Het is nu bewezen: de lockdown leidde er ook toe dat andere besmettelijke infectieziekten veel minder vaak voorkwamen. Onderzoekers spreken zelfs van een ‘spectaculaire daling’.

De uitbraak van SARS-CoV-2 zette talloze landen er in het voorjaar van 2020 toe aan om verregaande maatregelen te treffen, die erop gericht waren om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Mensen kregen bijvoorbeeld het advies of de opdracht om zoveel mogelijk thuis te blijven, afstand te houden, regelmatig de handen te wassen en een mondkapje te dragen. En onder meer winkels en restaurants gingen dicht. Verschillende studies hebben al aangetoond dat de maatregelen effect hadden; de verspreiding van het coronavirus werd erdoor afgeremd. Maar de lockdown zat niet alleen SARS-CoV-2 dwars, zo blijkt nu uit een nieuw onderzoek. Ook andere besmettelijke infectieziekten kwamen tijdens de eerste coronagolf veel minder vaak voor dan normaal het geval is.

Het onderzoek
Het vermoeden dat de maatregelen ook effect hadden op andere infectieziekten, bestond al langer. Maar in het nieuwe onderzoek – verschenen in The Lancet Digital Health – wordt het nu met harde cijfers aangetoond.

In het onderzoek ligt de focus op infecties die veroorzaakt worden door drie bacteriën. Te weten: Streptococcus pneumoniae, Haemophilus influenzae en Neisseria meningitidis, de belangrijkste veroorzakers van longontsteking, bloedvergiftiging en hersenvliesontsteking. “Deze drie bacteriesoorten zijn frequente verwekkers van ernstige invasieve infecties en daardoor een belangrijke oorzaak voor wereldwijde sterfte en morbiditeit,” vertelt onderzoeker Nina van Sorge, hoofd van het Nederlands Referentielaboratorium voor Bacteriële Meningitis. “Daarnaast worden virale infecties zoals griep vaak gecompliceerd door een zogenaamde superinfectie met S. pneumoniae (pneumokokken). Dat was een mogelijkheid die zich ook tijdens corona-infecties had kunnen voordoen. Normaal gesproken bevinden deze bacteriën bevinden zich met name in de neus-keelholte van gezonde personen en worden van persoon-tot-persoon overgedragen via kleine druppeltjes.”

Wereldwijd effect
De onderzoekers gingen voor elk van de bacteriën na hoe vaak deze in de afgelopen jaren infecties veroorzaakten. Ze lieten zich daarbij leiden door data, aangeleverd door laboratoria uit 26 verschillende landen. Het lab dat Van Sorge aanstuurt, leverde de cijfers voor Nederland aan. Een analyse van de data wijst uit dat ook deze bacteriële infectieziekten onder de lockdown te lijden hadden. Zo daalde het aantal infecties dat wereldwijd veroorzaakt wordt door S. pneumoniae vier weken nadat de Wereldgezondheidsorganisatie officieel van een pandemie sprak met 68 procent. En nog eens vier weken verder, werd zelfs een afname van 82 procent genoteerd. “Je ziet een spectaculaire daling bij de onderzochte infecties. In alle deelnemende landen.”

Nederland
In Nederland werden voor S. pneumonia in dezelfde periode vergelijkbare afnames genoteerd. En ook de andere twee bacteriën hadden duidelijk last van de lockdown. “Op basis van de Nederlandse data hebben wij in de maanden april en mei een afname van 79% en 80% gezien voor N. meningitidis (meningokokken) en van 68% en 53% voor H. influenzae ten opzichte van de gemiddelde aantallen voor die pathogenen in dezelfde maanden van 2018 en 2019.”

De maatregelen
De onderzoekers zagen de bestudeerde bacteriële infecties in alle landen die coronamaatregelen omarmden, afnemen. Dat – in combinatie met het feit dat de afnames precies samenvallen met de periode waarin de coronamaatregelen werden getroffen – is een sterke aanwijzing dat de lockdown en daarmee samenhangende maatregelen aan de waargenomen afnames ten grondslag ligt. “Het is moeilijk om precies het effect van bepaalde maatregelen in kaart te brengen, maar we zien dat de verminderde mobiliteit door thuiswerken het grootste effect heeft,” stelt Van Sorge. “Verschillen tussen landen met en zonder mondkapjesplicht of sluiting van scholen zijn minder duidelijk.”

Ook tijdens de eerste coronagolf stonden de zorg en laboratoria onder grote druk. Je zou je voor kunnen stellen dat hierdoor niet alle infecties geïdentificeerd en geregistreerd zijn. Om er zeker van te zijn dat de waargenomen daling in bacteriële infecties niet voortkomt uit een verminderde registratie, maar echt het resultaat is van de coronamaatregelen, keken de onderzoekers nog naar een vierde bacteriële infectie. Deze infectie kan tijdens de geboorte van moeder op kind worden overgedragen en wordt dus niet beïnvloed door coronamaatregelen en lockdowns. Als een verminderde registratie aan de afname van de drie bacteriële infecties ten grondslag zou liggen, mag je verwachten dat ook deze vierde infectie minder vaak is gemeld. Dat is echter niet het geval.

Implicaties
Het onderzoek bevestigt zoals gezegd wat al langer vermoed werd. Maar het geeft tegelijkertijd ook iets meer inzicht in infecties veroorzaakt door het coronavirus en infecties veroorzaakt door de drie bestudeerde bacteriën. “We hadden (voorafgaand aan het onderzoek, red.) eigenlijk twee hypothesen,” stelt Van Sorge. Ofwel we zouden een toename zien van voornamelijk pneumokokken-infecties ten gevolge van SARS-CoV-2-infecties (met andere woorden: als gevolg van superinfectie), of de maatregelen die we hebben genomen om verspreiding van SARS-CoV-2 tegen te gaan zouden ook de verspreiding van deze bacteriën verminderen (doordat overdracht min of meer op dezelfde manier plaatsvindt) en daardoor zou de ziektelast minder worden. Het is duidelijk dat de tweede situatie het geval is geweest. Het blijkt ook dat er weinig bacteriële superinfecties voorkomen bij SARS-CoV-2 infecties.” Wat Van Sorge daarnaast heel belangrijk vindt om te noemen, is dat de studie nogmaals onderstreept hoe belangrijk transmissie is in het veroorzaken van ernstige bacteriële infecties. “Dit was al erg lang het vermoeden, maar onze data bevestigen dit met harde data.”

De maatregelen
Als het om de lockdownmaatregelen gaat, snijdt het mes dus aan twee kanten: zowel het coronavirus als besmettelijke bacteriële infecties worden de pas afgesneden. Daarmee hebben de maatregelen hun waarde ruimschoots bewezen. Tegelijkertijd kunnen de meesten van ons niet wachten tot het moment waarop de coronamaatregelen voorgoed overboord gegooid worden. Nu er wereldwijd druk gevaccineerd wordt, lijkt dat moment met rasse schreden naderbij te komen. Maar is er afgaand op de bevindingen van Van Sorge en collega’s misschien reden om toch iets van de coronamaatregelen vast te houden? “Het lijkt mij zeer verstandig om een simpele maatregel als frequent handen wassen te blijven volhouden,” aldus Van Sorge. Tegelijkertijd benadrukt de onderzoeker dat die maatregel alleen slechts een beperkte impact heeft op genoemde infecties die via de luchtwegen binnenkomen.. “Het houden van afstand en minder reisbewegingen hebben een grotere impact op de afname van deze infecties en dat zijn nou net de maatregelen die we met zijn allen weer graag wat zouden loslaten.”

De lockdowns hebben levens gered
Door de lockdowns werd de verspreiding van het coronavirus afgeremd. Het virus kon zich minder goed verspreiden en zo zijn heel veel besmettingen voorkomen en levens gered. Zo schatten Britse onderzoekers in juni 2020 nog dat de eerste lockdown in Europa alleen al meer dan drie miljoen coronadoden voorkomen heeft. Nu blijkt dat de lockdown ook bacteriële infecties de pas afsneed, heeft deze waarschijnlijk nog veel meer levens gered. Hoeveel precies is lastig in te schatten, maar het zijn er waarschijnlijk heel veel, want de genoemde bacteriën veroorzaken normaliter veel ellende. Zo kostten infecties veroorzaakt door S. pneumoniae in 2016 alleen al wereldwijd 1,1 miljoen levens.

Van Sorge en collega’s kijken momenteel ook naar data van latere perioden, dus de resterende maanden van 2020. Dat moet uitwijzen hoe het de bacteriële infecties tussen de coronagolven door vergaan is. “Het is waarschijnlijk dat met het versoepelen van de maatregelen er weer een toename te zien zal zijn in de frequentie van invasieve bacteriële infecties en dat die frequentie tijdens de tweede of derde lockdown eveneens weer afneemt. Dat er ook een soort extra toename te zien zal zijn, is ook iets waar we rekening mee houden. In de geplande vervolgstudie zal ook verder gekeken worden naar de karakteristieken van de ziekteverwekkers of bijvoorbeeld de leeftijd van de patiënten en of hier verschuivingen in te zien zijn voor, tijdens en na de lockdown(s).”