De luchtkwaliteit is al verbeterd, maar wordt nog steeds geassocieerd met honderdduizenden vroegtijdige sterftes.

Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Europees Milieuagenschap (EEA). In het rapport is te lezen dat de luchtverontreiniging nog altijd boven de grenswaarden en richtlijnen van zowel de Europese Unie als de Wereldgezondheidsorganisatie ligt en nog altijd een bedreiging vormt voor mens en milieu.

Meetstations
Het EEA trekt die conclusies op basis van data die in 2016 door meer dan 2500 meetstations in Europa zijn verzameld. De metingen onthullen dat de luchtkwaliteit in Europa de laatste jaren wel wat is verbeterd, maar dat deze vaak – met name in steden – nog ondermaats is.

Wegvervoer
Vervuilde lucht vormt een bedreiging voor onze gezondheid. De grootste schade wordt daarbij aangericht door fijnstof, stikstofdioxide en troposferisch ozon, aldus het EEA. De belangrijkste bron van luchtvervuiling in Europa is het wegvervoer, maar ook de landbouw, energieproductie en industrie doen een flinke duit in het zakje.

Verbetering
Dat de luchtkwaliteit in Europa beter moet, is niets nieuws. En de afgelopen jaren is er ook hard aan die luchtkwaliteit gewerkt. Zo is de concentratie fijnstof afgenomen: in 2015 werd zo’n 7% van de stedelijke bevolking in de 28 Europese lidstaten blootgesteld aan PM2,5, oftewel fijnstof met een diameter van 2,5 micrometer of minder). In 2016 was dat 6%. En ook het percentage stadsbewoners dat aan te hoge concentraties stikstofdioxide wordt blootgesteld is afgenomen (van 9% in 2015 naar 7% in 2016). Ook wat troposferisch ozon betreft, zijn er hoopgevende cijfers te noemen. Waar in 2015 nog 30% van de stedelijke bevolking in EU-landen werd blootgesteld aan concentraties troposferisch ozon die hoger lagen dan de streefwaarde van de ozon, was dat in 2016 nog maar 12%.

Wereldwijd probleem
Vervuilde lucht is een wereldwijd probleem. Recent onderzoek wijst uit dat maar liefst 90% van de mensen wereldwijd vieze lucht inademt. En die vieze lucht kost elk jaar 7 miljoen mensenlevens.

Het moet nóg beter
Het rapport van het EEA windt er geen doekjes om: de verbeteringen zijn prachtig, maar het moet echt nog veel beter. Een slechte luchtkwaliteit wordt namelijk geassocieerd met behoorlijk wat vroegtijdige sterftes. Zo zouden in 2015 alleen al door blootstelling aan fijnstof zo’n 422.000 mensen in 41 Europese landen vroegtijdig zijn overleden. Stikstofdioxide en troposferisch ozon leidden in datzelfde jaar tot vroegtijdige sterfte van respectievelijk 79.000 en 17.700 mensen. En hoewel de concentraties stikstofdioxide, troposferisch ozon en fijnstof de laatste jaren afnemen, zitten ze vaak toch nog boven de streefwaardes en richtlijnen van de EU en WHO. Neem bijvoorbeeld fijnstof: door het terugdringen van de fijnstofconcentratie is het aantal vroegtijdige sterftes sinds 1990 met zo’n half miljoen per jaar verminderd. Maar ondanks die verbeteringen wordt nog altijd 74% van de Europese stedelijke bevolking blootgesteld aan fijnstofconcentraties die hoger liggen dan de strengere richtlijnen van de WHO.

Vervuilde lucht vormt overigens niet alleen een bedreiging voor de gezondheid van de mens. Het is ook van invloed op het milieu. De bodem, bossen, meren en rivieren worden aangetast en ook de landbouwopbrengsten dalen. Reden genoeg om actie te ondernemen, vindt Hans Bruyninckx, uitvoerend directeur van het EEA. “Luchtverontreiniging is een onzichtbare killer, en we moeten meer doen om de oorzaken aan te pakken. Wat luchtvervuiling betreft, zijn de emissies van het wegvervoer vaak schadelijker dan die van andere bronnen, aangezien deze dicht bij de mens plaatsvinden: op grondhoogte en in de steden. Daarom is het zo belangrijk dat Europa extra inspanningen levert om de emissies van wegvervoer, energie en landbouw terug te dringen, en investeert in het schoner en duurzamer maken ervan. Een geïntegreerde aanpak van deze sectoren kan duidelijke voordelen opleveren voor zowel de luchtkwaliteit als het klimaat, en zal helpen om onze gezondheid en ons welzijn te verbeteren.”