Archeologen hebben in Wari-Bateshwar, Bangladesh een 1400 jaar oude lotustempel gevonden. Ook werden restanten van een nog veel ouder exemplaar uit 450 voor Christus aangetroffen. Het is het eerste bewijs van een bloeiende Boeddhistische religie in deze regio.

De stenen tempel is in de zevende of achtste eeuw opgetrokken en dat zou mede mogelijk zijn gemaakt door koning Devakhadga. Hij regeerde van 658 tot 673 voor Christus en volgens een koperen plaque die in 1885 werd gevonden, schonk de koning aan vier Boeddhistische gemeenschappen land. De gevonden tempel kan daar wel eens het gevolg van zijn.

Naast de tempel werden ook restanten van nog oudere tempels gevonden. De oudste dateren uit 450 voor Christus. Het is zeer waarschijnlijk dat dit restanten zijn van een voorganger van de gevonden tempel. In dat geval zou deze meerdere malen zijn afgebroken en weer opgebouwd en is de opgegraven tempel simpelweg het laatste exemplaar dat door de monniken werd opgericht.

Foto: Star (Thedailystar.net)

De opgravingen begonnen vorig jaar, maar nu is pas duidelijk geworden welke vorm en structuur de tempel heeft. Ook is nu zeker dat het om een lotustempel gaat; op een altaar vonden de archeologen een lotusbloem van rood steen.

De lotusbloem is belangrijk in het Boeddhisme, omdat deze symbool staat voor een aantal aspecten van het pad naar de Verlichting: onder meer de reiniging van het lichaam en de goede daden.