sterker afgaan op visuele kenmerken, dan op verbale aanwijzingen.

De onderzoekers benadrukken dat deze studie gezien moet worden als de opmaat naar meer onderzoeken. Zo zouden ze hun studie graag willen herhalen onder een grotere groep mensen en daarbij ook mensen zonder kinderen en mensen met geadopteerde kinderen willen meenemen. En tevens kijken hoe hun hersenactiviteit zich verhoudt tot die van andere soorten. Uiteindelijk hopen ze zo een beter beeld te krijgen van de soms complexe relatie tussen de mens en zijn huisdier.